Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: hohoho

Een waar kerstverhaal

kerst bakfiets

Het is er de tijd voor. Een waar kerstverhaal. Niets is wat het lijkt. En toch zullen we het er mee moeten doen in deze tijden van crisis, kommer en kwel. Titel: “Een deksels mirakel!”. Kom er nog maar eens om. En bij deze alvast fijne feestdagen gewenst.

Een deksels mirakel!

De uitnodiging voor de reünie op eerste kerstdag lag al weken op tafel. Jacob had alle nog levende familieleden aangeschreven. “De neuzen worden geteld!” had hij op de uitnodiging gezet. Jacob, wel een beetje de ‘Godfather’ van de familie, kan nogal dwingend overkomen.

Marjan en Janus zaten er wel mee in hun maag. Marjan was uitgeteld en ook nog hoogzwanger. Zij was breed in alle richtingen. Verder hadden ze het niet breed. Janus had in de bouw gewerkt als timmerman, maar inmiddels werkloos geworden. Hij probeerde nu meubeltjes te maken. Met Ikea en de kredietcrisis om de hoek geen sinecure overigens. Hun huisje stond er al vol mee. Nou was dat ook niet zo moeilijk in ‘de stulp’, zoals ze het noemden. Kon je dat wel maken? Een uitnodiging van je broer afwijzen? Die lieve vrede bewaren was hun wel wat waard.

Op de bakfiets naar Ouddorp dan maar. Versneeuwd gelukkig nog een slaapplaats gevonden. Het dorp bestaat voor een overgrote deel uit neven en nichten. Ze hadden het boeren deels moeten verlaten en hun deeltjes tot kleine appartementjes omgetoverd. Ietwat kribbig namen ze intrek, omgeven door spaanplaat. Van ontsluiting was geen sprake. Wachtend op wat komen gaat. Weeïg en vermoeid inmiddels. Ze aten wat brood en een stukje vis. Van vermenigvuldiging nog geen spoor. Morgen de grote dag? De reünie? Of de geboorte?

Marjan en Janus woonden al wat langer samen. Liefde op het eerste gezicht. Negen maanden geleden hadden ze elkaar gevonden in de voedselbank. En nog onbevlekt elkaar met open armen ontvangen. Het was goed zo, vonden ze. Ze zouden de wereld nog wel eens een poepje laten ruiken!

Dat laatste zou niet lang meer duren. Magda, de buur- en vroedvrouw, kon ‘s nachts uitrukken. Dat deed ze dan ook. Zonder tangverlossing floepte het eruit. Een blakende dochter! Verrukt waren ze. Het verlossende woord was gekomen. De stilte zou voorgoed voorbij zijn. Zij liet al luidkeels van zich horen. Logisch. Ze kwam uit een heel andere wereld immers. En dat is knap wennen.

“Jezus, wat een bijzonder kind!” riep Janus toen hij verlost van de spanning de bakfiets tot lappenmand ombouwde. “Daar zullen we nog heel wat mee te stellen krijgen.” De sterren aan het firmament vervagen. De zon begint eindelijk te schijnen.

Nabericht:
Nu kan je als kritische lezer een dergelijk slap verhaal natuurlijk meteen naar de prullenbak verwijzen. “Hohoho”, je kan het ook inbinden, inlijsten respectievelijk goed bewaren. Het zou zo maar kunnen dat zelfs over tweeduizend jaar er nog veel over haar en haar afkomst gepraat, geschreven en herschreven wordt. Overal op de wereld zijn er dan reünies om haar, haar familie en deze bijzondere dag te vieren. Miljarden mensen doen er aan mee. Een Godswonder, een deksels mirakel.