Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: Perizzieten

Van Exodus via Leviticus en Numeri naar Deuteronomium

dewit_mozes_70oudsten1737_grt

Deel 24 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Wat een ongelooflijke bende inmiddels. De stenen tafelen aan gruzelementen, 3000 mensen zonder pardon afgeslacht. En God nog steeds pissig. Wilde Hij eerst nog te midden van zijn volk gaan “wonen”, nu zag Hij dat helemaal niet meer zitten.

“Ik zal u brengen naar het land van melk en honing. Maar zelf trek Ik niet met u mee want u bent zo’n halsstarrig volk dat Ik u onderweg zou kunnen vernietigen.” (Ex 33:3)

“Vernietigen”?! Kijk, met zo’n vriend heb je geen vijanden meer nodig.

Ook Mozes had het eigenlijk helemaal gehad met ‘zijn volk’.
“Mozes sloeg telkens de tent op buiten het kamp, op een behoorlijk afstand” (Ex 33:7).

Wonderlijk genoeg waren God en Mozes nog wel steeds ‘on speaking terms’.

“Toen sprak de HEER tot Mozes. ‘Kap twee stenen platen.. Ik zal er weer dezelfde geboden ingriffen als in de platen die u stukgesmeten hebt. Morgenvroeg moet u klaar zijn, want dan moet u de Sinaï beklimmen.’ ” (Ex 34:1-2).

Jezus! Laat God die ouwe voor de zoveelste keer die hoge berg opklauteren! Nu zelfs met twee zware stenen tafelen op zijn rug. Arme man.
Ook wel een erg flauwe streek van God trouwens. Die stenen tafelen had Mozes natuurlijk ook óp de berg kunnen maken..Of God zelf zelfs, met een vingerknipje.

Boven gekomen gaat God meteen over tot de orde van de dag. Er moest nog menige klus geklaard worden voordat de “Israëlieten” hun “beloofde land” binnen konden trekken.

“Onderhoud wat ik u vandaag voorschrijf. Dan zal ik de Amorieten, Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten voor u verdrijven.” (Ex 34:11)

Ja, beste lezer.. Wederom ben ik met stomheid geslagen..

Hadden we al gezien dat God meermalen genocide toepast om zijn zin door te drijven. Nu blijkt dat etnische zuivering hem ook helemaal niet vreemd is. Alles om zijn verkozen Hebreeuwse volk een eigen plek te geven. Door andere volkeren te “verdrijven” en/of uit te roeien?!

Maar is dat niet precies de open zenuw in het “collectieve geheugen” in onze “Joods-Christelijke cultuur”?

En alsof er nog niet genoeg parallellen te vinden zijn, zelfs nog in de zeer recente geschiedenis  : “Breek hun altaren af, sla hun heilige zuilen stuk, en hak hun heilige palen om.” (Ex 34:13)

Iets waar de wereld (terecht) schande van spreekt omdat er geen enkel respect getoond wordt voor andere culturen en cultuuruitingen. God kon dat ook echt niet opbrengen blijkbaar.

“Want u mag geen andere god vereren. De HEER heet de jaloerse. Hij is een Jaloerse God.” (Ex 34:14)

Mag ik even de (pseudo-)psycholoog uithangen? Jaloersheid vindt veelal zijn oorsprong, en wordt gevoed door onzekerheid. “Almachtig” en onzeker.. Spannende (en dus) gevaarlijke combinatie toch? Levensgevaarlijk zelfs. Dat had Hij al bewezen.

Maar om zeker te zijn van zijn eeuwigheidswaarde “.. sprak de HEER tot Mozes: ‘stel deze woorden op schrift, want op grond van deze woorden sluit Ik met u en met Israël een verbond.” (Ex 34:27)

Mozes had het er maar weer druk mee dat allemaal op schrift te stellen.. “Mozes bleef daar 40 dagen en veertig nachten (al weer!!), zonder te eten of te drinken.” (Ex 34:28)

Arme man, en ouwe taaie hoor! Een beetje normaal mens, was zonder drinken al lang aan versterving de pijp uitgegaan..

“En de HEER grifte de woorden van het verbond, de geboden, in de stenen platen.” (Ex 34:28)

Tja, en dan lees ik verder.. van Exodus, naar Leviticus, naar Numeri, en vervolgens Deuteronomium.

En dan snap je wel een beetje wat Mozes daar allemaal moest consumeren (nee, geen voedsel noch water) aan ‘geestelijk voedsel’. Boeken vol!

