Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: Willibrordbijbel

Loverboy Abram wordt steenrijk door list en bedrog

Tissot_Sarai_Is_Taken_to_Pharaoh's_Palace

Afl 9. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Abram (inmiddels 75) kwam met zijn gevolg aan in Kanaän. God stond hem al op te wachten: “Aan uw nakomelingen zal Ik dit land in bezit geven.” (Gn 12:7). Abram richtte een altaar op als dank, maar trok toch maar verder richting Negeb.

Geen gelukkige keuze overigens. “Hongersnood”! (Gn 12:10), dan maar naar Egypte.
Net voordat Abram Egypte binnentrok verzon hij een list.

Abram zie tegen zijn vrouw (en halfzus) Sarai: “Luister eens, ik weet dat je een mooie vrouw bent. Als de Egyptenaren je zien en denken dat je mijn vrouw ben, zullen ze mij vermoorden en jou in leven laten. Zeg liever dat je mijn zus bent; dan zal ik het er goed afbrengen en om jou in leven blijven.” (Gn 12:11-13)
De farao (zich van geen kwaad bewust) nam die bloedmooie vrouw op in zijn harem. “Omwille van haar behandelde hij ook Abram goed en schonk hem schapen, runderen en ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.” (Gn 12:16)

Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd je vrouw ‘uit te lenen’? Voor eigen gewin ook nog eens?

Op zich mooi toch van die farao? Abram had er ook al geen moeite mee. Maar God dacht daar heel anders over. En “.. bracht de farao en zijn hovelingen zware slagen toe om wat er gebeurd was met Sarai..” (Gn 12:17)

De geteisterde farao kwam natuurlijk achter dit verachtelijke opzetje. Pissig geworden (logisch), zette hij Abram het land uit, en terecht!

Inmiddels was Abram daar wel steenrijk geworden en mocht alles ook nog eens meenemen van die (te) goede farao. Kom er nog maar eens om. De pluk-ze-wet bestond nog niet.

Terug naar de Negeb. “Abram was een rijk man die heel veel vee, zilver en goud bezat.” (Gn 12:2).

Ik ben wederom met stomheid geslagen. Lover-boy Abram beschermen, en onschuldigen die zich van geen kwaad bewust waren bestraffen. Hoe bedenk je het!

Maar nee hoor. God beloont zijn criminele oogappel nogmaals.

Weer in Kanaän aangekomen zei God tegen Abram: “Laat uw blik rondgaan.. Al het land dat u ziet, schenk ik aan u en aan uw nageslacht, voor altijd. Ik zal uw nakomelingen zo talrijk maken als het zand op de aarde… Ga het hele land door in de lengte en de breedte want ik schenk het aan u!” (Gn 14:14-17)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, zie God weer wat later (na wat gebeurtenissen die ik de lezer zal besparen): “Vrees niet, Abram, ik zal uw schild zijn. Uw loon zal zeer groot zijn.” (Gn 15:1).

Maar ja, die Abram was ook niet op zijn achterhoofd gevallen. Sluw zakenmannetje en onderhandelaar immers.
“Heer God, wat heb ik aan uw gaven?” (Gn 15:2) “U hebt mij geen nakomelingen geschonken, en een ondergeschikte zal mijn erfgenaam zijn” (Gn 15:4). Quelle horreur!?

Maar die God weet van geen ophouden. “Kijk naar de hemel en tel de sterren..Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.” (Gn 15: 5).
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was sloot hij weer een verbond met Abram:
“Aan uw nakomelingen schenk ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier de Eufraat, het gebied van de Kenieten, Kennizzieten, Kadmonieten, Hethieten, Perizzieten, Refaïten, Amoerieten, Kannaänieten, Girgasieten, en Jebusieten.” (Gn 15:18-21)
Niet direct een volkstuintje.

Die extra buit was al weer binnen. Kost wat maar dan heb je ook wat.

Hoe die ontelbare nakomelingen er dan toch kwamen (Sarai was immers “onvruchtbaar”)?

Daarover een volgende keer..

