Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Tag archief: adam

Kaïn, Abel en nog wat van die nazaten

Adam_nageslacht_tot_Noach

Afl. 2 uit de serie: Omtrent Het Oude testament. “De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva” (Gn 4:1). En ze baarde (“met pijn” Gn 3:6) twee jongens. Eerst Kaïn en toen Abel. “Abel werd schaapherder, en Kaïn landbouwer” (Gn 4:2). Binnen de kortste keren hommeles in de tent. Kaïn sloeg Abel de hersenpan in. Uit jaloezie. “De Heer zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg hij geen acht.” (Gn 4:4-5). Dat zette kwaad bloed.
Had dat nou anders gedaan, denk ik dan. Kleine moeite om Kaïn ook wat aandacht te geven. Zoveel mensen liepen er nog niet rond op die aardbol (4). Had een hoop ellende bespaart toch?

Om vervolgens de ene fout op de andere te stapelen.
Nou ja, Hij straft hem wel: “Daarom zult u vervloekt zijn.. De grond die u bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en vagebond zult u zijn op aarde!” (Gn 4:11-12).
Maar als Kaïn dan begint te mopperen dat die straf wel erg zwaar is (“.. iedereen die mij ontmoet kan mij doden.” Gn 4:14) toch een beschermingsprogramma ingevoerd: “Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal zevenvoudig boeten” (Gn 4:15).

Onbegrijpelijk. Laat God het ontstaan van een wereldbevolking over aan een moordenaar, vagebond, en zwerver? Een godswonder als dat nog ooit nog goed komt. Dat komt het dan ook niet. “Set” (Gn 4:24) moest nog geworpen worden uit de moederschoot van Eva. Maar die kon ook niet redden wat er te redden viel zo zou blijken.

“Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, ..en baarde Henoch” (Gn 4:17). Nog zo’n godswonder. Waar haalt hij in hemelsnaam ineens die vrouw vandaan?! Kniesoor die daarop let?
Vervolgens geeft de Bijbel een opsomming van kinderen van de kinderen (zie plaatje hierboven, en in de link hieronder voor een groter beeld).

Een wonderlijke wereld had Hij geschapen. Mensen werden oeroud! Zo maar even een lijstje met wat namen en leeftijden:
Adam werd 930 jaar oud, Seth 912, Enos 905, Kenan 910, Mahalaleël 895, Jered 962, Henoch 365, Methusala 969, Lamech 777 en Noach 950 jaar!. Die oude knar verwekte na zijn 500-ste verjaardag nog drie kinderen!

Honderden jaren monogaam blijven? Onmogelijk. Het hebben van meerdere vrouwen was dan ook niet ongewoon: “Lamech huwde twee vrouwen” (Gn 4:19).

De zonen van God (engelen) vormden ook een losgeslagen bende: “Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de aarde en dochters kregen, zagen de zonen van God hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen uit die dochters ieder een vrouw.” (Gn 6:1-2)

Met dergelijk krachtig zaad kan je natuurlijk wel wat power verwachten!
“In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen en zij hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van die tijd.” (Gn 6:4)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was ging de “.. begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade.. “ (Gn 6:5).

Laat dit even bezinken, beste lezer. Dit is toch allemaal niet te geloven?! Wat een zootje heeft Hij er van gemaakt.

Op die zesde dag was God nog overtuigd “.. dat het heel goed was” (Gn 1:31). Hoe kon Hij zich zo vergissen? Hoe naïef kan je zijn? En hoe lang kan Hij die stelling nog verdedigen?

Maar daarover de volgende keer..

 
P.S. Binnenkort deel 3. Na mij de zondvloed.
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”.
P.S. Plaatje: http://www.christipedia.nl/Artikelen/B/Bijbelse_geschiedenis_van_het_Oude_Testament
Wat groter, dus beter leesbaar.

Het Paradijs. De valse start

scheppingadam_grt

Afl. 1 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Eerste boek: Het Boek van de Wordingen.
In 6 dagen knutselde God hemel en aarde in elkaar. Op die 6e dag zei God: “Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend..” (Gn 1:26).
Cruciale denkfout denk ik dan. Je creëert meteen keiharde concurrentie immers!