God legde even tot in groot detail en haarfijn uit waar je allemaal aan moest voldoen om bij hem in de gratie te mogen blijven.
Je mocht, nee je moest, in hem blijven geloven terwijl je je tegelijkertijd moest houden aan een dikke stapel strikte voorwaarden.

Ruim 600 (!!) voorschriften en leefregels. Inclusief straffe straffen als je je er niet aan houdt.
Doodstraf, steniging, uitroeiing, afslachting etc was Hem niet vreemd immers.

Over duivelse dilemma’s gesproken..

Ze staan allemaal beschreven in het (3e) boek Leviticus. En nog eens dunnetjes overgedaan in het (5e) boek Deuteronomium. Kort samengevat ook wel de Mitswa/Mitswot genoemd. Ik ga ze hier niet allemaal beschrijven/herhalen, de lezer zal dat begrijpen.  Hier het hele lijstje.

Het joodse geloof baseert zich voornamelijk op de eerste 5 boeken van de bijbel. Samen ook wel de Thora of Pentateuch genoemd. God had daarmee zijn punt wel gemaakt. De rest is ‘historie’ immers.

Blijft dus over om nog even het 4e boek Numeri aan te stippen. Het verhaalt over de laatste tientallen jaren van die 40 jaar (onnodig lang) durende reis door de woestijn.

Met daarin nog weer een serie rotstreken van God. Die maar bleef mopperen over “het halsstarrige volk”, dat nog wel eens wilde mopperen. Niet vreemd toch als je 40 jaar door die zandbak aan het rondtrekken bent?

Ik pik er twee uit ter illustratie..

Er werd gemopperd omdat er geen vlees genoeg was (Nu 11). God werd daar weer moedeloos van. Liet het weer kwartels regenen (Nu 11:31). Maar toen hij de onverzadigbaarheid en gulzigheid van het volk zag die die kwartels aan het rapen waren schoot het Hem weer het verkeerde keelgat in.

Reden voor hem om weer helemaal los te gaan tegen zijn eigen volk!
“Het vlees zat nog tussen hun tanden, niet fijngekauwd, toen de HEER al in toorn tegen het volk ontstak en een zeer grote slachting onder hen aanrichtte.” (Nu 11:33).

Nee, enige empathie en/of begrip voor de noden van het volk zijn hem volkomen vreemd. Meteen afslachten die lui!

Maar dan: eindelijk (na 40 jaar..) aangekomen in de buurt van “het land dat overvloeit van melk en honing” worden er verkenners uitgestuurd om alvast even een kijkje te gaan nemen. Bloedje-nieuwsgierig toch?

Niet vreemd dat ze toch wel een beetje huiverden bij de gedachte daar naar binnen te moeten trekken. Geen verrassing toch dat andere volkeren dat land ook al veel eerder ontdekt hadden? Rijke en krachtige volkeren inmiddels..
God werd echter weer woedend, omdat hij het zag als twijfel aan zijn woord dat Hij die lui wel even dat land uit zou knikkeren..

Tja, daar moet je niet bij mee aankomen immers. Zeer lange teen van Hem.

Hij had het weer helemaal met ze gehad. “De HEER sprak tegen Mozes en Aäron: Mijn geduld met deze verdorven gemeenschap die tegen Mij mort, is uitgeput!” (Nu 14:26-27).

Om vervolgens zijn eigen belofte (de slaven uit Egypte te brengen naar het beloofde land) te breken:
“In deze woestijn zullen de lijken liggen van allen die tegen Mij hebben gemord, van alle ingeschreven, van ieder boven de 20 jaar.” (Nu 14:29).

Kortom: enkel kinderen die onderweg in de woestijn geboren zijn, mogen er nog in. De ouderen (inclusief Mozes, en de ‘bevrijde’ slaven uit Egypte), mogen er niet in van Hem!
In het zicht van de haven, wel kijken niet aankomen..

Ja, beste lezer.. Hoe wreed kan je zijn.. Wat een valsheid! Wat een bruut.

Ik heb het nu echt helemaal met Hem gehad. Ook “mijn geduld …. is uitgeput” inmiddels.
Het beeld wat ik me van Hem wilde vormen (wat de inzet was van deze zoektocht) is inmiddels wel overduidelijk naar mijn gevoel.