 
P.S. Binnenkort deel 10. Gods tweede verbond: de besnijdenis
P.S.: plaatje komt hier vandaan
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

God laat een oogje vallen op Abram

lastman_abraham_kanaan_grt

Afl 8. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God kan natuurlijk wel wat decreten afkondigen maar dan blijkt Hij er vaak maar weinig van te bakken. Vlak voor zijn aankondiging van de zondvloed zie Hij nog: “..de duur van zijn (de mens) leven zal (max) honderdtwintig jaar bedragen.” (Gn 6:3/4)

Maar dan lees ik in “de voorvaderen van Abram” (Gn 11) het volgende:

Sem (zoon van Noach) verwekt een zoon 2 jaar na de vloed: “Arpaksad (inmiddels 35) leefde na de geboorte van Selach nog vierhonderddrie jaar.” (Gn 11:13)
“Selach (30) leefde na de geboorte van Eber nog vierhonderdrie jaar..” (Gn 11:15).
“Eber (34) leefde na de geboorte van Pelech nog vierhonderdertig jaar..” (GN 11:17)
“Pelech (30) leefde na de geboorte van Reü nog tweehondernegen jaar..” (Gn 11:19)
“Reü (32) leefde na de geboorte van Serug nog tweehonderdzeven jaar..” (Gn 11: 21)
“Serug (30) leefde na de geboorte van Nachor nog tweehonderd jaar..” (Gn 11:23)
“Nachor (29) leefde na de geboorte van Terach nog honderdnegentien jaar..” (Gn 11:25)
“Heel de levensduur van Terach bedroeg tweehonderdvijf jaar” (Gn 11:32)

Kijk, ik kan me best voorstellen dat met het invoeren van zo’n simpele maatregel er nog wat kinderziekten optreden. Maar 8-9 generaties lang? Dan moet je gaan concluderen dat God hier toch een steek heeft laten vallen.
Waar moet dat heen als ook Hij zich niet aan zijn woord houdt? Is de man dan nog wel te vertrouwen?

Hou die Terach trouwens in de gaten! Een laatbloeier maar dan komt er ook wat.
“Toen Terach 70 zeventig (!!) jaar was, verwekte hij Abram, Nachor, en Haran.” (Gn 11:26).
Moet toch een drieling geweest zijn zou je zeggen.

Nauwe familiebanden trouwens. “.. de vrouw van Nachor heet Milka, zij was de dochter van Haran” (Gn 11:29). Zou nu niet meer kunnen.

Noot: Alhoewel de geschiedenis leert dat een Paus (“dienaar der dienaren Gods”) daar nog wel eens hoogstpersoonlijk dispensatie voor verleende. Maar dat terzijde.

“De vrouw van Abram heette Sarai..”: (Gn 11:29). Dikke pech: “Sarai was onvruchtbaar en had geen kinderen” (Gn 11:30).

Misschien wel vanwege deze ingewikkelde familieomstandigheden pakte Tenach zijn bullen en vertrok met Abram, zijn vrouw Sarai en Lot (ook een kind van Haran) richting Kanaän.  Ze bleven hangen in Haran (Noord-West Mesopotanië) (Gn 11:31).

Tja, zul je denken als argeloze lezer, “waarom wordt ik vermoeid met al deze informatie?”
“Zou er al een rode draad zijn, dan raak ik nu toch wel die draad helemaal kwijt!”

Goed voorstelbaar. Toch niet onbelangrijk. Het is namelijk die “Abram” waar God om (wederom) onverklaarbare redenen zijn oog op had laten vallen. Toch wel handig om te weten waar die Abram vandaan kwam dus.

Als schepper van de gehele aarde (en mensheid) blijkt God namelijk een zeer selecte voorkeur voor slechts enkele individuen te hebben. In de duizenden jaren na de schepping waren het er slechts drie.
We zagen dat bij de broedermoordenaar Kaïn, vervolgens bij zuipschuit Noach, en nu blijkt Abram uitverkoren te worden zijn oogappel te worden. En hij had snode plannen met hem.

Uit het niets (voorziene blik?) zei God tegen Abram: “Trek weg uit uw land, uw stam, uw ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. Ik zal een groot volk van u maken.” (Gn 12:1)

En alsof dat nog niet genoeg is meteen er maar een stevige vloek  overheen gegooid:
“Ik zal degenen zegenen die u zegenen, maar degene die u verwenst zal ik vervloeken. Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen.” (Gn 12:3)

Tja, weer zo’n “offer he can’t refuse”.  Dat deed hij dan ook niet. Hij vertrok met Sarai en Lot richting Kanaän.

Met al weer enorme en onvoorziene gevolgen (nu nog), maar daarover later.

P.S. Binnenkort deel 9. Loverboy Abram wordt steenrijk door list en bedrog.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/529.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

De Babylonische spraakverwarring

babel

Afl 7. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Met “Wees vruchtbaar, wordt talrijk en bevolk de aarde” (Gn 9:1) was het gezin van Noach al aardig op streek geraakt. “Nadat ze uit het oosten weggetrokken waren, vonden ze een vlakte in Sinear (Babel) en vestigden zich daar.” (Gn 11:2)

Het moeten er al honderden zo niet duizenden geweest zijn. Hecht groepje mensen trouwens.
“Alle mensen op aarde spraken één taal en gebruikten dezelfde woorden.” (Gn 11:1).

