Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: metafoor

Vrolijk Paaseiland

paaseiland1
Het Paaseiland is een van de meest afgelegen eilanden in de Stille Oceaan. Lang is er met verbazing naar gekeken. Inmiddels is er wel consensus over de historische achtergronden van het voorheen raadselachtige eiland. Het gehele eiland staat sinds 1995 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Hun erfgoed, onze spiegel.

Ruim voor onze jaartelling arriveerden daar, bij toeval, na een lange reis de eerste bewoners in hun wankele bootjes.

Het was een vruchtbaar eiland.
Het was er goed toeven.
Het eiland was één groot bos.
En natuurlijk was het goed vissen.
Met die combinatie kon de bevolking groeien.
Genoeg natuurlijke grondstoffen immers.
Bomen werden gekapt voor huizen en boten.
Meer mensen, meer huizen, meer boten, meer vissen.
Meer hout nodig.
Hele stukken bos werden gekapt.
Er was immers genoeg.
De mensen hadden het goed, steeds beter.
Er groeide een beschaving.
Daardoor ontstond er ruimte voor religie en kunst.
Het eiland werd versierd met fraaie beelden.

Meer en meer bos moest gekapt worden.
Daardoor ontstond er erosie van de bodem.
Er groeiden geen nieuwe bomen meer op die plekken.
Toen het eiland zo goed als ontbost was, kon de beschaving zich verder niet meer ontwikkelen.
Er ontstond een tekort aan materiaal voor huizen.
Er konden geen boten meer gebouwd/vervangen worden.
Er kon niet meer gevist worden.
Op de geërodeerde bodem kon niets meer groeien.
Er ontstond een ernstig voedsel- en watertekort.
Zonder boten geen reis, naar een ander eiland.

Overleven leidde tot geweld.
Kannibalisme was nog de enige manier om in leven te blijven.
De laatste overlevende stierf aan honger en uitputting.
Met de restjes van de één na laatste overlevende nog tussen zijn tanden.

Alleen de beelden bleven er staan.
Op een verder kaal en leeggeplunderd eiland.
Duizenden jaren later nog…

Paaseiland – een metafoor voor onze planeet. Iets om zuinig op te zijn.

Vrolijk Pasen gewenst!
Het ‘feest’ van het lijden en de wederopstanding. Het eerste wordt gezien als een historisch gegeven. Het tweede nog steeds als een wonder.

“De wereld biedt genoeg voor ieder mens, maar niet genoeg voor ieders hebzucht.”
Mahatma Gandhi

Plaatje: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ahu_Tongariki.jpg

Onkruid vergaat niet


het is al weer een tijd geleden dat ik het sf boek the day of the triffids  las. het is me altijd bij gebleven. het idee dat wild woekerende planten de wereld letterlijk opslokten. “feeeed meee”. zou het bewaarheid kunnen worden? mogelijk. de parthenium hysterophoris  maakt een niet meer te stuiten opmars in grote delen van de wereld. Met mogelijk desastreuze gevolgen voor dieren (dodelijk), planten (verdringing en infectie) en dus de mens. Is het nog te stoppen?

Alien Invader.
Vermoed wordt dat de plant (mutatie) oorspronkelijk uit Mexico komt. Over de wereld verspreid via vervuilde graantransporten. De zaden kunnen jaren wachten tot ze op een bodem komen om te ontspruiten. In het geheel niet kieskeurig kunnen ze overal op groeien. En groeien doen ze. Met eenmaal vaste grond onder de voeten vermenigvuldigen en verdringen ze de andere planten. In razendsnel tempo. Inmiddels resistent  geworden tegen de meeste pesticiden is spuiten geen optie. Met de hand er uit werken ook niet. Mensen krijgen sterk allergische reacties van de plant. Ook geen optie dus.

Dieren die per ongeluk of omdat er geen alternatief meer is van de planten eten kunnen er stevig ontaard van raken. Wordt vee deels gevoerd (bewust of onbewust) met deze plant, dan wordt de melk bitter en het vlees oneetbaar. Het kan zelfs dodelijk zijn. Vruchten worden geïnfecteerd door de in grote hoeveelheden uitgespuwde pollen van de plant. Niet meer te eten. Niet meer te oogsten dus.

