Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: president

Van Monroe tot Obama. De doctrine routine.

Een land ontstaan uit vluchtelingen. Soeverein geworden. Sindsdien zich afzettend tegen de gevestigde orde. Die vestigden ze zelf immers. Middels de “doctrines”. De zelf verkozen en opgedwongen veldwachters van de wereld. Zonder doctrine geen kans op overleven? En wij Nederlanders volgen. Inmiddels ‘nederig’. En grenzeloos. Een historisch overzicht.

Monroe Doctrine 1823.
De doctrine: elke poging van een Europees land om een staat in Amerika (Noord-, Zuid- en Midden-) te koloniseren of zich te bemoeien met die staat, wordt door de VS gezien als een ‘act of agression’. De VS, als dat gebeurt, houdt zich het recht voor te interveniëren.
Landen waar (o.a.) dat gebeurde: Hawaï, Puerto Rico, Cuba, Venezuela, Mexico en de Filippijnen.
Tegenstanders (o.a.): Spanje, Groot Brittanië, en Frankrijk.

Deze doctrine vormt nu altijd nog de basis voor het international beleid van de VS. Te pas en te onpas toegepast. Met de nodige uitbreidingen. Getekend door de tand des tijds. Met hand en tand verdedigd.

Roosevelt Corollary 1904.
Een uitbreiding van de Monroe doctrine: het recht in te grijpen (nog beperkt tot Midden- en Zuid-Amerika) als een staat daar zelf ‘chronisch’ de fout in zou gaan.
Letterlijk: “.. may force the United States, in flagrant cases of such wrongdoing or impotence, to the exercise of an international police power.” De term “politie’ voor de rest van de wereld werd geboren.

Truman Doctrine 1947.
Directe aanleiding: mogelijke invloed (dominantie) van Griekenland en Turkije door de SU.
De doctrine: beteugeling van de expansie van de SU en alles wat met communisme te maken heeft. En hulp aan landen die zich daardoor bedreigd zouden voelen. Het wordt wel gezien als het begin van de koude oorlog.

Eisenhower Doctrine 1957.
Directe aanleiding: de Suez crisis. De doctrine: alle landen wiens territoriale integriteit en politieke onafhankelijk in het geding zagen, konden de militaire assistentie van de VS inroepen. Met name als die hun oorsprong vinden in de communistische superstaat. Olie en Midden-Oosten komen in beeld. Die mochten onder geen beding in handen vallen van ‘de communisten’.

Kennedy Doctrine 1961, 1963.
De VS is tegen iedere Latijns-Amerikaanse communistische regering.
De VS is tegen iedere verdere uitbreiding van communistische invloed.
“Pay any price, bear any burden”
Gevolgen (o.a.): Intensivering Vietnam oorlog. Cuba crisis.

Johnson Doctrine 1965.
Een uitbreiding van de Eisenhower en Kennedy Doctrine. Directe aanleiding is de interventie van de US in de Dominicaanse republiek. De doctrine: ook als een lokale revolutie zou leiden tot een communistisch bewind mag er ingegrepen worden.

Nixon Doctrine 1969.
Directe aanleiding: de publieke opinie zag dat de Vietnam oorlog een mislukking was.
Doctrine: Was je eigen varkentjes maar. Maar de US zal er voor zorgen dat je dat kan door hulp te bieden waar nodig, unilateraal. Onder deze doctrine werd economische en militaire steun verleend aan (o.a.) Iran en Saudi Arabië.

Carter Doctrine  1980.
Directe aanleiding: de invasie van de Sovjet Unie in Afghanistan.
De VS zal alle middelen gebruiken, ook militaire inzet, om “haar belangen in de Perzische golf te verdedigen”. De Sovjet invasie in Afghanistan word door de VS gezien als “a grave threat to the free movement of Middle East oil”. Wie gelooft nog in de huidige opgegeven redenen?

Reagan Doctrine 1985.
De doctrine: de VS gaat guerrilla bewegingen en verzetsstrijders financieel en materieel steunen in hun strijd tegen de “communistische’ expansie”. Waaronder: Moedjahedien in Afghanistan (net als Osama Bin Laden). Angola, Cambodja, Ethiopië, Iran, Laos, Libië, Nicaragua and Vietnam.

Clinton Doctrine 1999.
De beste manier om stabiliteit te handhaven in grote gebieden met Amerikaanse belangen, is instabiliteit in kleine gebieden tegen te gaan, voordat de conflicten zich uitbreiden.
Onduidelijke doctrine. Verbreedt enkel de bestaande waar hij geen afstand van neemt.

Bush Doctrine 2001
Directe aanleiding. 9/11. Flagrante uitbreiding van de internationale politiek op klassieke gronden.
Kernpunten:
Je bent of voor ons of tegen ons. Geen middenweg.
Unilaterale aanpak.
“preemptive war”
”regime change” is gerechtvaardigd.
Elk land dat terroristen herbergt, kan door de VS aangevallen worden.

We hebben mogen meemaken wat dit voor consequenties had. We deden er aan mee.

Obama Doctrine
Niet duidelijk nog. Vooralsnog leidt het tot veel speculatie. De feiten laten niet zien dat er een trendbreuk te zien is. Maar, zoals al bijna 200 jaar, zal het een verdere uitbreiding van de Monroe doctrine zijn. En die daarop, uitgebreid, volgden.

Conclusie:
Amerika is niet veel veranderd sinds Monroe. Door republikeinse en democratische presidenten wordt het internationale expansieve beleid gehandhaafd en versterkt. De zelfverkozen “veldwachters” van de wereld. Linksom of rechtsom. Hun verschuivende normen en waarden met hand en tand te verdedigen. Door ook aan te vallen. Unilateraal. De rest van de wereld mag het ondergaan, toekijken of meedoen. Lijdzaam. Inclusief de internationale rechtsorde. Die staat al lang buitenspel.

Plaatje: http://www.usdiplomacy.org/exhibit/protecting.php
 President James Monroe is seen discussing with his advisors the policy later known as the Monroe Doctrine. From left to right, they are Secretary of State John Quincy Adams, Secretary of the Treasury William H. Crawford, Attorney General William Wirt, President Monroe (standing), Secretary of War John C. Calhoun, Secretary of the Navy Samuel Southard, and Postmaster General John McLean.