Met grootse plannen ook nog eens. “Laten we een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden we niet over de aardbodem verspreid” (Gn 11:4)

Niets mis mee zou je toch zeggen.
Een beetje wethouder van tegenwoordig laat ook graag iets achter. En menig burgervader wil ook graag “de boel bij elkaar houden”.

Toch een misrekening. Ze hadden even buiten de waard (God) gerekend. Hij kreeg er lucht van.

“Toen de HEER neerdaalde om de stad en de toren die de mensen bouwden, te zien, zei Hij: Nu zijn ze één volk en spreken zij allen dezelfde taal. Wat zie doen is nog maar het begin; later zal geen enkel plan van hen meer te stuiten zijn.” (Gn 11:5-6).

Hij vond het blijkbaar te spitsvondig van “de mensen”. Dat ze te hoog van de toren bliezen. Voelde zich persoonlijk bedreigt. Mensen kwamen hiermee wellicht letterlijk en figuurlijk te dicht bij zijn ‘ivoren toren’. En Hij greep onmiddellijk in.

“Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt. En de HEER dreef hen vandaar naar alle kanten de aardbodem over, en er kwam een einde aan de bouw van de stad.” (Gn 11:7-8)

Ik ben wederom met stomheid geslagen!

“Waar heb dat nou voor nodig?”

Een schepper die uit puur eigenbelang totale verwarring gaat stichten? Waar we tot op de dag nog last van hebben? En hij heeft het nog voor elkaar gekregen ook!

Micro: Dankzij God heb ik dus jarenlang moeten zweten zwoegen om meerdere talen te gaan leren om me enigszins ‘verstaanbaar’ te maken als ik een beetje wil rondreizen. Niet iets waar ik God voor op mijn blote knieën bedank.

Macro: Zomaar enkele voorbeelden.
Dankzij God wordt bij onze zuiderburen nog steeds de taalstrijd.  In het Europees Parlement spreekt men 20 talen. 800 tolken moeten daar die 380 mogelijke taalcombinaties ontwarren om elkaar nog een beetje te kunnen begrijpen. Heb ik het nog niet eens over de Verenigde Naties gehad.

En Hij schiet er ook nog eens mee in de eigen voet: tot op de dag van vandaag kunnen de ‘geleerden’ het nog niet eens worden over de juiste vertalingen van zijn eigen biografie! Verwarring alom.

Ik moet meteen denken aan de uitspraak van Alexander Pola: “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, en zelden aangenaam”. Dit is weer zo’n uiterst pijnlijk voorbeeld daar van.
Met grote gevolgen natuurlijk, maar daarover later..

 

P.S. Binnenkort deel 8. God laat een oogje vallen op Abram
P.S.: plaatje komt hier vandaan: https://www.rijksmuseum.nl/en/collection/RP-P-1896-A-19368-2972
(klik voor een groter formaat)
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Noach en zijn kwade dronk

Noach zuipschuit

Afl 6. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Je wordt wel meteen in het diepe gegooid als enig overlevend gezin na de zondvloed. Werk aan de winkel. “Wees vruchtbaar, wordt talrijk en bevolk de aarde” (Gn 9:1). Noach had drie zonen: Sem, Jafet en Cham. Cham heeft inmiddels een zoon: Kanaän.

“Noach was landbouwer en hij was de eerste die een wijngaard plantte” (Gn 9:20).
Van Ark tot zuipschuit was voor Noach maar een kleine stap. Stomdronken geworden van zijn eigen wijn. En ligt in de tent zijn roes uit te slapen. Naakt.

Cham ziet dat, verteld het zijn broers, die “met afgewend gelaat” (Gn 9”23) een dekentje over Noach heen leggen. Hij mocht eens een koutje vatten immers.

Een volstrekt onschuldig en nietszeggend evenement zou je toch zeggen?

Maar dan blijkt die Noach (de enige mens waar God nog “genade” aan wilde geven) toch een bijzonder vreemde peer te zijn. Ook nog eens met een uiterst slechte nadronk.

“Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon (Cham) hem had aangedaan.. “ (Gn 9:24)
Hoezo: “hem had aangedaan”??

