Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: Isaak

Exodus. Slaven in Egypte

12b

Deel 16 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had weer even (~400 jaar!) liggen slapen. Ondertussen was er iets dramatisch fout gegaan. Was Jozef nog onderkoning in Egypte. Had hij zijn steenrijke familie (60 man) laten overkomen. Nu waren alle nakomelingen inmiddels slaven geworden in Egypte. Geen pretje voor die lui natuurlijk. En dat waren er nog al wat geworden inmiddels.

Gods gebod “Wees vruchtbaar en wordt talrijk” (Gn 35:11) was niet aan dovemansoren gericht.
Vergeleek de Paus recent zijn ‘schapen’ nog met konijnen, toen wisten ze er ook wel raad mee: “De Hebreeuwse vrouwen, .., ze baren zo vlug dat ze hun kind ter wereld brengen nog voordat de vroedvrouw erbij is” (Ex 1:19).

De nakomelingen van de familie “.. werden zeer talrijk en sterk, zodat het land vol van hun raakte.” (Ex 1:7). En niet zo’n klein beetje ook: “..ze zijn nu al talrijker dan de bevolking van het land..” (Ex 5:5)

Geheel tegen het zere been van de farao, die dan ook rigoureuze maatregelen nam. “..toen stelden ze werkbazen over het volk aan, om hen door dwangarbeid te onderdrukken” (Ex 1:11) en “zij maakten hun het leven zuur door hen hard te laten werken in steenbakkerijen en op het land” (Ex 1:14).

En om hun groeimodel wat te beteugelen: “Toen beval de farao al zijn onderdanen: ‘Iedere (Hebreeuwse) jongen die geboren wordt moet u in de Nijl gooien; de meisjes kunt u in leven laten” (Ex 1:22).

Geen halve maatregelen natuurlijk. Maar ja iemand “in de Nijl gooien” kan ook in een mandje had iemand bedacht. Het mandje werd gevonden door de dochter van de farao. Die hem liefdevol liet verzorgen. “Zij noemde hem Mozes, ‘want’, zo zei ze, ‘ik hem uit het water gehaald.’ “. (Ex 2:10)
Welk een sprookje.

Behoorlijk beschermd opgevoed (hij wel..) natuurlijk maar 40 jaar later (!) ging Mozes toch maar eens “naar zijn broeders, en was getuige van hun dwangarbeid.” (Ex 2:11).
Werd boos op een Egyptenaar die “een Hebreeër neersloeg” (Ex 2:11).
“Hij keek naar alle kanten en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar neer en verborg hem onder het zand.” (Ex 2:12)

De farao kwam er toch achter. Mozes vluchtte het land uit en ging naar Midjan.

En God? Heeft al die eeuwen geen hand uitgestoken. Terwijl zijn ‘uitverkoren’ volk al die jaren zwaar moest bukken onder dwangarbeid. Maar op een gegeven moment “vanuit hun slavenarbeid drong hun gejammer door tot God” (Ex 2:23). Het zou tijd worden zeg!

“De HEER sprak: ‘ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien.. Ik ben afgedaald om hen te bevrijden.. om hem weg te leiden naar een land dat overvloeit van melk en honing..”. (Ex 3:8)
“Ga er dus heen, Ik zend u naar de farao. U moet mijn volk.. uit Egypte leiden”. (Ex 3:10)

En tegen wie zie Hij dat? Juist ja: Mozes. Dacht lekker teruggetrokken te kunnen genieten van zijn oude dag. Inmiddels 80 jaar oud. Daar wordt je niet vrolijk van natuurlijk.

Kijk, we wisten al dat God geen fijne neus voor het selecteren van de juiste vrienden. Nu weer een moordenaar. Die ook nog eens helemaal geen zin had om voor deze “klus” geselecteerd te worden. Dat gaat nog een hele uitdaging worden.

Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 17: Mozes, Gods tovenaarsleerling
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.victorianweb.org/painting/poynter/paintings/karp2.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Jozef, Egypte. De eindbalans van Genesis

1024px-Konstantin_Flavitsky_001

Deel 15 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Aartsvader Jacob had 12 zonen en 4 vrouwen. Jozef (de jongste) was zijn oogappel. Een dromer met bijzonder talenten. Hij zou het ver schoppen.

Het laatste deel van Genesis (Gn 37-50) leest als een spannend jongensboek.
God is in geen velden of wegen te bekennen, dat scheelt al weer. Ik zal de lezer de details besparen, maar kort samengevat komt het op het volgende neer.

– Jacob is dol op zijn zoon Jozef (van zijn lievelingsvrouw Rachel).
– Jozef is een dromer. Vertelt zijn dromen aan zijn broers.
– Die interpreteren die droom dat ze ondergeschikt zouden worden aan Jozef.
– Dat zet kwaad bloed bij zijn broers.
– Zijn broers willen hem ‘daarom’ vermoorden.
– Werpen hem in een put, maar besluiten hem dan toch maar te verkopen als slaaf.
– De zoons vertellen vader dat Jozef verslonden is door dieren.
– Jozef wordt weer doorverkocht als slaaf aan het hof van de Farao.
– Maakt daar carrière.
– Slaat de avances van een hofdame af.
– Maar wordt in het gevang gegooid omdat zij claimde dat hij haar wel verleid had.
– Jozef blijkt daar dromen te kunnen uitleggen. Zijn uitleg komt nog uit ook.
– Dat wordt opgemerkt door de Farao.
– Jozef legt een droom uit van de farao. “7 vette en 7 magere jaren”.
– Jozef krijgt een hoge positie bij het hof. Wordt zelfs onderkoning.
– Goede manager. Weet door slim voorraadbeheer de 7 magere jaren door te komen.
– Een paar broers komen bij hem op eten te kopen. Ze herkennen hem niet, maar hij hen wel.
– Jozef verzoent zich met zijn broers, en er volgt een weerzien met zijn vader Jacob.
– De hele familie (inmiddels 60 man) gaat op uitnodiging in Egypte wonen.

Lekker verhaal, leest lekker weg. Haast een sprookje. “En ze leefden nog lang en gelukkig” had er kunnen staan bij de afronding van het boek Genesis. Stond er niet. Kon ook niet, want er staat nog van alles te gebeuren. Maar daarover later.

De balans van Genesis: “Het Boek der Wording”.
God heeft er een bende van gemaakt. Leuk idee: een paradijs scheppen. Wie wil dat niet?
Maar Hij schiep het al vol weeffouten. En wist die niet te repareren. Toen liep het helemaal uit de hand. Zag geen andere uitweg dan maar de hele boel te vernietigen (de zondvloed). Hielp ook al niet. Vernietigde links en rechts heel wat ‘dissidenten’. En koos de verkeerde vrienden, die Hij overmatig beloonde.

Was het “de juiste man op de juiste plek”? Wie zal het zeggen.

Vooralsnog lijkt Hij eerder een slechte manager met weinig visie te zijn. Een koppige, eigenwijze, brute, wrede, narcistische, arrogante en bij vlagen domme man?

Dan kunnen we ook niet verbaast zijn dat het resultaat er ook naar is. Zeker als zo iemand de ‘wapens’ in handen heeft om zijn ideeën ook kracht bij te zetten.

Het boek Genesis had dan ook beter “Het Boek der Verwording” kunnen heten.

Maar misschien zie ik het verkeerd en komt het nog goed in het vervolg. Ik laat me graag verrassen.

 

P.S. Binnenkort deel 16: Exodus. Slaven in Egypte
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Konstantin_Flavitsky_001.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Isaak, Jacob, Israël en GTST

breenbergh_jakob_engel_grt

Deel 14 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. De getraumatiseerde eerste zoon van Abraham (Isaak) werd ook schatrijk door list en bedrog. De onvruchtbare vrouw van Isaak werd zwanger nadat God haar schoot had ontsloten (Gn 25:21).