Maar zich nog van geen kwaad bewust op de avond van de 6e dag: “God bekeek alles wat Hij had gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was” (Gn 1:31). Niet alleen “goed” maar zelfs “heel goed”!
Hoe kon Hij zich zo vergissen? Het zou immers niet lang meer duren voordat de hel zou losbreken.
Had hij dan wat langer over nagedacht zou je toch denken. Dan maar nog even niet tevreden en genoegzaam achteroverleunen op die zevende dag.

De boel overdenkend op die rustdag kwam Hij alsnog tot de ontdekking dat nog niet alles klaar was.
In de dagen er na moest er nog wat regen gaan vallen om van alles te laten groeien. “De mens” was nog morsdood. Alle dieren ook. Dat schiet allemaal niet op natuurlijk.

“Toen boetseerde de HEER God de mens uit stof dat hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus, zo werd de mens een levend wezen”. “Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden..en daarin plaatste Hij de mens..” (Gn 2:8). Tuinieren kon Hij ook al.

Toch wel geschrokken dat hij in deze opzet een potentiële concurrent had geschapen, toch maar wat correctieve marktregels opgesteld om nog te redden wat er te redden viel. “Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten.”. (Gn 2:16-17).

Oef.. De klassieke versie van “hou jij ze dom, dan hou ik ze arm”?
En om even duidelijk te maken wie hier nou eigenlijk de baas is ook nog even een stevige sanctie op dit vergrijp gezet: “.. want op de dag dat je daarvan eet, zul je sterven.” (Gn 2:17).

Verder stevig doorgewerkt. Alle dieren de adem ingeblazen. “Maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet” (Gn 2:20). Tja, dat krijg je als je ze dom houdt. Maar ook daar werd een oplossing voor gevonden. Neem een rib uit de man en maak er een vrouw (“hulp”) van. En zo geschiede.

Maar dan nog zo’n misser. God had ook een slang geschapen. En wat bleek? “Van alle dieren, die de HEER God had geschapen, was er geen zo sluw als de slang” (Gn 3:1).

Had dat nou niet gedaan! Nee, eigenwijs. En dan loopt het uit de hand. De mens en zijn vrouw lieten zich door die slang verleiden (“evenbeeld” dus ook eigenwijs) tot het wel degelijk eten van die verboden boom.
Op zich wel met een visionaire motivatie van die slang. “Je zult helemaal niet sterven”. “God weet dat je ogen open zullen gaan als je van die boom eet, en dat je dan gelijk zult worden aan God, door de kennis van goed en kwaad”. (Gn 3:4-5)
Dat had die slang goed gezien eigenlijk. Niet “sluw” dus, maar gewoon slim.

Want toen God er achter kwam dat ze van dat verboden fruit hadden gegeten had hij maar beter zijn woord kunnen houden: “sterven”.

Kijk, dan had hij immers zijn eerdere fouten makkelijk kunnen herstellen. Geen concurrentie meer. Opnieuw beginnen (leren van je fouten!) en juist een mens niet naar je “evenbeeld” maken, maar een gedweeë ondergeschikte. En geef hem dan ook meteen kennis van goed en kwaad (nog boetseerbaar immers) volgens Gods’ ideeën en dan was er geen vuiltje in de lucht geweest toch? Utopia! Voor eeuwig!

Maar nee, God blijkt inconsequent en alweer eigenwijs te zijn. In plaats daarvan laat hij ze leven en gaat andere straffen bedenken.

Voor de vrouw: “Ik zal de lasten van jouw zwangerschap zeer zwaar maken; met pijn zul je kinderen baren. Naar je man zal je begeerte uitgaan hoewel hij over je heerst” (Gn 3:6)

Voor de man: “.. zal de grond vervloekt zijn omwille van jou. Zwoegend zul je van hem eten.. Distels en doornen zal hij voortbrengen.. In het zweet zul je werken voor je brood..” (Gn 3:17-19).

Is dat niet ontzettend wreed en vals? Eén appel en nu zitten we eeuwig met de gebakken peren!

En dit is nog maar het begin. De ene misrekening naar de andere, en dat hebben we geweten.

Wordt vervolgd…

P.S. Binnenkort deel 2. Kaïn, Abel en nog wat van die nazaten.
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent Het Oude Testament”
P.S. Plaatje: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/66.html