Om vervolgens volledig over de rooie te gaan: “..zei hij: Vervloekt zal Kanaän zijn: de laagste knecht van zijn broers zal hij zijn”. (Gn 9:25)

Wat in godsnaam heeft Kanaän hier mee te maken? En hoe haal je het in je hoofd om Kanaän dan te vervloeken? Had God hier niet onmiddellijk in moeten grijpen?
Nee hoor, hij laat het allemaal maar gebeuren. Heb je Hem eens nodig, dan is Hij weer in geen velden of wegen te bekennen!

Want hier wordt het zaad gelegd dat om Kanaän en vervolgens al zijn nakomelingen (het volk de Kanaänïeten) ‘legitiem’ als minderwaardig te beschouwen en te onderdrukken.

Dood en verderf, en ze waren nog maar net begonnen een nieuwe wereld op te bouwen!
Ongelooflijk. Wat weer een gemiste kans. “Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig”..

Dat gaat helemaal uit de hand lopen voorspel ik. Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 7. De Babylonische spraakverwarring
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/145.html
.

 

 

Noach, de veilige landing

noach regenboog

Afl 5. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Honderdvijftig dagen bleef het water maar stijgen. Maar “Toen dacht God aan Noach en al die wilde en tamme dieren die bij hem in de ark waren.” (Gn 8:1) Gelukkig maar. God trok de stop er uit en “Het water vloeide langzaam van de aarde weg” (Gn 8:3).

Enkele maanden later en nog geen enkel land in zicht. Toch moet Noach ergens aan zijn water hebben gevoeld dat het water aan het zakken was. Knap staaltje van intuïtie!

En hij stuurde een duif op pad om eens wat rond te vliegen. Met succes (in een tweede poging). “Toen de duif tegen de avond bij hem terugkwam met een groene olijftak in haar bek, begreep Noach dat het water van de aarde weggezakt moest zijn.” (Gn 8:11)

De archeologen zijn nog steeds aan het zoeken maar het staat het er toch echt. De ark bleek uiteindelijke op de “bergen van Ararat (Gn 8:5) drooggevallen te zijn.

God sprak tot Noach en zei: “Ga uit de Ark..” (Gn 8:15) Nou dat was natuurlijk niet tegen dovemansoren gericht. Ze konden immers niet wachten na zolang in die beestenboel te hebben moeten overleven!

Het eerste wat Noach deed was de BBQ aansteken “Om de HEER te eren” (Gn 8:20).
“Brandoffers” met een selectie van “reine dieren” en “reine vogels” (Gn 8:20)

Niet zonder succes (God moet een smulpaap geweest zijn) “De HEER rook de aangename geur”. (Gn 8:21) Goedgemutst en met een fijne neus voor aardse zaken beloofde aan Hij aan zichzelf dat Hij de “aardbodem” en “andere levende wezens” (anders dan de mens!!) nooit meer zou “treffen”. (Gn 8:21) Ook voerde hij de seizoenen in “Nooit houdt dat op” (Gn 8: 22).

Met Noach en zijn familie had hij andere plannen.
“Wees vruchtbaar, wordt talrijk en bevolk de aarde” (Gn 9:1) Hard nodig als er verder niemand meer is. Hoe dat zonder inteelt kan is me een raadsel, maar vooruit.

Nog een gul gebaar: “Alles wat leeft en beweegt zal u tot voedsel dienen; ik schenk u dat allemaal naast het groene gewas.” (Gn 9:3) “Ze zijn onder uw heerschappij gesteld.” (Gn 9:2)
Vrijbrief voor nogal wat dierenleed, denk ik dan. Marianne Thieme heeft er nog haar handen vol aan.

Maar dan kan het God het toch weer niet laten een aantal stringente eisen te stellen die (ogenschijnlijk!?) volstrekt uit de hemel/lucht komen vallen:
“Alleen vlees met de ziel – vlees met het bloed er nog in – mag u niet eten” (Gn 9:4)

“Ook uw eigen bloed zal ik terugeisen: van alle dieren zal ik het terugeisen, en ook van de mensen, van de mensen onderling zal IK het leven van de mens terugeisen” (Gn 9:5)
Nergens uitgelegd wat de reden van dit decreet is. Waarom?

Nogal cryptisch ook. Maar geen nood, Hij licht dat toe:
“Het bloed van degene die het bloed van een mens vergiet
Zal door mensen worden vergoten
Want de mens is gemaakt naar het beeld van God.” (Gn 9:6)

Ik rol van mijn stoel van verbazing!
Hij begon (bij de schepping) dat de mens was geschapen naar het “evenbeeld” van God, kwam hij later tot het besluit dat de mens toch maar “nietig” (leidend tot totale “vernietiging”), komt Hij weer met het concept van het ”beeld van God”. Hebben we hier te maken met een DraaideurGod?