Verspreiding.
Amerika: Inmiddels zijn grote delen van Florida overwoekerd. Van daaruit is de plant met een opmars bezig andere delen van Amerika te veroveren.
Australië: is ook al voor een groot deel bezet. Langs de hele oostkust. Verwacht wordt dat het hele continent uiteindelijk bedekt zal gaan worden.
Azië: Miljoenen hectares (India) zijn al opgeofferd aan deze plant. Als dit onkruid zich nestelt in landbouwgebieden leidt dat tot een drastische reductie van de opbrengst aan voedsel.
Zuid-Amerika: Ook daar niet te stuiten. Soja oogsten staan onder druk.
Afrika:de noodkok wordt geluid. Naast de voedselplantages worden ook de natuurgebieden getroffen. Op ongekende schaal verdringen de planten de natuurlijke vegetatie. De in het wild levende dieren worden daardoor gedrongen deze planten te eten eenvoudig omdat er niets anders meer is. Dit leidt tot grote sterfte en de onmogelijkheid zich verder voort te planten.
De bij iedereen bekende trek van de wildebeesten, die elk jaar duizenden kilometers trekken door de Afrikaanse wildernis, komt in gevaar. Mogelijk zullen ze moeten besluiten een andere route te zoeken. Als die nog te vinden is. Met alle gevolgen van dien.

In Europa zijn ook de eerste veldjes al gevonden. Is het nog te stoppen?

Wie had nou ooit gedacht dat na de Killer Bee, de bacteriën en de virussen zich nog een andere levend wezen zich zou aandienen de wereld terug te veroveren op de mensheid? Het zou zomaar kunnen.

Even schrikken bij die gedachte. Nog meer schrok ik toen ik zag dat de blaadjes van de Parthenium Hysterophorus  toch wel serieus leken op die van de rucola. Ook ietwat bitter van smaak. Maar ook met een stevige opmars bezig de ijsbergsla te verdringen in de supermarkten.

Hier alvast een lekker Kerst-recept voor rucola sla. Laat het je goed smaken. Nu het nog kan.

Onderdeel van de serie: creapy creatures.
Bacteriën, één grote beestenboel
Pandemie. Niet een kwestie van of, maar van wanneer.
 
 
P.S. het zou zomaar een metafoor kunnen zijn voor vele actuele onderwerpen. Aan de lezer die te bedenken. Jan Bouma had er al een bedacht en uitgewerkt: zijn wereldtuin. Pagina 108-130 in zijn boek: May all other flags burn in hell
 
 
N.B. Deze blog is ook geplaatst op mijn schaduwblog:
https://aadverbaast.wordpress.com/2010/12/21/onkruid-vergaat-niet/

Plaatje heb ik hier gevonden.
 
 
 
 
 
 
 

Het feestje: mijn metafoor voor het bloggen.

Deze week precies een jaar geleden begon ik met feesten hier op het vkblog. exact honderd feestjes later blik ik terug. en ontdek dat er duidelijke feestpatronen bestaan. spontaan en onbewust. ik doe verslag van mijn bijzondere ervaringen. evaluerend. reden voor een speech, een lange..

mijn feestjes.

Het idee voor een feestje ontstaat spontaan. Meestal ontstaan ze op een van mijn mijmerwandelingen. Ook als spin-off van feestjes en gesprekken. Elders of in mijn huis.
Een gedachte, een kwinkslag, een actualiteit. Altijd iets wat me pakt en bezighoudt. Iets wat me verbaasd.
Hoogste tijd voor het organiseren van een nieuw feestje. Menuutje samenstellen. Enigszins opgewonden ga ik dan inkopen doen. Aan de keukentafel worden de hapjes zorgvuldig voorbereid. De ene keer zoete koek, de andere keer zure bommen. Of allebei. Voor de broodnodige variatie. Ik zet ze neer zodat het er extra smakelijk uitziet. Naar mijn smaak.

Om X uur een hopelijk aansprekende uitnodiging op de net geopende deur geplakt.
Het feest kan beginnen.

Soms om klokslag X komen de eerste gasten binnendruppelen.
Soms duurt het even voordat er iemand komt. “Waar blijven ze toch”?
Volstrekt onvoorspelbaar. Altijd eventjes spannend.
 
“Hé, ben ik de eerste?”. “Ja, leuk dat je er bent.”

Veel voorbijgangers zien het van afstand, en denken “Niet mijn ‘feestje”.

Anderen stappen even binnen. Om zonder iets te zeggen zich weer om te draaien. Soms nog even een vriendelijk knikje achterlatend. Je weet nooit van wie, maar toch.

Weer anderen brengen een kort bezoekje. Denken (met nauwelijks tijd om een welkomstgroet af te wachten) “Op naar het volgende feestje, ik wilde je even laten weten dat ik er was”.

Nog weer anderen blijven wat langer hangen. Zeggen wat. Luisteren nog even naar het antwoord, en afhankelijk van het antwoord besluiten ze om maar weer weg te gaan of nog even te blijven of terug te komen.