Van een tweeling nog wel! Ze voelde het al aan haar water: “Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar stootten, dacht ze, als het zo doorgaat, wat staat mij dan te wachten?” (GN 25:22).

“En de HEER sprak tot haar: Twee volken zijn het, die u draagt; twee volksstammen die al in uw schoot uiteengaan. Een van de twee zal machtiger zijn: de oudste zal dienstbaar zijn aan de jongste” (GN 25:23).
Voorziene blik van God zo zou blijken.

De eerstgeboren was Esau (betekent: de behaarde), en Jacob kreeg zijn naam, onderkruiper, hielenlikker, omdat hij bij zijn geboorte de hiel van Esau vasthield. (Gn 25:26). Dat belooft wat.

Jacob zou zijn naam eer aan doen, want er ontspint zich een verhaal waar de scenarioschrijvers van GTST nog hun vingers en hielen bij af kunnen likken. Ik zal u de details besparen van deze sappige episoden.

Een korte samenvatting:

– Hij ontfutselt het eerstgeboorterecht van Esau met een kopje soep linzensoep. (Gn 25:30-34).
– Hij belazert zijn bijkans blinde vader door zich te vermommen als Esau.
– Krijgt door die ““listige leugen” (Gn 27:35) de bevestiging dat hij het eerste geboorterecht heeft.

En er was nogal wat te erven! Isaak was “tenslotte schatrijk” (Gn 26:13). Aartje naar zijn vaartje. Haalde dezelfde truc uit als Abraham door ook te vertellen dat zijn vrouw Rebekka zijn zus was. List en bedrog voor eigen belang. Legde hem geen windeieren. Bij Abimelek (koning van de Filistijnen) zat de schrik er nog goed in! (Gn 26:7-14).

– Jacob droomde over een ladder naar de hemel. (GN 28:12).
– Verbindt een aantal voorwaarden om God tot zijn HEER te laten zijn. (Gn 28:20-21).
– Werkte 14 jaar in Laban om een paar vrouwen te krijgen (Gn 29:15-28).
– En maakte nog wat slavinnen zwanger om nog meer kinderen te krijgen. (GN 30).
– Belazert zijn trouwe werkgever Laban.
– Door alweer een vermommingstruc uit te halen. Nu met dieren. (Gn 30 25).
– En “Zo werd Jacob buitengewoon rijk” (Gn 30:43).
– Op de vlucht voor Laban neemt Jacob de dochters van hem als “krijgsgevangenen” mee. (Gn 31:26).
– Gooit het uiteindelijk op een akkoordje met Laban.
– Onderweg vecht hij een robbertje met God. De hele nacht.
– Wint uiteindelijk wel, maar wordt wel voor altijd mank toen God hem een stevige klap op zijn heup had gegeven.

Gevoelige noot: “Tot vandaag de dag” eten zijn de afstammelingen nog steeds geen heupvlees! (GN 32:33).

Tja, onderkruiper, hielenlikker, leugenaar, belazert zijn broer en zijn vader, ontvoerder, vechtjas, dief, dromer, onbetrouwbare werknemer, en polygamist (“toen was geluk nog heel gewoon”) met een overmaat aan testosteron.

En God? Die vond het allemaal helemaal prima. En gaf hem zelfs de hoofdprijs toen Hij zei: “Uw naam is wel Jacob, maar voortaan zult u geen Jacob meer heten, maar Israël.” (GN 35:10)
“Ik ben God de Almachtige. Wees vruchtbaar en wordt talrijk, een volk, een menigte van volken zal uit u voortkomen, en koningen zullen uit uw lendenen afkomstig zijn.” (GN 35:11).

Hoe bont moet je het maken goede maatjes met God te worden?

Aartsvader Jacob werd 180 jaar. En liet 12 zonen achter. (GN 35:22-29)
Ruben, Simenon, Levi, Juda, Issakar en Zebulon (van zijn vrouw Lea).
Jozef en Benjamin (van zijn vrouw Rachel).
Dan en Naftali (van de slavin van zijn vrouw Rachel: Billa).
Gad en Aser (van de slavin van zijn vrouw Lea: Zilpa).