Maar dat is nog tot daar aan toe. Niets nieuws onder zon immers. Maar het is nog veel vreemder.

Mooi dat je een sanctie zet op bloedvergieten. Maar als sanctie aan mensen een vrijbrief geven om bloed te vergieten (onder omstandigheden)? Omdat ze gemaakt zijn naar het “beeld van God”?

Het zaad is hiermee gelegd voor bloedige oorlogen. Daar kennen we dan ook de vele voorbeelden van. En nog.

Vervolgens doet God nog een belofte: “Ik sluit met u mijn verbond dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.” (Gn 9:11). Een eeuwigdurend verbond “.. voor alle generaties” (Gn 9: 12)

Tja, voor het lapje gehouden denk ik dan. “de” in “de vloed” is toch heel wat anders dan “een” in “een vloed”. Hoeveel slachtoffers zijn er door de eeuwen heen niet gevallen door overstromingen, en tsunami’s?

Als teken van dit verbond introduceert hij de (regen)boog: “Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, en de boog in de wolken zichtbaar wordt, dan zal Ik denken aan het verbond tussen Mij en u en alle levende wezens… “. (Gn 9:15)

Hij is er blijkbaar wel in zijn nopjes over. Ik (inmiddels) wat minder. Dat had toch veel beter gekund?

Als dat allemaal maar goed afloopt. Maar daarover in een volgend blog.

P.S. Binnenkort deel 6. Noach en zijn kwade dronk
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S. Plaatje: http://www.grenswetenschap.nl/permalink.asp?i=3752

Met Noach het schip in

Zondvloed-Gericault

Afl 4. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Als God besluit om alle levende wezens te “vernietigen” (GN 6:13) en je krijgt een aanbod te overleven dan zeg je natuurlijk geen nee.
God geeft zelfs gedetailleerde instructies voor een reddingsvlot. En wie er wel en niet mee mogen als passagier op deze ultieme cruise.

“U moet een ark van pijnhout bouwen; met riet moet u de ark maken en haar van binnen en buiten met pak bestrijken.” (Gn 6:14). Riet en pek. Een vondst natuurlijk. Daar had Thor Heyerdahl niet wat van kunnen leren, maar dat terzijde.

“.. de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed en dertig el hoog.” (Gn 6:15). Noot: een el is hier 52 centimeter.

En Hij heeft werkelijk overal aan gedacht. “Het dak dat u op de ark aanbrengt moet één el naar buiten uitsteken.” (Gn 6:16) Ideaal natuurlijk als je een fris luchtje wilt scheppen (hard nodig met die beestenboel binnen) zonder kletsnat van de regen te worden.

En of dat allemaal nog niet luxe genoeg was: de ark had ook een heus schuifdak! (Gn 8:13)

En verder: “In een van de zijden een deur” (handig!) en “.. een onderste, een tweede en derde ruim”. (Gn 6:16). Kortom: werk aan de winkel!

De lading werd ook zorgvuldig geselecteerd.
“.. u moet zich inschepen.. met uw zonen, met uw vrouw, en de met de vrouwen van uw zonen” (Gn 6:18). Mooi gebaar dat de hele familie mee mocht natuurlijk.

“Neem van alle reine dieren zeven paar mee, .. maar van alle onreine dieren één paar, ..ook van de vogels in de lucht zeven paar.” (Gn 7:2) Geen sinecure overigens om die te vangen.

En dan natuurlijk de nodige proviand inslaan: “Breng verder alle etenswaar bijeen en leg daar een voorraad van aan, zodat uzelf en de dieren kunnen eten.” (GN 6:21).
Wonderlijk trouwens, want nergens staat in de dit stuk hoelang het zou gaan duren allemaal. Lastig lijkt me om dan een boodschappenlijstje te maken voor de buurtsuper.

Ongelooflijke mannetjesputters moeten die familieleden zijn geweest. Geen seconde tijd te verliezen “Want over 7 dagen..” (Gn 7:4) zou Hij beginnen.

Bijzonder trouwens dat het bouwen van zo’n gigantisch schip bij al die andere mensen geen vragen opwekte. “Noach? Wat ben je toch in hemelsnaam aan het doen?” Of zoiets.

En hij hield (deze keer) zijn woord: “En op de zevende dag stortte het water van de vloed over de aarde neer.” (Gn 7:10) en “..braken alle bronnen van de diepte los, de sluizen van de van de hemel gingen open en regen viel..” (Gn 7:11-12).

