Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: vertrouwen

Paus doet boekje open over dopinggebruik

pausbenedictusXVI
Rome. “Hoe sneller we ons kunnen voortbewegen, hoe efficiënter onze tijdbesparende apparaten worden, des te minder tijd we nodig hebben” aldus Paus Benedictus XVI. “De vraag naar God lijkt niet belangrijk.” De Paus fietst  daarmee dwars door de heersende zwijgcultuur en doet  een boekje open over het wijdverbreide dopinggebruik binnen de kerk.

Kerkelijk historicus Sam Klepel duidt het als een opvallende doorbraak in het denken van het Vaticaan. “Het is evident dat sinds Johannes de Doper het dopinggebruik in de kerk ongekend populair is geworden. Wilde je echt meedoen dan ontkwam je er eigenlijk niet aan” Maar om er nu deze waarde aan te hechten duidt hij toch als het aantrekken van het boetekleed en getuigen van een “hoog kop van Jut gehalte”.

Roderick Vonhögen (parochievicaris en podcaster) ziet het allemaal positief. @pontifex opent hiermee deuren die lang gesloten bleven volgens hem.  Met een “slappe hap” trek je het niet in deze snelle tijd. Zelf ontkent hij ook niet langer meer ook wel eens iets gebruikt te hebben. “We staan immers voor een uitdagende missie”.

“Dan maar wat water bij de wijn doen”, voegt Antoine Bodoir (voormalig plebaan en hoogleraar) desgevraagd toe als we om zijn reactie vragen. Als insider van het Vaticaan juicht hij openheid toe.  “Eeuwenlang is het biechtgeheim het fundament onder de kerk geweest. Nog langer ‘voor gaas gaan’ past niet meer in deze moderne tijd. Openheid in combinatie met vergeving zijn de nieuwe peilers waarop de kerk zal gaan drijven. Eigenlijk zag je het al aankomen toen de Paus in zijn laatste boek schreef dat er geen os en ezel in de kerststal waren. Dat was tóch een open baring van jewelste?!”

De media zijn beduidend minder mild in hun reactie. Mart Smeets (oud journalist) beseft nu ook dat hij jaren is misbruikt en voelt zich nu pas “echt genaaid”. Peter Vandermeersch (NRC) reageerde met: “ik voel me een bedrogen minnaar

De Stichting ter Bevordering van het Dopinggebruik verwacht dat deze tijding met een sisser zal aflopen. Een inderhaast opgesteld persbericht stelt:  “Ze doen hun plas en alles blijft zoals het was. Verder is het natuurlijk een open deur dat als je sneller gaat met beter materiaal je minder tijd nodig hebt. En dat de Paus stelt dat de vraag naar God niet belangrijk is zien wij als teken dat hij in ieder geval geen grootverbruiker is van geestverruimende middelen. Wij pleiten overigens al langer voor aanpassing van de rituelen: van doping zou pas sprake mogen zijn na het behalen van het zwemdiploma. Dat geeft de zekerheid dat je het kind niet met het badwater weggooit met alle narigheid van dien.”

De katholieke kerk wordt al jaren achtervolgd door allerlei schandalen. De Paus staat er voor met de nodige hervormingen schoon schip te maken. Dat de Paus zijn butler (die het altijd heeft gedaan) vlak voor de Kerst nog gratie verleende past dan ook naadloos in de queeste het vertrouwen terug te winnen van de ruim één miljard gelovigen die al zo lang goedgelovig langs de zijlijn staan.

De weggegooide stemmer

Vandaag naar de stembus. Of is het de prullenbak? Of gescheiden afvalverwerking? De democratische burger is vakkundig monddood gemaakt. Van een echte volksvertegenwoordiging is geen sprake meer. dat zegt het volk inmiddels ook. Hoog tijd om ons democratisch systeem eens grondig te hervormen. Hier een overzicht en voorzet.

Belangenbehartiging?
Grotere partijen verliezen al jaren substantieel leden. Kleine partijen winnen nog wat leden. Alle politieke partijen samen hebben nog maar 300.000 leden. Gemiddeld slechts zo’n 30.000. Daar zal de kiezer het mee moeten doen.