Nog een groep die geboeid door de omgeving, de hapjes, of de opmerkingen van de gasten en/of gastheer, wat langer blijven hangen en zich mengen in de gesprekken. Gasten die zelf ook feestjes organiseren, en gasten die zelf nooit feestjes organiseren, maar de behoefte voelen andere feestjes wat op te vrolijken met hun aanwezigheid. Dat doen ze dan ook gelukkig.
Gangmakers, zuurpruimen, muurbloempjes, kenners, luisteraars, schreeuwlelijkerds, grappenmakers, mopperkonten, gelukszoekers, goeroes, stokpaarden, gezelligheidsdieren, ach van alle smaken wat. Een bont gezelschap. Gelukkig geen eenheidsworst.
 
Het feest komt daarmee pas echt goed op gang. Soms in groepjes, soms in een grote kring. Gelach en  serieuze discussies wisselen elkaar af. Alles is bespreekbaar. Alles wordt besproken. Soms in het algemeen, soms recht op de man af.

De eerste blijvers verlaten het pand weer. De plakkers blijven over. Soms tot diep in de nacht. De gesprekken vliegen alle kanten op. Nog wat eten van de inmiddels wat oude hapjes tot het suggereren/maken van nieuwe.
Soms over oude koeien. Soms volkomen verrassend en vernieuwend uit de hoek komend. Soms worden nieuwe hapjes meegenomen en aangesneden.

Wereldproblemen passeren de revue, en worden van alle kanten belicht, soms zelfs ‘opgelost. Ernst en luim wisselen elkaar in hoog tempo af. De gasten vermaken zich prima! Anderen willen hun gelijk halen. Soms lukt dat, soms niet.

Af en toe wordt er nog even op de deur geklopt. “Wat laat, maar ik wilde nog even wat kwijt”. Op het eind van de avond wordt er soms aangeboden om mee te helpen afwassen. Soms wordt spontaan afgesproken tot een afterparty. Of ik er zelf bij ben of niet. Een keer wel twee maanden lang.

Ik ben dol op feestjes. Zulke feestjes. Feesten kun je alleen met een bont gezelschap van gasten. Altijd: leuk dat je was! Gauw denk ik dan weer aan een volgend feestje!

Feestjes van anderen.

Altijd lees ik alle uitnodigingen. Spreken die me aan? Wekt het de nieuwsgierigheid op? Vaak loop ik even binnen. Lekkere hapjes? Even de sfeer proeven. Ik zeg er alleen wat van als iets me raakt. Stel een vraag, of maak een opmerking over een bepaald ingrediënt waar ik mijn vraagtekens bij stel of onbekend mee ben. Ik verlaat dan het pand met nog een stil compliment. Al is het voor de moeite.
Soms draai ik me meteen om. Dit is niets voor mij. Ik gun iedereen zijn eigen feestje.

Ik ga altijd even kijken bij uitnodigingen waar ik de gastheervrouw niet ken of nog niet zo goed ken. Altijd in voor iets nieuws. Ik laat me graag verrassen. ‘Wat de boer niet kent..’ is een gezegde, maar is voor mij een aanbeveling.

Ik merk dat ik sommige feestjes ga vermijden waar ik eerder geweest ben. Dat kan om meerdere redenen zijn. Met de gastheer valt niet te praten, of laat je niet in je waarde, of de gastheer ontvangt je, maar geeft nooit antwoord op je vraag of begroeting. Dat voelt niet als een gastvrij onthaal. Ik kwam immers voor een feestje.

Er zijn zelfs feestjes waar de gastvrouw/heer niet toestaat dat de gasten iets zeggen. Nodig dan ook niemand uit denk ik dan. Of feestjes waar selectief gasten, afhankelijk van wat ze zeggen, de mond wordt gesnoerd. Of zelfs worden verwijderd. Ieder vult zijn begrip van gastvrijheid zelf in. Vreemd vind ik het wel. Ligt het aan de gastheer of zijn gast? Wat is ongepast? Niet bevorderlijk voor een open en verzoenende sfeer. Ik ben minder in voor dit soort ‘spannende’ feestjes. En de spannende sfeer die dat oproept. Bij sommigen blijf ik toch komen. Met enige reserves, maar ja die hapjes..

Na her en der zo flink gefeest te hebben, groeit er een langzamerhand een voorkeurslijstje. Ik ga daar eigenlijk altijd naar toe. Omdat ik weet dat de hapjes en de sfeer me eigenlijk altijd wel zijn bevallen. Ik snack dan mee, meng me in het gesprek, en ga meestal voldaan naar huis. Soms wat minder. Maar ja, soms gaat er wel eens een feestje de mist in naar mijn smaak. Soms laat ik dat weten, soms niet. Ik heb geen behoefte om hun feestje te verpesten.