“Op de diezelfde dag (de zevende) ging Noach de ark binnen..” (Gn 7:13) met zijn familie en alle dieren die ze verzameld hadden. Dat moet een dag vol bloedstollende “religiestress” geweest zijn!

Sympathiek gebaar wel van God. Hij zwaaide ze hoogstpersoonlijk uit. “En de HEER deed de deur achter hen dicht.” (Gn 7:16).

Toen dacht ik toch even een cliffhanger te lezen. Moet vanwege de haast geweest zijn maar Noach en consorten hadden zich niet aan de instructie (zie hierboven Gn 7:2) gehouden.
“Van alle levende wezens kwamen er telkens twee bij Noach in de ark.” (Gn 7:16) “Twee” terwijl er van sommige soorten (vogels en reine dieren) er wel “zeven paar” mee mochten/moesten.

Zou dat zonder gevolgen zijn gebleven? Ondanks dat God er met de neus bovenop stond lijkt Hij dat ook niet in de gaten te hebben gehad. Slordig?

Maar ja, voorlopig bleef het dobberen geblazen. “Het water bleef stijgen op de aarde honderdvijftig dagen lang.” (Gn 7:24). En niet zo’n klein beetje ook. “Vijftien el daarboven steeg het water, zodat het de bergen bedekte” (Gn 7:20)

“Alleen Noach en degenen die bij hem in de ark waren bleven in leven.” (Gn 7:23)

De totale “vernietiging” was een feit. Zijn eerste genocide. En niet zijn laatste, maar daarover later.

 

 
P.S. Binnenkort deel 5. Noach, de veilige landing
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S. plaatje komt hier vandaan: http://www.christipedia.nl/Artikelen/Z/Zondvloed

Na mij de zondvloed

zondvloed_grt

Afl. 3 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Zo’n 1500 jaar na de schepping was een wonderlijke wereld ontstaan. Mensen werden stokoud (nog net geen 1000 jaar). Nota bene de zonen van God (!) verwekten naar hartenlust reuzen bij mooie dochters van mensen. Moord en doodslag, veelwijverij, incest en inteelt moeten aan de orde van de dag geweest zijn.

Geen wonder dat dan de boel dan helemaal uit de hand loopt.

Een leek moet toch kunnen zien dat dit niet “heel goed” (Gn 1:31) was? Dat het opzetje van God inmiddels toch wel mislukt was? En dat eerder gemaakte keuzen om nog een en ander te repareren desastreuze gevolgen hebben gehad?

Maar ik was dan ook zeer verheugd het volgende te lezen:
“De Heer zag hoezeer de slechtheid van de mensen op aarde was toegenomen, en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging. Daarom kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had en Hij werd er zeer verdrietig om” (Gn 6:5-6)

Het heeft even geduurd (1500 jaar) maar alsnog een uniek moment natuurlijk! God beschikt dus toch over een zekere portie zelfreflectie en zelfinzicht. En een kwetsbare kant. Die Hij dan ook laat zien. Da’s mooi! Maar droog de tranen en doorpakken nu!

Zijn eerste actie (over een scherpe prioriteitstelling gesproken) was: “Mijn levensgeest zal niet altijd bij de mensen blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen.” (Gn 6:3/4).

Niet erg sterk denk ik dan. Je handen er van af trekken (management by exception?). En of die 120 jaar de boel recht zal trekken is nog maar de vraag. Ook opvallend dat hij nu tot het inzicht is gekomen dat de mens nietig is. In zijn eerste week op aarde sprak Hij nog van op “..Ons gelijkend” (Gn 1:26). Hoe “nietig” kan Hij zijn?

Maar dit was nog maar het begin zie ik al verder lezend. “Ik ga de mens die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen zowel de mens als het vee, en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt me dat ik ze gemaakt heb.” (Gn 6:7).

En Hij zei ook nog: “De dagen van de mensen zijn geteld, want zij zijn er de schuld (hoezo hun schuld?!) van dat de aarde vol geweld is. Ik ga hen met de aarde vernietigen.” (Gn 6:13).

Kijk, dat zijn geen halve maatregelen! Leren van je fouten, en gewoon opnieuw beginnen. Had hij ook al bij Adam en Eva moeten doen toen Hij zijn eigen belofte (“sterven”) brak (zie Het Paradijs, de valse start) dat had heel wat ellende gescheeld immers.

Maar dan: “Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer.” (Gn 6:8).