De nieuwe trend is zelfs, dat je niet eens meer lid kan worden van een partij. Die noemen zich dan ‘beweging’. Een omgekeerde wereld. Beweging krijgen in hun standpunten is niet mogelijk. Dat is exclusief voorbehouden aan de ‘grote leider’.

Mag ik dit met een aantal belangenbehartigers vergelijken? Ja, dat mag.
ANWB, FNV, KNVB etc.: miljoenen/honderdduizenden leden. Iets te vertellen in de politiek?
Retorische vraag.

Stelling: De politieke partij als volksvertegenwoordiging is een niet meer te verdedigen stelling.

In onze democratie is het wel regel dat je alleen op die gehavende partijen kan en mag stemmen.
Is dat niet vreemd? Als er weinig te kiezen is, daaruit te moeten kiezen? Is dat democratie?

Schimmige processen. Lokaal, provinciaal en landelijk.
 
De totstandkoming van de verkiezingslijsten heeft ook weinig met democratie te maken. Ons-kent-ons principe vanuit de leemlagen van de partij. Zelfs de leden hebben vaak het nakijken. Laat staan de stemmer.

Is de kiesdeler voor de topper overschreden, dan gaan het overschot naar de volgende op rij. Daarmee is het schier onmogelijk om ergens bungelend onderaan de lijst nog boven te komen drijven middels voorkeurstemmen. Sinds 1959 is dit slechts 9 keer voorgekomen.

De Provinciale Staten kiezen uit hun midden dan weer de Gedeputeerde Staten met als voorzitter de 
een door de regering aangewezen Commissaris van de Koning(in). De Provinciale Staten kiezen ook de leden van de Eerste Kamer leden. Die de Tweede Kamer dan weer mogen controleren.

Is daar allemaal nog een touw aan vast te knopen? Wie voelt zich nog vertegenwoordigd, door wie?

In de gemeenteraden worden coalities gesmeed. Coalities houden de rijen gesloten. Is dat democratie? Vier jaar vast zitten aan plannen gesmeed na de verkiezingen is een lange tijd!

Landelijk: de grootste partij wordt door de koningin uitgenodigd een coalitie te smeden.
Dan komt er een ‘regeerakkoord’. Waarin ineens tot ieders grote verrassing alle ‘controversiële onderwerpen’ zijn voorbestemd. En door de coalitie tot geboden worden verheven voor mogelijk vier jaar. Tot grote verrassing van de kiezer. Is dat wat we wilden?
De politiek zegt: ja. Maar is dat zo? Is daar voor gekozen?

De afgelopen weken/jaren hebben we gezien dat van het beloofde ‘dualisme’ in de kamer niets terecht komt. De oppositie heeft niets te vertellen. Massaal wordt door de coalitiegenoten meegestemd met de regeringsvoorstellen. De oppositie kan slechts winnen als één van de coalitiepartijen er uit stapt.

Dan horen we de woorden: “het is nu aan de kiezer.” Vol (verhulde) ironie en spot: daarvoor was het immers niet aan de kiezer. Daarna ook niet.

Wim Kan heeft het lang geleden treffend verwoord: “Democratie is de wil van het volk. Ik lees elke ochtend stomverbaasd in de krant wat ik nou weer wil.”

Kontakt verloren.
Als een partij verliest, dan is (na lang navelstaren) de standaard conclusie van die partij: we hebben te veel het kontakt met de kiezer verloren. Dat is geen ‘rocket science’. Met dit door de politiek in de hand gehouden systeem is dat immers een gegeven. Er is niet of nauwelijks sprake van contact.

De resultaten.
Als de radeloze stemmer zijn woede en onmacht over hun gebrek aan invloed niet kwijt kan, dan gooien velen hun stem op nieuwe partijen die die woede handig weten uit te buiten. De woede is nu inmiddels zo groot dat je er zo maar, uit het niets, de grootste partij (herstel: beweging) mee kan worden. Is dan die partij een gevaar? Of heeft de gevestigde orde dat gevaar zelf gecreëerd door dit schimmige systeem in stand te houden? En zijn zij zelf niet onderdeel (en veroorzaker) van dat gevaar? Nog zo’n retorische vraag voor mij.

Tussentijdse conclusie.
De kiezer stemt, maar heeft weinig te kiezen. De democratie is monddood gemaakt. De burger heeft het nakijken en krijgt dat in de gaten. Terecht. Tijd om het roer om te gooien.