Grootvader Abraham wist al van wanten, vader Isaak moet PTSS hebben gehad. En zijn zoon Jacob was geen lieverdje. Wat een familie! Wat een armoede, waren er op de aarde echt geen betere “oogappels” te vinden”?

We moeten dan ook niet vreemd opkijken als uit zo’n verknipte familie, met zo’n gestoorde vader als Jacob rare fratsen ontstaan. Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 15. Jozef, Egypte. En de balans van Genesis.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/715.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Gods wrede beproeving van Abraham

juan-de-valdes-leal-the-sacrifice-of-isaac

Deel 13 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Een van meest ongelukkig passages uit Genesis. God vond het nodig Abraham zwaar op de proef te stellen. “Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt, .. , en draag hem daar, op de berg, die ik u zal aanwijzen, als brandoffer op” (Gn 22:2)

Onbegrijpelijk, maar waar. Abraham sputterde deze keer niet eens tegen. Dat was wel eens anders geweest.

“Daarna ging hij op weg naar de plaats die God hem had aangewezen.” (Gn 22:3).
“Daarop liet Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes.” (Gn 22:6).

Isaak (ook niet dom) was nogal verbaasd: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?” (Gn 22:7).
Abraham (kon de waarheid verdraaien als geen ander): “God zal zelf wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22:8)

Abraham (de rust zelve blijkbaar): “Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, bovenop het hout.” (Gn 22:9).

“Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon te offeren..” (Gn 22:10) kwam er een engel (niet eens God zelf!), en hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan, en doe hem niets! Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij, uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.” (Gn 22:12).

Tja, beste lezer, ik weet niet hoe het jou vergaat maar ik wordt echt kotsmisselijk als ik dit lees.

Hoe kan je het bedenken? Hoe wreed kan iemand zijn??

En dan ook nog enkel om te testen of nota bene je zielemaatje je wel echt vreest en onvoorwaardelijk je krankzinnige bevelen opvolgt. Ik kan er echt niet bij.

Maar God was echt helemaal in zijn nopjes! En beloonde Abraham voor zijn ‘goede gedrag’.
“..omdat u dit gedaan heeft en Mij uw zoon niet hebt onthouden, zal ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan het strand van de zee.” (Gn 22:16-17).
Niets nieuws onder de zon overigens. Een dergelijk belofte had Hij al eerder gedaan. (Gn 13:16 en Gn 15:5)

Maar nu ging Hij nog veel verder: “Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.” (Gn 22:17). Dat belooft weer wat..

En dat alles “..omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.” (Gn 22:18). Kost wat (op aangeven van God bereid zijn je enige zoon te doden) maar dan heb je ook wat, zal Abraham gedacht hebben.

Isaak heeft natuurlijk wel de schrik van zijn leven gehad. Getraumatiseerd voor het leven.

Had hij nu geleefd, dan hadden jeugd- en gezinszorg er ongetwijfeld de handen vol aan gehad er nog iets leefbaars van te maken.

Of dat gevolgen heeft gehad, daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 14. Jacob, Israël en GTST
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.wikiart.org/en/juan-de-valdes-leal/the-sacrifice-of-isaac-1659
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Gods tweede verbond: de besnijdenis

Sara leidt Hagar tot Abraham

Afl 10. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Terwijl de stammen rondom Abram (inmiddels 85) elkaar afslachtten (Gn 14) maakte hij zich zorgen dat er geen nageslacht zou komen. Sarai (zijn bloedmooie vrouw, halfzus en onvruchtbaar) had een slavin: Hagar. Sarai had een plannetje.

“Je weet dat de HEER mijn schoot heeft gesloten, Ga dus naar mijn slavin: misschien krijg ik een zoon van haar” (Gn 16:2).
Niet voor een kleintje vervaard, stemde Abram daarmee in. “Hij had gemeenschap met haar en zij werd zwanger”. (Gn 16:3-4).

