Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: kamperen

Nationale volkssport: het campinggluren.

De jaarlijkse grote volksverhuizing gaat weer beginnen. We hebben er weer zin in. Dus: inpakken en wegwezen! De tentjes zijn weer van zolder gehaald. Het weer van voorbije jaren er nog in. De sleurhut en klapkar staan al op ‘de dam’. Ook die lucht doet denken aan voorbije tijden toen we op een kluitje in het riet zaten. Een beetje Nederlander neemt zijn eigen mud aardappelen mee. Dan voel je je pas echt thuis. Snel de file in, het vertrouwde gevoel van alledag, maar dan anders: niet naar het werk, maar op weg naar vakantie! Op weg naar het grote genieten.

Al krentenbollend etend en thermoskannen legend, veilig aangekomen. De eerste stresstesten zijn overwonnen. Op de camping is het een drukte van jewelste. Ontdek je plekje. Eerste prio: schotel instellen. Aardige buurman. De scheerlijnen van de partytent mochten best de zijne kruisen. Gezellig muziekjes! Van alle kanten ook nog. Het eerste biertje laat zich goed smaken. Vastgeketend aan de tuinstoel, om er voorlopig niet meer uit te komen…

Zei Youp van het Hek het al niet: “Het hele jaar zwoegen en zweten, om twee weken klein te kunnen gaan wonen?”

Laat ik me nou al heel lang hebben afgevraagd wat de grote aantrekkingskracht zou kunnen zijn van kamperen.

Om toch een antwoord te krijgen op deze prangende vraag zat er niets anders op dan het te gaan proberen. Om een degelijk stukje veldwerk te gaan verrichten. Vrijwillig ben ik maanden te velde gegaan. Voorzichtig uiteraard. In het voorseizoen. De cultuurschok van het hoogseizoen nog even vermijdend. Er zijn natuurlijk grenzen!

Maar om een lang verhaal kort te maken: ik ben verkocht. Ik weet nu wat de kern van het genot is!

Het is het campinggluren.

Het destillaat van het leven trekt aan je voorbij. Een massabijeenkomst van exhibitionisten en voyeurs. Vanuit de ongemakkelijk stoel is het letterlijk en figuurlijk een drukte van jewelste. Een genot om het te aanschouwen. Daar kan geen attractiepark tegenop. Voor ‘een dubbeltje’ op de eerste rang.

Een feest van herkenning voor me. Het is immers een variatie op de andere nationale volkssport die ik met velen gaarne beoefen: terrasgluren. Ik leg voor een vergelijkbaar genot wel twee euro neer om het  een half uurtje mee te mogen maken. En daarvoor krijg ik een gratis consumptie ook nog! Het kost wat, maar dan heb je ook wat.

Ik blijf campinggluren. Maar wel met één voorwaarde: in het voor- en/of naseizoen, op vrijwel lege campings. Waar nog stilte heerst.

In het hoogseizoen ga ik dan wel hier op een terrasje zitten. Ook om te gluren. Maar dan eventjes.
Om dan snel weer de oorverdovende stilte op te zoeken.

Ik wens iedereen (die nog ‘moet’) een heerlijke vakantie!

.

Mijn rondje langs vluchtelingenkampen..

honderdduizenden mensen trekken de grenzen over. in alle haast, vluchtend, op zoek naar een plekje buiten de vertrouwde eigen woonomgeving.

Op overvolle stukjes vreemd land waar nog net een plaatsje gevonden moet worden. Stress van de lange en vermoeiende reis over overvolle wegen, ook vol met vluchtelingen.
Geperst tussen onbekende buren met hetzelfde lot. De touwtjes die het verbleekte doek overeind moeten houden kruisen de touwtjes van de mensen die ook hier hun toevlucht gezocht hebben.

Links en rechts trachten de onwennige bewoners op een inmiddels zwart geblakerd bakje gevuld met wat houtskool een ongebalanceerde hap te bereiden. Het eten inmiddels net zo verbrand als de schamel en armoedig deels ontklede lijven, die wezenloos naar die bak staren. De vrouwen zoeken hongerend en afwachtend de weinige schaduwplekken op.

Veelal worden de dagen al ‘kampzittend’ doorgebracht.
Niet vergeten om brood te vragen voor de morgen, zeg de vrouw nog, net voordat zij op een stinkend gat in de grond, het brood van gisteren gaat lozen, over de verse sporen van de voorgangers.
Op weg een wasje te doen in verzamelbakken, in de rij bij één van de weinige wasplaatsen die het kamp kent.
Water haal je bij enkele centrale kranen. Nog met een bordje erop: drinkbaar (in de lokale taal). Maar er zit wel een luchtje aan.

In de avond een plotselinge heftige onweersbui. Sissend doven de vuurtjes. Het terrein staat blank. In paniek worden met beperkte middelen geultjes gegraven om de schade te beperken. Niet bestand tegen de heftige windvlagen gaan de eerste afdakjes tegen de vlakte. Bezorgd worden te vroeg de inmiddels klamme lappen opgezocht.
Hopend dat dit snel voorbij zal zijn. Hopend op de omslag.

Wat is dat toch, dat zoveel mensen in de zomer vrijwillig de campings intrekken?

Wat is dat toch, dat zoveel mensen het hele jaar onvrijwillig in vluchtelingenkampen moeten zitten?
Solidariteit? Ook eens willen meemaken hoe dat voelt?

Onwaarschijnlijk: die honderdduizenden westerlingen komen thuis, en zeggen dan: ik heb een heerlijke vakantie gehad!

Maar waar vluchten ze dan wel voor? En waar zijn ze naar op zoek wat ze thuis moeten missen?

Foto: Red een kind