Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: jordaanstreek

God verwoest Sodom en Gomorra

800px-John_Martin_-_Sodom_and_Gomorrah

Afl 11. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Lot (de volle neef van Abraham, die ook met hem in Egypte was) woonde inmiddels in Sodom (Gn 13:12) . Abraham kon het ook wel goed vinden met de koningen van Sodom. God niet, zo zou blijken.

Toen de koningen van Sodom en Gomorra een keer verdreven waren (GN 14:10) , en die “vijanden” ook Lot hadden ontvoerd, had Abraham Lot bevrijd met een eigen militie van “318 man” (Gn 14:14). De buit gaf hij terug aan de Koningen (Gn 14:16). Ja, dan kun je wel een potje breken bij hen natuurlijk.

Maar voor God was Sodom en Gomorra al langer een nagel aan zijn doodskist.

“Daarom zei de HEER: ‘Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! Uitermate zwaar is hun zonde! Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is gekomen; Ik wil het weten.” (GN 18:20).
Die “roep” kan overigens niet van Abraham of Lot zijn gekomen. Die waren immers dikke vrienden met die lui.

Opvallend stukje overigens. Er ontgaat Hem wel eens iets. God ‘ziet’ niet alles zoals velen claimen die Hem denken te kennen. Hij moet eigenhandig “naar beneden” komen om zich van iets te vergewissen. Maar dat terzijde.

Inmiddels werd al gauw duidelijk in Zijn gesprek met Abraham dat God besloten had die hele stad te “verdelgen” (GN 18:24).

Geheel tegen het zere been van Abraham (met zijn oogappel Lot in het achterhoofd) die op kunstige wijze weer met Hem aan de onderhandelingstafel ging zitten met als argument: “Zoiets kunt U toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!” (GN 18:25).

God leek er nog in te trappen ook: Uiteindelijk beloofde Hij: “Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien (rechtvaardigen) (Gn 18:32).

Alweer een valse belofte. Want het besluit de stad te verwoesten had Hij al lang genomen. Hij zond twee engelen naar Sodom, die bij Lot onderdak vonden. “Wij gaan de stad verwoesten” (GN 19:13).

Super gastvrije gast overigens die Lot. Toen de stedelingen aan de deur bonkten om ook “omgang” (GN 19:5) te kunnen met zijn gasten ging hij wel heel ver: “Luister eens; ik heb twee dochters die nog nooit bij een man zijn geweest. Die wil ik wel naar buiten brengen; dan kunnen jullie met hen doen wat je wilt. Maar laat die mannen met rust, want zij staan onder bescherming van mijn huis” (GN 19:8).

Tja, je zal maar zo’n vader hebben. Tikje van de molen van Abraham, denk ik dan. Die gaf immers eerder zijn vrouw al aan de farao voor eigen gewin.

Die engelen gingen echter voortvarender aan de slag: “Degenen die voor de deur stonden, klein en groot, sloegen zij met blindheid, zodat zij de deur niet meer konden vinden” (GN 19:11).
Geen halve maatregelen. Echt jongens van de gestampte pot!

Lot, zijn vrouw en zijn twee dochters werden door de mannen op tijd voor “de bestraffing van de stad” (GN 19:15) geleid naar een plekje buiten de stad. “Kijk niet om, blijf nergens in de buurt staan.. anders komt u om” (GN19:17). Geen tijd te verliezen denk je dan nog. Bleek heel anders uit te pakken zo zou blijken..

“Zodra de zon was opgekomen en Lot in Soar (zuidoostkust van de Dode Zee) was aangekomen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Hij verwoestte die steden en de hele streek, met alle bewoners en alles wat er groeide” (GN 19:24).

Mijn hemel!! Mijn God!! God schuwt het gebruik van chemische wapens en napalm niet om een hele bevolking te bestraffen!

Lot had overigens een flinke voorsprong op zijn vrouw genomen. Niets samen uit, samen thuis. Vooral bezorgt om zijn eigen hachje blijkbaar.

Lot ging dus toch maar even uitkijken waar hij uithangt dus. Dom, dom, dom.
“De vrouw van Lot.. keek om en veranderde in een zoutklomp” (GN 19:26).
Je moet het maar bedenken! Verkeerde inschatting (spraakverwarring.) van GN 19:17. Je moet ook overal rekening mee houden blijkbaar.

Abraham ging de volgende morgen toch maar even kijken daar. “Hij keek omlaag naar Sodom en Gomorra en heel de Jordaanstreek, en zag een walm opstijgen, als de rook van een smeltoven” (GN 19:28)

Maar dan rol ik alweer van mijn stoel als ik vervolgens de samenvatting/evaluatie/afronding lees van dit duivelse spektakel:
“Zo hield God … rekening met Abrahams wens en liet hij Lot ontsnappen..” (GN 19:29).

Dan moet je je toch wel in heel vreemde bochten gaan wringen om dit als een bewijs te kunnen zien voor de stelling “God is liefde”…

Of zijn (selectieve) liefde voor Abraham (en in zijn kielzog Lot) verder nog wat zou opbrengen, daarover een volgende keer.

 
P.S. Binnenkort deel 12. Deugdzaam en rechtschapen?!
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:John_Martin_-_Sodom_and_Gomorrah.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”