Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: edelstenen

God wil ook gaan kamperen

Tabernakel_en_legerkamp

Deel 22 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had Mozes weer eens de berg laten bestijgen. Niet zo maar. Hij zou er veertig dagen blijven voor een ‘onderonsje’ met God. Daar moet zich heel wat afgespeeld hebben!

Geen minuut te verliezen. Dit was het eerste wat God daar tegen Mozes zei: “Zeg tegen de Israëlieten dat zij een bijdrage aan mij moeten afstaan.. Het volgende kunt u van hen in ontvangst nemen: goud, zilver en brons, .. kornalijn en edelstenen..” (Ex 25,-2-7, voor de complete lijst van superluxe goederen).

Goed dat Mozes nog aan het uithijgen was van zijn beklimming en niet meteen weer naar beneden stoof om ze dat te gaan vertellen. God was nog lang niet klaar zo zou blijken.

Snel werd al wel al duidelijk waarom God dit gebood. “Dan kan men voor Mij een heiligdom bouwen en zal ik in hun midden wonen” (Ex 25,8)

Jeetje, God had zo maar besloten om mee te gaan kamperen met zijn rondreizende “legers”? Verrassend toch?

Zo’n God gaat natuurlijk niet in bungalowtentje van de Vrijbuiter  “wonen”. Zo wilde hij zijn ware gezicht niet tonen. Hij had er al goed over nagedacht: “Bij de verblijfplaats en de hele inventaris moet u zich zorgvuldig houden aan het model dat ik u tonen zal.” (Ex 25:9).

Vervolgens gaat hij helemaal los. God blijkt een begenadigd architect en ‘interior designer’ te zijn met een ongelooflijk gevoel voor luxe en detail. Hij laat werkelijk niets aan het toeval over. Het zou veel te ver voeren die hier allemaal over te nemen. De lezer kan ze nalezen in Exodus 25, 26, 27, 28, 29 en 30. (!!!) Aanrader, je komt echt niet meer bij namelijk.
Een korte samenvatting om een beetje een beeld te krijgen.

De inventaris: een luxe ark om “het verbond” in op te bergen: Alles goud wat er blinkt. Alle schotels, schalen, kannen en kommen (allemaal van zuiver goud) staan op een tafel van “acaciahout” (vind ze maar eens daar) bedekt met goud. “U moet ook een luchter maken, van zuiver goud.” Niet zomaar een luchtertje trouwens. De vorm en vele versierselen worden minutieus voorgeschreven (Ex 25:31-40). En een altaar natuurlijk. Bekleed met brons. Met een brozen hek als afrastering.
Je wilt natuurlijk nooit in het donker zitten. Niet zomaar een olielampje, nee met “.. zuivere olie uit gestoten olijven.” (Ex 27:20). Kom er nog maar eens om in de woestijn.

De tent: luxe stoffen, weelderig voorzien “rijk borduurwerk”. De banen aan elkaar gezet met “gouden haken”. Schotten en balken bedekt met goud. Zilveren voetstukken. De ‘voortent’ mocht wel iets minder luxe zijn. Zilver ipv goud, brons ipv zilver. Om niet nat te worden (kan nog wel eens flink hozen in de woestijn) meer dan dubbeldeks.”..gelooide ramsvellen en..daaroverheen.. fijn leer.” (Ex 26:14), plafond van geitenharen banen. (Ex 26:7). Geeft toch dat gewenste rustieke sfeertje en het thuisgevoel als je onderweg bent.

Campingkleding: Je gaat in zo’n tent natuurlijk niet bezoeken in een “campingsmoking” rondlopen. Strikte kledingvoorschriften!
Priesterlijk gewaden (“Efod”). Orakeltas, bewerkt tuniek, hoofddeksel en gordel. Wederom “rijk geborduurd” en minstens zo rijk gelardeerd met een keur aan edelstenen. “Rijen”. Veelal gegraveerd.
“Kettinkjes van zuiver goud in de vorm van gevlochten snoeren”.
Aäron krijgt zelfs een speciale ‘muts. Met daarop een “bloem van zuiver goud” met daarop weer een zegel met de gravure: “Gewijd aan de Heer” (Ex 28:36). Hij mocht het eens vergeten..

De bezoekregeling: kijk, in zo’n geval ga je natuurlijk niet in je voortent zitten om met zo maar iedereen een praatje te maken op de camping. God stelde strikte eisen wie wel en wie niet naar binnen mocht. Dat waren er maar een paar. Mozes (natuurlijk) en Aäron en zijn zonen. “Priesters” zouden ze heten. Een privilege wat overigens van vader op zoon zou overgaan. (Ex 29)

De BBQ: Dat God een fijnproever was hadden we al eerder gezien. Uitgebreide instructies wat en hoe iets te eten en te offeren bij de tent. (Ex 29), inclusief voorschriften hoe de boel weer schoon te maken voor de volgende ronde.

Stageld: Je staat er natuurlijk niet voor niets moet God gedacht hebben. Dus Hij gaf op de valreep nog even instructies voor een belastingstelsel.
“Als u de Israëlieten registreert en hun aantal opneemt, moet ieder van hen bij de registratie een losgeld betalen voor zijn leven.” (Ex 30:11).
Voor een goed doel natuurlijk: “Het losgeld .. komt ten goede aan de tent van samenkomst.” (Ex 30:16).
Had Hij ze eerder al uitgekleed (zie hierboven) voor de bouw, zet Hij er ook nog eens een extra premie bovenop voor de onderhoudskosten. Een unieke vondst!

Na Mozes nog even gewezen te hebben op het belang van de sabbat (“Iedereen die op de sabbat werkt, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden” Ex 30:15) had God zijn punt wel zo’n beetje gemaakt. Mag ook wel na 40 dagen lang instructies geven..

“Toen de Heer op de berg Sinaï zijn woorden tot Mozes beëindigd had, overhandigde Hij hem de twee platen van het verbond, stenen platen, door Gods vinger beschreven.” (Ex 31:18).

Respect voor Mozes. 80 jaar en die berg weer naar beneden klauteren, nu zwaar beladen met twee stenen platen en al die voorschriften. Wat een conditie! Wat een krachtpatser!

Hij moet zich ongetwijfeld verheugd en verkneukeld hebben op een glorieuze ontvangst.
Hoe kan je van een koude kermis thuiskomen! Maar daarover een volgende keer.

P.S. Binnenkort deel 23: Een gouden kalf? .
P.S.: plaatje: http://www.christipedia.nl/Artikelen/T/Tabernakel  .
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”