Ik ga graag naar feestjes waar levendig wordt gediscussieerd. Neem er even of intensief deel aan, of luister alleen maar. Ik laat me graag inspireren. Juist op een onderwerp waar ik niet in thuis ben. Dat lukt niet altijd. Of omdat het me soms te ingewikkeld wordt. Het inspireert me niet als er enkel wordt voorgedragen uit andermans werk. Het wekt de schijn dat de hapjes even snel bij de cateraar zijn opgehaald. Als je veel van een ander overneemt blijft er weinig van jezelf over denk ik dan. Kracht ontlenen aan de uitspraak van een ander is toch een zwaktebod?
 
Dan ga ik weer regelmatig naar feestjes waar een heerlijke rust van uitstraalt, en/of de snacks van bijzondere smaak zijn. En meestal laat ik  dan ook graag even weten. Zelfs als de gastvouw/heer even geen tijd heeft. Soms zijn de hapjes toch onweerstaanbaar.

Soms bezoek ik een tentoonstelling. Kan menigmaal boeien. Ook zonder dat de maker aanwezig is. Soms laat ik een reactie achter in het gastenboek. Als het me op de een of andere manier raakt. Anders niet. Dichtkunst laat me inzien dat mijn brein ernstige beperkingen heeft. Dat frustreert me. Gelukkig dat er cursussen ‘ligt verses’ zijn. Die volg ik. Misschien wordt het ooit wat. En ga die anderen gedichten ooit wel snappen. Nooit te oud om te leren.

Ik ga niet meer naar feestjes waar er wordt geroddeld over anderen, of waar het nergens over gaat, of waar gebleken is dat de snacks volstrekt smakeloos zijn naar mijn smaak. Of waar elke keer hetzelfde gesprek wordt gevoerd, of waar enkel wordt geruzied of gepest.
Ik leerde een nieuw en heel naar woord: “ad hominem”. Soms val je er per ongeluk midden in. Maar dan ben ik gauw weer weg. Het boeit en bind me niet.
Soms kan ik het niet laten even te vragen waar ze in vredesnaam mee bezig zijn. Of kijk ik toch even naar binnen door het open raam. Op het gekrakeel afkomend. In stomme verbazing en ontzetting dat sommige gasten blijkbaar hun plezier ontlenen aan schelden naar anderen. Met kreten waar de ‘K-jongeren’ nog watjes bij lijken. Daar gaat het zelfs vaak over trouwens.
Net zo’n klein groepje overigens die het voor anderen probeert te verpesten. Integratie? Ik zie daar enkel segregatie. Waarheid pacht je niet. Alles is perceptie.

Bij één feestje mag ik niet eens meer komen. Ik had me een enkele keer laten verleiden tot het maken van kritische opmerkingen dat elke keer op al die vele feestjes dezelfde smakeloze snacks werden opgediend. En dat je er wel gek van kon worden, als je dat al niet was. Mijn gekke bek kan ik niet daar meer trekken.

Ieder zijn eigen feestje, op zijn eigen manier. En dat is maar goed ook. Dan valt er wat te kiezen immers. Soms mis ik een mooi feest. Jammer.

Er is wel overal feest, maar het is niet altijd feest. Er zijn meer dan genoeg feestjes die mij aanspreken en die ik graag bezoek.

Bloggen is voor mij één groot feest!

P.S. 1
Mijn eerste voorzichtige feestje was: Hij die zonder zonden is werpe de eerste steen
Geen gek thema zo bleek in dit feestelijke jaar. Nog steeds een ‘hot ‘ thema.
Niet zo veel gasten toen nog. Maar dat werd gelukkig vrij snel anders.

Inmiddels hebben mijn gasten in het afgelopen jaar meer dan 100.000 keer dit huis bezocht. En daar ben ik heel dankbaar voor. Zonder jullie was het geen feest geweest. Nog een reden voor een feestje! Leuk dat je er weer bent. Dit feest kan weer beginnen.

P.S. 2
Nóg een speciaal feestje. Feest!  Zilvertje is vandaag jarig. Hoera!!!!! Altijd feest bij haar. Ze is goud waard.

Noot:
Oh ja, voor alle duidelijkheid: het is mijn metafoor, ik zeg hiermee niet dat het de metafoor is. Ieder haar/zijn eigen metafoor. Voor een breder begrip/inzicht ben ik uiteraard geïnteresseerd wat de jouwe is.
Of misschien is er wel geen metafoor. Doen we het niet gewoon voor ons plezier? Ook in de hoop er anderen mee te plezieren? Gedeelde vreugd is dubbele vreugd immers.