Enkele voorstellen (die ik ‘in de groep gooi’ bij deze).
 
a. Kies een burgemeester en een premier (Meer dan 50% criterium). Laat de ‘kwien’ er buiten.
b. Die burgemeester en premier mogen dan een raad/kabinet samenstellen.
c. De raad/kamer moeten de wethouders respectievelijk het kabinet goedkeuren.
d. De neutrale stemmen worden ‘lege zetels’, met neutrale stemmen.
e. 33% (kamer 50 v.d. 150 zetels) worden gevuld door burgerzetels (zie hieronder voor uitleg)
f.  De 1ste kamer wordt opgeheven. In plaats daarvan een toezichthouder.
g. De drempel voor een burgerinitiatief en referendum worden lager.
h. Het surplus van de stemmen worden evenredig verdeeld over de andere kandidaten. Zo krijgen voorkeursstemmen meer invloed dan nu.

Zo eerst maar even. Ik kan er nog wel meer bedenken. Het wordt tijd dat de burger het weer voor het zeggen krijgt. En de politiek weer in contact komt met de stemmer en kiezer. Dat verband is nu verloren. Met dramatische gevolgen. Ik ben benieuwd naar jullie suggesties hoe het (nog) beter kan.

Ik wens de lezer nog een genoeglijke 3 maart en (alvast) een aanloop naar 9 juni.

De politiek roept het hardst: “laat uw stem niet verloren gaan”
En doen er vervolgens alles aan jouw stem verloren te laten gaan.

Vanavond de ‘politiek leiders’ bijeen om de uitslag te evalueren. Ze gaan allemaal uitleggen dat ze eigenlijk gewonnen hebben. Maar ze hebben allemaal verloren. De kiezer namelijk. In een slechte stemming.

Noot: ad e. “33%”
Als er mogelijkheden zijn om snel een “representatief onderzoek” te doen naar de mening van de burger, dan kan deze mening (en verdeling) dus ook representatief ingebracht worden in de kamer over ter zake doende onderwerpen. Er zijn er genoeg immers.
 
Voorbeeld/case studie: Den Helder..
Trouw: Tegen de arrogantie van de scheve bomen
Documentaire Zembla over Den Helder: Wie bestuurt de stad? Aanrader!
Met daarin de historische woorden van de verantwoordelijke wethouder: “daar gaat de burger niet over.”
 
Verder lezen:
Volkskrant: Nederland is zijn politieke leiders zat  
NRC: NRC.nl: groot alarm. De politici zijn hun gezag verloren
NRC: D66 wint veel leden 
Raad Openbaar Bestuur (ROB) rapport: Vertrouwen op democratie (PDF)
Enkele termen daarin: Burgerhandvest, Burgerjury, Burgerpanel, Burgerforum, Burgerinititiatief..
Interessant rapport. Ooit van gehoord? Ondergesneeuwd en op de ‘vuilnisbelt’.
Wikipedia.org: burgerforum Kiesstelsel
Montesquieu-instituut: historisch overzicht kiesstelsels
 
 
Bron plaatje: (bijgeknipt) plaatje M.de Jonge.
 
 
 

Mijn gesprek met Gerdi Verbeet..

Zit ik aan mijn stamtafel te lezen komt gerdi verbeet , met die voorzitters-hamer, ietwat verbeten,  binnen lopen en gaat naast me zitten.

Goh, zeg ik, dat ik jou hier tref..
Het vertrouwen in de politiek moet terug.

Mooie missie van je, hoe ga je dat doen hier?
Ik ben gewoon open en eerlijk. Ik vertel iedereen wat de plannen zijn.
 
En wat zijn de plannen?
Mijn eerste vraag aan mensen was altijd: Kan ik nog iets voor je doen? Kan ik nog iets uitzoeken, wil je nog iets geregeld hebben?
 
Niet één vraag, maar meteen drie! Geen plan maar enkel vragen! Komt wat verwarrend over bij me.
Ik ben zo genuanceerd als ik maar zijn kan.
 
Kán je dan niet wat genuanceerder zijn? Dat wekt niet direct vertrouwen bij me.
Ik sluit ook niet uit dat ik het zo doe omdat ik gewoon niet anders kan.
 
