Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: onrein

Noach, de veilige landing

noach regenboog

Afl 5. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Honderdvijftig dagen bleef het water maar stijgen. Maar “Toen dacht God aan Noach en al die wilde en tamme dieren die bij hem in de ark waren.” (Gn 8:1) Gelukkig maar. God trok de stop er uit en “Het water vloeide langzaam van de aarde weg” (Gn 8:3).

Enkele maanden later en nog geen enkel land in zicht. Toch moet Noach ergens aan zijn water hebben gevoeld dat het water aan het zakken was. Knap staaltje van intuïtie!

En hij stuurde een duif op pad om eens wat rond te vliegen. Met succes (in een tweede poging). “Toen de duif tegen de avond bij hem terugkwam met een groene olijftak in haar bek, begreep Noach dat het water van de aarde weggezakt moest zijn.” (Gn 8:11)

De archeologen zijn nog steeds aan het zoeken maar het staat het er toch echt. De ark bleek uiteindelijke op de “bergen van Ararat (Gn 8:5) drooggevallen te zijn.

God sprak tot Noach en zei: “Ga uit de Ark..” (Gn 8:15) Nou dat was natuurlijk niet tegen dovemansoren gericht. Ze konden immers niet wachten na zolang in die beestenboel te hebben moeten overleven!

Het eerste wat Noach deed was de BBQ aansteken “Om de HEER te eren” (Gn 8:20).
“Brandoffers” met een selectie van “reine dieren” en “reine vogels” (Gn 8:20)

Niet zonder succes (God moet een smulpaap geweest zijn) “De HEER rook de aangename geur”. (Gn 8:21) Goedgemutst en met een fijne neus voor aardse zaken beloofde aan Hij aan zichzelf dat Hij de “aardbodem” en “andere levende wezens” (anders dan de mens!!) nooit meer zou “treffen”. (Gn 8:21) Ook voerde hij de seizoenen in “Nooit houdt dat op” (Gn 8: 22).

Met Noach en zijn familie had hij andere plannen.
“Wees vruchtbaar, wordt talrijk en bevolk de aarde” (Gn 9:1) Hard nodig als er verder niemand meer is. Hoe dat zonder inteelt kan is me een raadsel, maar vooruit.

Nog een gul gebaar: “Alles wat leeft en beweegt zal u tot voedsel dienen; ik schenk u dat allemaal naast het groene gewas.” (Gn 9:3) “Ze zijn onder uw heerschappij gesteld.” (Gn 9:2)
Vrijbrief voor nogal wat dierenleed, denk ik dan. Marianne Thieme heeft er nog haar handen vol aan.

Maar dan kan het God het toch weer niet laten een aantal stringente eisen te stellen die (ogenschijnlijk!?) volstrekt uit de hemel/lucht komen vallen:
“Alleen vlees met de ziel – vlees met het bloed er nog in – mag u niet eten” (Gn 9:4)

“Ook uw eigen bloed zal ik terugeisen: van alle dieren zal ik het terugeisen, en ook van de mensen, van de mensen onderling zal IK het leven van de mens terugeisen” (Gn 9:5)
Nergens uitgelegd wat de reden van dit decreet is. Waarom?

Nogal cryptisch ook. Maar geen nood, Hij licht dat toe:
“Het bloed van degene die het bloed van een mens vergiet
Zal door mensen worden vergoten
Want de mens is gemaakt naar het beeld van God.” (Gn 9:6)

Ik rol van mijn stoel van verbazing!
Hij begon (bij de schepping) dat de mens was geschapen naar het “evenbeeld” van God, kwam hij later tot het besluit dat de mens toch maar “nietig” (leidend tot totale “vernietiging”), komt Hij weer met het concept van het ”beeld van God”. Hebben we hier te maken met een DraaideurGod?

Maar dat is nog tot daar aan toe. Niets nieuws onder zon immers. Maar het is nog veel vreemder.

Mooi dat je een sanctie zet op bloedvergieten. Maar als sanctie aan mensen een vrijbrief geven om bloed te vergieten (onder omstandigheden)? Omdat ze gemaakt zijn naar het “beeld van God”?

Het zaad is hiermee gelegd voor bloedige oorlogen. Daar kennen we dan ook de vele voorbeelden van. En nog.

Vervolgens doet God nog een belofte: “Ik sluit met u mijn verbond dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.” (Gn 9:11). Een eeuwigdurend verbond “.. voor alle generaties” (Gn 9: 12)

Tja, voor het lapje gehouden denk ik dan. “de” in “de vloed” is toch heel wat anders dan “een” in “een vloed”. Hoeveel slachtoffers zijn er door de eeuwen heen niet gevallen door overstromingen, en tsunami’s?

Als teken van dit verbond introduceert hij de (regen)boog: “Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak, en de boog in de wolken zichtbaar wordt, dan zal Ik denken aan het verbond tussen Mij en u en alle levende wezens… “. (Gn 9:15)

Hij is er blijkbaar wel in zijn nopjes over. Ik (inmiddels) wat minder. Dat had toch veel beter gekund?