“Nou doet U het weer” zou Diederik Samsom gezegd hebben. Maak je weer dezelfde fout! Had ik Hem maar daar voor kunnen waarschuwen! Dan had de wereld er heel anders uitgezien!

Nu God had besloten tot een genocide die zijn weerga niet meer zou kennen tot in de huidige tijd mag je toch hopen dat hij dat ten minste op een beetje humane manier zou doen.

Maar nee, Hij koos uit alle mogelijkheden “de zondvloed”. In moderne termen: hoog water, overstromingen en tsunami’s. Geen prettige dood zo’n verdrinkingsdood natuurlijk. Hoe wreed kan je zijn?!

Maar daarover een volgende keer..

P.S. Binnenkort deel 4. Met Noach het schip in
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/71.html

Kaïn, Abel en nog wat van die nazaten

Adam_nageslacht_tot_Noach

Afl. 2 uit de serie: Omtrent Het Oude testament. “De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva” (Gn 4:1). En ze baarde (“met pijn” Gn 3:6) twee jongens. Eerst Kaïn en toen Abel. “Abel werd schaapherder, en Kaïn landbouwer” (Gn 4:2). Binnen de kortste keren hommeles in de tent. Kaïn sloeg Abel de hersenpan in. Uit jaloezie. “De Heer zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg hij geen acht.” (Gn 4:4-5). Dat zette kwaad bloed.
Had dat nou anders gedaan, denk ik dan. Kleine moeite om Kaïn ook wat aandacht te geven. Zoveel mensen liepen er nog niet rond op die aardbol (4). Had een hoop ellende bespaart toch?

Om vervolgens de ene fout op de andere te stapelen.
Nou ja, Hij straft hem wel: “Daarom zult u vervloekt zijn.. De grond die u bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en vagebond zult u zijn op aarde!” (Gn 4:11-12).
Maar als Kaïn dan begint te mopperen dat die straf wel erg zwaar is (“.. iedereen die mij ontmoet kan mij doden.” Gn 4:14) toch een beschermingsprogramma ingevoerd: “Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal zevenvoudig boeten” (Gn 4:15).

Onbegrijpelijk. Laat God het ontstaan van een wereldbevolking over aan een moordenaar, vagebond, en zwerver? Een godswonder als dat nog ooit nog goed komt. Dat komt het dan ook niet. “Set” (Gn 4:24) moest nog geworpen worden uit de moederschoot van Eva. Maar die kon ook niet redden wat er te redden viel zo zou blijken.

“Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, ..en baarde Henoch” (Gn 4:17). Nog zo’n godswonder. Waar haalt hij in hemelsnaam ineens die vrouw vandaan?! Kniesoor die daarop let?
Vervolgens geeft de Bijbel een opsomming van kinderen van de kinderen (zie plaatje hierboven, en in de link hieronder voor een groter beeld).

Een wonderlijke wereld had Hij geschapen. Mensen werden oeroud! Zo maar even een lijstje met wat namen en leeftijden:
Adam werd 930 jaar oud, Seth 912, Enos 905, Kenan 910, Mahalaleël 895, Jered 962, Henoch 365, Methusala 969, Lamech 777 en Noach 950 jaar!. Die oude knar verwekte na zijn 500-ste verjaardag nog drie kinderen!

Honderden jaren monogaam blijven? Onmogelijk. Het hebben van meerdere vrouwen was dan ook niet ongewoon: “Lamech huwde twee vrouwen” (Gn 4:19).

De zonen van God (engelen) vormden ook een losgeslagen bende: “Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de aarde en dochters kregen, zagen de zonen van God hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen uit die dochters ieder een vrouw.” (Gn 6:1-2)

Met dergelijk krachtig zaad kan je natuurlijk wel wat power verwachten!
“In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen en zij hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van die tijd.” (Gn 6:4)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was ging de “.. begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade.. “ (Gn 6:5).

Laat dit even bezinken, beste lezer. Dit is toch allemaal niet te geloven?! Wat een zootje heeft Hij er van gemaakt.

Op die zesde dag was God nog overtuigd “.. dat het heel goed was” (Gn 1:31). Hoe kon Hij zich zo vergissen? Hoe naïef kan je zijn? En hoe lang kan Hij die stelling nog verdedigen?

Maar daarover de volgende keer..

 
P.S. Binnenkort deel 3. Na mij de zondvloed.
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”.
P.S. Plaatje: http://www.christipedia.nl/Artikelen/B/Bijbelse_geschiedenis_van_het_Oude_Testament
Wat groter, dus beter leesbaar.