Pijnlijk gevoel lijkt me.
Pijnlijk om te zien dat je met de beste bedoelingen de plank toch zo misslaat.
 
Plank? De hamer dan toch. Wat ga je daar aan doen?
Ik zeg altijd: van alles waar je niet aan doodgaat, groei je.
 
Als die hamer op dat plankje slaat zal je er niet aan doodgaan. Maar groeien? Hoe?
Ik móét handelen. Dat is het enige wat me overeind houdt.
 
Hoe ga je dan handelen/behandelen? Wat is je “plan”?
Ik doe niets wat niet bij me past. Ik ben daar beslister in geworden.
 
Wat past dan bij je?
Ik ben geneigd alles zelf te doen, al ben ik tot midden in de nacht bezig.

Maar wat houdt je dan zo bezig?
Weet je, ik ben nooit zo heel erg met mezelf bezig.
 
Verrassend. Tot nu toe begin je zo’n beetje elk antwoord met “ik”!
Ik wil mensen het gevoel geven: dit plan is ook mijn plan. Maar weiger concessies daaraan te doen.
 
Maar zou het niet meer vertrouwen geven als de politiek eens wat minder hun eigen plan trekken?
Dit is te ingewikkeld, hierop ga ik niet reageren.
 
Moet ik dat dan maar eens aan anderen gaan vragen?
Ik vind het knap hoor, dat anderen dat wel kunnen.
 
Pijnlijke constatering?
Ik heb mijn act altijd together.
 
Ook als het al gauw wat te ingewikkeld voor je wordt? Is dat niet een nog pijnlijker constatering?
Ik zeg ook eerlijk: ik vond het pijnlijk. Pijnlijk omdat het resultaat zo anders kan zijn dan je hebt beoogd.
 
Maar eens tijd om op te stappen dan?
Ja, en we hebben de wijsheid ook niet in pacht. Een ander mag het ook best eens doen.
 
En ze stapten weer op.

Ik bedoelde uit de kamer eigenlijk.
Strak plan, denk ik nog. “Open en eerlijk”.  Dat wekt vertrouwen in de politiek.

En lees gauw weer verder in: : De herontdekking van het ware zelf

Bron:
Allemaal letterlijke citaten uit een interview met Gerdi Verbeet in Volkskrant Magazine 2 januari 2010.

 
Noot:
Dit gesprek is onderdeel van de feuilleton: “mijn gesprek met…….”
Alle vorige afleveringen van “mijn gesprek met…….” staan in het infoblok rechts

 
 

Plaatje: Tom Ordelman, ‘Oranjeboom café’, Velp, 360 graden.

De bankcrisis: ons prisoner’s dilemma

 

Banken dreigen met bosjes om te vallen in wat eens Luilekkerland was. Banken werden decennia lang gezien als een van de meest betrouwbare en solide cash cows in the World of Milk and Honey. Moedeloos kijken ze ons nu aan, en smeken ons om vertrouwen. Geven we dat? Of zijn we ‘uitgemolken’?

Het Prisoner’s Dilemma:
Voor degenen die niet zo bekend zijn met dit begrip een korte uitleg:
Twee gevangenen hebben samen een misdrijf gepleegd. Het bewijs mist echter. Zij worden elk in apart van elkaar gescheiden cellen opgesloten, zodanig dat onderlinge communicatie onmogelijk is. Ze kunnen bekennen of blijven zwijgen en ze weten wat daarvan de gevolgen zijn:
a. als de een bekent en de ander zwijgt, dan wordt degene die bekend heeft getuige à charge en hij wordt vrijgelaten; de ander wordt veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf;
b. als ze beide bekennen, worden ze elk tot 5 jaar veroordeeld;
c. als ze beide zwijgen worden ze vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Uit onzekerheid over hetgeen de ander zal doen zullen beide kiezen voor bekennen. Immers door te zwijgen, loopt men het risico dat de ander bekent en als gevolg daarvan krijgt men een straf van 20 jaar. Beter was het geweest overleg te voeren en een afspraak te maken. Dan was de uitkomst voor beide misdadigers vrijspraak geweest.