Als dat allemaal maar goed afloopt. Maar daarover in een volgend blog.

P.S. Binnenkort deel 6. Noach en zijn kwade dronk
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S. Plaatje: http://www.grenswetenschap.nl/permalink.asp?i=3752

Met Noach het schip in

Zondvloed-Gericault

Afl 4. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Als God besluit om alle levende wezens te “vernietigen” (GN 6:13) en je krijgt een aanbod te overleven dan zeg je natuurlijk geen nee.
God geeft zelfs gedetailleerde instructies voor een reddingsvlot. En wie er wel en niet mee mogen als passagier op deze ultieme cruise.

“U moet een ark van pijnhout bouwen; met riet moet u de ark maken en haar van binnen en buiten met pak bestrijken.” (Gn 6:14). Riet en pek. Een vondst natuurlijk. Daar had Thor Heyerdahl niet wat van kunnen leren, maar dat terzijde.

“.. de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed en dertig el hoog.” (Gn 6:15). Noot: een el is hier 52 centimeter.

En Hij heeft werkelijk overal aan gedacht. “Het dak dat u op de ark aanbrengt moet één el naar buiten uitsteken.” (Gn 6:16) Ideaal natuurlijk als je een fris luchtje wilt scheppen (hard nodig met die beestenboel binnen) zonder kletsnat van de regen te worden.

En of dat allemaal nog niet luxe genoeg was: de ark had ook een heus schuifdak! (Gn 8:13)

En verder: “In een van de zijden een deur” (handig!) en “.. een onderste, een tweede en derde ruim”. (Gn 6:16). Kortom: werk aan de winkel!

De lading werd ook zorgvuldig geselecteerd.
“.. u moet zich inschepen.. met uw zonen, met uw vrouw, en de met de vrouwen van uw zonen” (Gn 6:18). Mooi gebaar dat de hele familie mee mocht natuurlijk.

“Neem van alle reine dieren zeven paar mee, .. maar van alle onreine dieren één paar, ..ook van de vogels in de lucht zeven paar.” (Gn 7:2) Geen sinecure overigens om die te vangen.

En dan natuurlijk de nodige proviand inslaan: “Breng verder alle etenswaar bijeen en leg daar een voorraad van aan, zodat uzelf en de dieren kunnen eten.” (GN 6:21).
Wonderlijk trouwens, want nergens staat in de dit stuk hoelang het zou gaan duren allemaal. Lastig lijkt me om dan een boodschappenlijstje te maken voor de buurtsuper.

Ongelooflijke mannetjesputters moeten die familieleden zijn geweest. Geen seconde tijd te verliezen “Want over 7 dagen..” (Gn 7:4) zou Hij beginnen.

Bijzonder trouwens dat het bouwen van zo’n gigantisch schip bij al die andere mensen geen vragen opwekte. “Noach? Wat ben je toch in hemelsnaam aan het doen?” Of zoiets.

En hij hield (deze keer) zijn woord: “En op de zevende dag stortte het water van de vloed over de aarde neer.” (Gn 7:10) en “..braken alle bronnen van de diepte los, de sluizen van de van de hemel gingen open en regen viel..” (Gn 7:11-12).

“Op de diezelfde dag (de zevende) ging Noach de ark binnen..” (Gn 7:13) met zijn familie en alle dieren die ze verzameld hadden. Dat moet een dag vol bloedstollende “religiestress” geweest zijn!

Sympathiek gebaar wel van God. Hij zwaaide ze hoogstpersoonlijk uit. “En de HEER deed de deur achter hen dicht.” (Gn 7:16).

Toen dacht ik toch even een cliffhanger te lezen. Moet vanwege de haast geweest zijn maar Noach en consorten hadden zich niet aan de instructie (zie hierboven Gn 7:2) gehouden.
“Van alle levende wezens kwamen er telkens twee bij Noach in de ark.” (Gn 7:16) “Twee” terwijl er van sommige soorten (vogels en reine dieren) er wel “zeven paar” mee mochten/moesten.

Zou dat zonder gevolgen zijn gebleven? Ondanks dat God er met de neus bovenop stond lijkt Hij dat ook niet in de gaten te hebben gehad. Slordig?

Maar ja, voorlopig bleef het dobberen geblazen. “Het water bleef stijgen op de aarde honderdvijftig dagen lang.” (Gn 7:24). En niet zo’n klein beetje ook. “Vijftien el daarboven steeg het water, zodat het de bergen bedekte” (Gn 7:20)

“Alleen Noach en degenen die bij hem in de ark waren bleven in leven.” (Gn 7:23)

De totale “vernietiging” was een feit. Zijn eerste genocide. En niet zijn laatste, maar daarover later.

 

 
P.S. Binnenkort deel 5. Noach, de veilige landing
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”
P.S. plaatje komt hier vandaan: http://www.christipedia.nl/Artikelen/Z/Zondvloed