Rest dus nog een laatste blog waar ik deze serie mee wil afronden. En de persoonlijkheid van God zal schetsen zoals ik Hem inmiddels heb leren kennen. Met verbijsterende conclusies.

 
P.S. Binnenkort (laatste) deel 25: De conclusie: een ontluisterend Godsbeeld
P.S. Plaatje: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/972.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Loverboy Abram wordt steenrijk door list en bedrog

Tissot_Sarai_Is_Taken_to_Pharaoh's_Palace

Afl 9. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Abram (inmiddels 75) kwam met zijn gevolg aan in Kanaän. God stond hem al op te wachten: “Aan uw nakomelingen zal Ik dit land in bezit geven.” (Gn 12:7). Abram richtte een altaar op als dank, maar trok toch maar verder richting Negeb.

Geen gelukkige keuze overigens. “Hongersnood”! (Gn 12:10), dan maar naar Egypte.
Net voordat Abram Egypte binnentrok verzon hij een list.

Abram zie tegen zijn vrouw (en halfzus) Sarai: “Luister eens, ik weet dat je een mooie vrouw bent. Als de Egyptenaren je zien en denken dat je mijn vrouw ben, zullen ze mij vermoorden en jou in leven laten. Zeg liever dat je mijn zus bent; dan zal ik het er goed afbrengen en om jou in leven blijven.” (Gn 12:11-13)
De farao (zich van geen kwaad bewust) nam die bloedmooie vrouw op in zijn harem. “Omwille van haar behandelde hij ook Abram goed en schonk hem schapen, runderen en ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.” (Gn 12:16)

Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd je vrouw ‘uit te lenen’? Voor eigen gewin ook nog eens?

Op zich mooi toch van die farao? Abram had er ook al geen moeite mee. Maar God dacht daar heel anders over. En “.. bracht de farao en zijn hovelingen zware slagen toe om wat er gebeurd was met Sarai..” (Gn 12:17)

De geteisterde farao kwam natuurlijk achter dit verachtelijke opzetje. Pissig geworden (logisch), zette hij Abram het land uit, en terecht!

Inmiddels was Abram daar wel steenrijk geworden en mocht alles ook nog eens meenemen van die (te) goede farao. Kom er nog maar eens om. De pluk-ze-wet bestond nog niet.

Terug naar de Negeb. “Abram was een rijk man die heel veel vee, zilver en goud bezat.” (Gn 12:2).

Ik ben wederom met stomheid geslagen. Lover-boy Abram beschermen, en onschuldigen die zich van geen kwaad bewust waren bestraffen. Hoe bedenk je het!

Maar nee hoor. God beloont zijn criminele oogappel nogmaals.

Weer in Kanaän aangekomen zei God tegen Abram: “Laat uw blik rondgaan.. Al het land dat u ziet, schenk ik aan u en aan uw nageslacht, voor altijd. Ik zal uw nakomelingen zo talrijk maken als het zand op de aarde… Ga het hele land door in de lengte en de breedte want ik schenk het aan u!” (Gn 14:14-17)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, zie God weer wat later (na wat gebeurtenissen die ik de lezer zal besparen): “Vrees niet, Abram, ik zal uw schild zijn. Uw loon zal zeer groot zijn.” (Gn 15:1).

Maar ja, die Abram was ook niet op zijn achterhoofd gevallen. Sluw zakenmannetje en onderhandelaar immers.
“Heer God, wat heb ik aan uw gaven?” (Gn 15:2) “U hebt mij geen nakomelingen geschonken, en een ondergeschikte zal mijn erfgenaam zijn” (Gn 15:4). Quelle horreur!?

Maar die God weet van geen ophouden. “Kijk naar de hemel en tel de sterren..Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.” (Gn 15: 5).
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was sloot hij weer een verbond met Abram:
“Aan uw nakomelingen schenk ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier de Eufraat, het gebied van de Kenieten, Kennizzieten, Kadmonieten, Hethieten, Perizzieten, Refaïten, Amoerieten, Kannaänieten, Girgasieten, en Jebusieten.” (Gn 15:18-21)
Niet direct een volkstuintje.

Die extra buit was al weer binnen. Kost wat maar dan heb je ook wat.

Hoe die ontelbare nakomelingen er dan toch kwamen (Sarai was immers “onvruchtbaar”)?

Daarover een volgende keer..

 
P.S. Binnenkort deel 10. Gods tweede verbond: de besnijdenis
P.S.: plaatje komt hier vandaan
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”