Wantrouwen en onzekerheid over het handelen van de ander, in combinatie met het dilemma te moeten kiezen tussen persoonlijk korte termijn gewin ten opzichtte van het collectief (samen vrijspraak), resulteert in een voor beiden slechte uitkomst. Maar in dit geval wel rechtvaardig (beiden 5 jaar).

In de economie komen we dit verschijnsel vaak tegen bij het milieuvraagstuk. De zorg voor een beter milieu kost het individu moeite en werpt alleen vruchten af als (vrijwel) iedereen zo handelt. Uit wantrouwen jegens de ander op dit punt en korte termijn eigen voordeel vertonen weinigen milieuvriendelijk gedrag. In dit soort gevallen moet een overheid het maatschappelijk wenselijke gedrag afdwingen, vinden velen.

Onderling wantrouwen is de bron van alle ellende. Ook in deze financiële crisis. Immers: Beurskoersen maken een dramatische val: gebrek aan vertrouwen. Meest sentiment gedreven. Lang niet vanwege de resultaten.
Er zijn zat liquide middelen ook bij de banken. Maar ze zijn niet meer echt liquide: het stroomt echter niet meer door onderling wantrouwen: jij of ik die gaat vallen? Bij jou de rij of bij mij?

Als ‘iedereen’ zijn spaarcenten ophaalt valt elke bank gegarandeerd om. Zaak is dus dat dat niet gebeurt. Bij geen enkele bank. Anders allemaal in de rij voor het domino-effect..

In dat besef: vertrouwt de burger er op dat de ‘buurmannen’ niet voor eigen ‘zekerheid’ gaan en niet ‘ook’ snel hun centen gaan ophalen?
Of kan men blijven geloven dat ‘men’ zal snappen dat juist het laten staan van de spaarcenten de banken overeind zal houden, in ons collectief belang?

De oplossing ligt dus voor de hand. Maar hebben de burgers die in de hand?
Centen ophalen (korte termijn persoonlijk belang: ‘bekennen’)?
Centen niet ophalen (collectief belang: ‘zwijgen’)?

Nee, het vertrouwen bij de overheden, en de banken, en de burgers dat ‘de burgers’ deze oplossing in eigen hand hebben is er niet meer. Waarschijnlijk grotendeels terecht. De kans wordt steeds groter dat er massaal ‘bekend’ wordt.

En inderdaad: de enigen die nog kunnen inspringen bij dit prisoner’s dilemma zijn dan de overheden.
In het besef dat de individuele burger slechts voor eigen belang zal gaan, gaat men maatschappelijk gewenst gedrag proberen af te dwingen door er voor te zorgen dat er geen lange rijen voor de bankkantoren komen te staan. Waarmee de burgers het systeem, en daarmee zichzelf collectief de nek zouden omdraaien. Verstandige keuze overigens naar mijn mening. Hoe wordt er ingegrepen?

a. Toezichthouders, centrale banken en overheden pompen dan zelf maar enorme hoeveelheden geld in het inmiddels drooggevallen financiële systeem. Enkel om het te laten stromen.
b. Overheden geven garanties aan spaarders (de Ierse regering geeft inmiddels garantie af voor alle spaartegoeden, ongeacht de hoogte).
c. Banken overeind houden door aandelen te kopen en/of geld te injecteren en daarmee vertrouwen te leveren/kopen. Enkel in de hoop dat daarmee de rijen niet zullen gaan ontstaan.

Kernwoord is dus: vertrouwen. Tel maar eens vanavond hoe vaak dat woord valt in de nieuwsberichten en analyses op TV en radio. Sentimenten drijven de markt nu, niet de ratio’s.

En de kern is dus ook hier:
Als burgers elkaar niet meer (kunnen) vertrouwen, is er geen collectief, en straft men uiteindelijk zichzelf. Collectief.

En dat is de hoge prijs die we met zijn allen betalen voor het nog groeiende individualisme dat al in de jaren 80-90 is ingezet.
Nu is het de financiële crisis. Er zijn er al anderen geweest, en nog anderen zullen volgen.
We zijn onze eigen gevangenen geworden, met alle dilemma’s van dien. Schuldig ook nog. Met gebrek aan bewijs..

Ons eigen prisoner’s dilemma..

Met ernstige gevolgen wereldwijd..