Het Paradijs. De valse start

scheppingadam_grt

Afl. 1 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Eerste boek: Het Boek van de Wordingen.
In 6 dagen knutselde God hemel en aarde in elkaar. Op die 6e dag zei God: “Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend..” (Gn 1:26).
Cruciale denkfout denk ik dan. Je creëert meteen keiharde concurrentie immers!

Maar zich nog van geen kwaad bewust op de avond van de 6e dag: “God bekeek alles wat Hij had gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was” (Gn 1:31). Niet alleen “goed” maar zelfs “heel goed”!
Hoe kon Hij zich zo vergissen? Het zou immers niet lang meer duren voordat de hel zou losbreken.
Had hij dan wat langer over nagedacht zou je toch denken. Dan maar nog even niet tevreden en genoegzaam achteroverleunen op die zevende dag.

De boel overdenkend op die rustdag kwam Hij alsnog tot de ontdekking dat nog niet alles klaar was.
In de dagen er na moest er nog wat regen gaan vallen om van alles te laten groeien. “De mens” was nog morsdood. Alle dieren ook. Dat schiet allemaal niet op natuurlijk.

“Toen boetseerde de HEER God de mens uit stof dat hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus, zo werd de mens een levend wezen”. “Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden..en daarin plaatste Hij de mens..” (Gn 2:8). Tuinieren kon Hij ook al.

Toch wel geschrokken dat hij in deze opzet een potentiële concurrent had geschapen, toch maar wat correctieve marktregels opgesteld om nog te redden wat er te redden viel. “Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten.”. (Gn 2:16-17).

Oef.. De klassieke versie van “hou jij ze dom, dan hou ik ze arm”?
En om even duidelijk te maken wie hier nou eigenlijk de baas is ook nog even een stevige sanctie op dit vergrijp gezet: “.. want op de dag dat je daarvan eet, zul je sterven.” (Gn 2:17).

Verder stevig doorgewerkt. Alle dieren de adem ingeblazen. “Maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet” (Gn 2:20). Tja, dat krijg je als je ze dom houdt. Maar ook daar werd een oplossing voor gevonden. Neem een rib uit de man en maak er een vrouw (“hulp”) van. En zo geschiede.

Maar dan nog zo’n misser. God had ook een slang geschapen. En wat bleek? “Van alle dieren, die de HEER God had geschapen, was er geen zo sluw als de slang” (Gn 3:1).

Had dat nou niet gedaan! Nee, eigenwijs. En dan loopt het uit de hand. De mens en zijn vrouw lieten zich door die slang verleiden (“evenbeeld” dus ook eigenwijs) tot het wel degelijk eten van die verboden boom.
Op zich wel met een visionaire motivatie van die slang. “Je zult helemaal niet sterven”. “God weet dat je ogen open zullen gaan als je van die boom eet, en dat je dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad”. (Gn 3:4-5)
Dat had die slang goed gezien eigenlijk. Niet “sluw” dus, maar gewoon slim.

Want toen God er achter kwam dat ze van dat verboden fruit hadden gegeten had hij maar beter zijn woord kunnen houden: “sterven”.

Kijk, dan had hij immers zijn eerdere fouten makkelijk kunnen herstellen. Geen concurrentie meer. Opnieuw beginnen (leren van je fouten!) en juist een mens niet naar je “evenbeeld” maken, maar een gedweeë ondergeschikte. En geef hem dan ook meteen kennis van goed en kwaad (nog boetseerbaar immers) volgens Gods’ ideeën en dan was er geen vuiltje in de lucht geweest toch? Utopia! Voor eeuwig!

Maar nee, God blijkt inconsequent en alweer eigenwijs te zijn. In plaats daarvan laat hij ze leven en gaat andere straffen bedenken.

Voor de vrouw: “Ik zal de lasten van jouw zwangerschap zeer zwaar maken; met pijn zul je kinderen baren. Naar je man zal je begeerte uitgaan hoewel hij over je heerst” (Gn 3:6)

Voor de man: “.. zal de grond vervloekt zijn omwille van jou. Zwoegend zul je van hem eten.. Distels en doornen zal hij voortbrengen.. In het zweet zul je werken voor je brood..” (Gn 3:17-19).

Is dat niet ontzettend wreed en vals? Eén appel en nu zitten we eeuwig met de gebakken peren!

En dit is nog maar het begin. De ene misrekening naar de andere, en dat hebben we geweten.

Wordt vervolgd…

P.S. Binnenkort deel 2. Kaïn, Abel en nog wat van die nazaten.
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent Het Oude Testament”
P.S. Plaatje: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/66.html