Kon je op wachten: mot in de tent. Hagar werd “hooghartig” tegen Sarai. Sarai boos op Abram. Sarai maakte het leven van Hagar zuur. Hagar vluchtte de woestijn in. Waar een engel van God (?) haar vond. (Gn 16:4-7)

“Ga naar uw meesteres terug en dien haar”. “Uw nakomelingen zal ik talrijk maken”. “U zult een zoon baren en hem Ismaël noemen.” (Gn 16:9-11)

Maar ja, of hem nu een goed leven beschoren zou zijn was maar helemaal de vraag: “Een wilde ezel wordt hij, zijn hand gaat omhoog tegen allen, en allen verheffen de hand tegen hem; al zijn broers trotseert hij!” (Gn 16:12)
Dat belooft alweer niet veel goeds.

Inmiddels 13 jaar (in relatieve stilte) later kwam de Heer weer eens bij Abram langs. Inmiddels 99. Om een verbond met Abram te sluiten.

“Ik zal u zeer vruchtbaar maken, volken zal ik van u maken, zelfs koningen zullen uit u voortkomen.” “U zult niet langer Abram heten, uw naam zal Abraham zijn, want Ik heb u vader gemaakt van vele volken.” (Gn 17:5-6)
“Heel Kanaän.. zal ik aan u en uw nakomelingen geven om het voor altijd te bezitten” (Gn 17:8)
Kijk, toch iets waar je niet gauw nee tegen zegt.

Maar dan tovert God weer iets heel bijzonders uit zijn hoge hoed om deze afspraak te bezegelen. Je krijgt niet iets voor niets in Zijn wereld!

“Alle mannelijke personen moeten besneden worden… dat zal het teken zijn van mijn verbond met u”
Iedereen die dus in uw huis is geboren of door u gekocht is, moet besneden worden.”
“U moet dus mijn verbond onderhouden, u en uw nakomelingen, generatie na generatie.” (Gn 17:9-13)

En alsof dat nog niet genoeg was: “Iedere onbesnedene, .., moet uit zijn stam verwijderd worden; hij heeft mijn verbond gebroken.” (Gn 17:14).
En als doekje voor het bloeden: “Sarai..haar naam zal Sara zijn. Ik zal haar zegenen en ook uit haar zal Ik u een zoon schenken.” (Gn 17:15-16)

Hoe bedenk je het: ergens mee verbonden zijn door afscheid van je voorhuid te nemen?! Je moet er maar opkomen!

Abraham moet er ook van geschrokken zijn. Je gaat toch niet zomaar al die snikkels mutileren om er maar bij te mogen horen immers?

Nog even afgezien dat de mens groots was geschapen naar het “evenbeeld” van God. Met een voorhuid dus. Die er nu ineens vanaf moet? Bekijk het even!

Hij probeerde dus nog even te onderhandelen. “Laat Ismaël liever uw gunst genieten” (Gn 17:18).
Ja, ja, “gunst” en “genieten”. Die Abraham wist het wel mooi te verwoorden. Dat dan ook weer wel.

Maar God liet zich niet vermurwen. “Nee, uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en u zult hem Isaak noemen. Met hem en zijn nakomelingen zal Ik mijn verbond sluiten, een altijddurend verbond.” (Gn 17:19)

Abraham ging verder maar niet meer de messen slijpen over zijn puntje en liet er geen gras over groeien: “.. nog diezelfde dag besneed hij hun voorhuid, zoals God bevolen had.” (Gn 17:23)

Ja, beste lezer, dan weten jullie nu waar dit gebruik vandaan komt en waarom. Vanaf nu gesneden koek!

Een jaar later wierp Sara een zoon. Abraham was toen 100 jaar. Sara inmiddels 90 (!). Abraham zou 175 jaar oud worden. De wonderen waren de wereld nog niet uit. Maar daarover later.

P.S. Binnenkort deel 11. God verwoest Sodom en Gomorra.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.schriftstudies.tk/imghost/Sara%20leidt%20Hagar%20tot%20Abraham.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”