Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

God wil ook gaan kamperen

Tabernakel_en_legerkamp

Deel 22 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had Mozes weer eens de berg laten bestijgen. Niet zo maar. Hij zou er veertig dagen blijven voor een ‘onderonsje’ met God. Daar moet zich heel wat afgespeeld hebben!

Geen minuut te verliezen. Dit was het eerste wat God daar tegen Mozes zei: “Zeg tegen de Israëlieten dat zij een bijdrage aan mij moeten afstaan.. Het volgende kunt u van hen in ontvangst nemen: goud, zilver en brons, .. kornalijn en edelstenen..” (Ex 25,-2-7, voor de complete lijst van superluxe goederen).

Goed dat Mozes nog aan het uithijgen was van zijn beklimming en niet meteen weer naar beneden stoof om ze dat te gaan vertellen. God was nog lang niet klaar zo zou blijken.

Snel werd al wel al duidelijk waarom God dit gebood. “Dan kan men voor Mij een heiligdom bouwen en zal ik in hun midden wonen” (Ex 25,8)

Jeetje, God had zo maar besloten om mee te gaan kamperen met zijn rondreizende “legers”? Verrassend toch?

Zo’n God gaat natuurlijk niet in bungalowtentje van de Vrijbuiter  “wonen”. Zo wilde hij zijn ware gezicht niet tonen. Hij had er al goed over nagedacht: “Bij de verblijfplaats en de hele inventaris moet u zich zorgvuldig houden aan het model dat ik u tonen zal.” (Ex 25:9).

Vervolgens gaat hij helemaal los. God blijkt een begenadigd architect en ‘interior designer’ te zijn met een ongelooflijk gevoel voor luxe en detail. Hij laat werkelijk niets aan het toeval over. Het zou veel te ver voeren die hier allemaal over te nemen. De lezer kan ze nalezen in Exodus 25, 26, 27, 28, 29 en 30. (!!!) Aanrader, je komt echt niet meer bij namelijk.
Een korte samenvatting om een beetje een beeld te krijgen.

De inventaris: een luxe ark om “het verbond” in op te bergen: Alles goud wat er blinkt. Alle schotels, schalen, kannen en kommen (allemaal van zuiver goud) staan op een tafel van “acaciahout” (vind ze maar eens daar) bedekt met goud. “U moet ook een luchter maken, van zuiver goud.” Niet zomaar een luchtertje trouwens. De vorm en vele versierselen worden minutieus voorgeschreven (Ex 25:31-40). En een altaar natuurlijk. Bekleed met brons. Met een brozen hek als afrastering.
Je wilt natuurlijk nooit in het donker zitten. Niet zomaar een olielampje, nee met “.. zuivere olie uit gestoten olijven.” (Ex 27:20). Kom er nog maar eens om in de woestijn.

De tent: luxe stoffen, weelderig voorzien “rijk borduurwerk”. De banen aan elkaar gezet met “gouden haken”. Schotten en balken bedekt met goud. Zilveren voetstukken. De ‘voortent’ mocht wel iets minder luxe zijn. Zilver ipv goud, brons ipv zilver. Om niet nat te worden (kan nog wel eens flink hozen in de woestijn) meer dan dubbeldeks.”..gelooide ramsvellen en..daaroverheen.. fijn leer.” (Ex 26:14), plafond van geitenharen banen. (Ex 26:7). Geeft toch dat gewenste rustieke sfeertje en het thuisgevoel als je onderweg bent.

Campingkleding: Je gaat in zo’n tent natuurlijk niet bezoeken in een “campingsmoking” rondlopen. Strikte kledingvoorschriften!
Priesterlijk gewaden (“Efod”). Orakeltas, bewerkt tuniek, hoofddeksel en gordel. Wederom “rijk geborduurd” en minstens zo rijk gelardeerd met een keur aan edelstenen. “Rijen”. Veelal gegraveerd.
“Kettinkjes van zuiver goud in de vorm van gevlochten snoeren”.
Aäron krijgt zelfs een speciale ‘muts. Met daarop een “bloem van zuiver goud” met daarop weer een zegel met de gravure: “Gewijd aan de Heer” (Ex 28:36). Hij mocht het eens vergeten..

De bezoekregeling: kijk, in zo’n geval ga je natuurlijk niet in je voortent zitten om met zo maar iedereen een praatje te maken op de camping. God stelde strikte eisen wie wel en wie niet naar binnen mocht. Dat waren er maar een paar. Mozes (natuurlijk) en Aäron en zijn zonen. “Priesters” zouden ze heten. Een privilege wat overigens van vader op zoon zou overgaan. (Ex 29)

De BBQ: Dat God een fijnproever was hadden we al eerder gezien. Uitgebreide instructies wat en hoe iets te eten en te offeren bij de tent. (Ex 29), inclusief voorschriften hoe de boel weer schoon te maken voor de volgende ronde.

Stageld: Je staat er natuurlijk niet voor niets moet God gedacht hebben. Dus Hij gaf op de valreep nog even instructies voor een belastingstelsel.
“Als u de Israëlieten registreert en hun aantal opneemt, moet ieder van hen bij de registratie een losgeld betalen voor zijn leven.” (Ex 30:11).
Voor een goed doel natuurlijk: “Het losgeld .. komt ten goede aan de tent van samenkomst.” (Ex 30:16).
Had Hij ze eerder al uitgekleed (zie hierboven) voor de bouw, zet Hij er ook nog eens een extra premie bovenop voor de onderhoudskosten. Een unieke vondst!

Na Mozes nog even gewezen te hebben op het belang van de sabbat (“Iedereen die op de sabbat werkt, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden” Ex 30:15) had God zijn punt wel zo’n beetje gemaakt. Mag ook wel na 40 dagen lang instructies geven..

“Toen de Heer op de berg Sinaï zijn woorden tot Mozes beëindigd had, overhandigde Hij hem de twee platen van het verbond, stenen platen, door Gods vinger beschreven.” (Ex 31:18).

Respect voor Mozes. 80 jaar en die berg weer naar beneden klauteren, nu zwaar beladen met twee stenen platen en al die voorschriften. Wat een conditie! Wat een krachtpatser!

Hij moet zich ongetwijfeld verheugd en verkneukeld hebben op een glorieuze ontvangst.
Hoe kan je van een koude kermis thuiskomen! Maar daarover een volgende keer.

P.S. Binnenkort deel 23: Een gouden kalf? .
P.S.: plaatje: http://www.christipedia.nl/Artikelen/T/Tabernakel  .
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Topsport, 10 geboden, wetten en straffen

A_52536, 19-11-2004, 11:54,  8C, 8000x6832 (0+1910), 100%, AHM_s

Deel 21 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God houdt wel van een spectaculaire opkomst. “Overweldigd door de donderslagen, de bliksemflitsen, het bazuingeschal en de rokende berg, beefde heel het volk van angst..” (Ex 20:18).

Hij houdt er ook van anderen hard te zien werken. Voor hem.
“En de Heer riep Mozes naar de top van de berg en Mozes ging naar boven.. De Heer sprak tot Mozes en zei: ga naar beneden..” (Ex 19: 20-21). “..en kom dan weer boven” (Ex 19:24).

Topsport voor Mozes, let wel: 80 jaar. Kost wat (inspanning) maar dan krijg je ook wat, moet God gedacht hebben. Mozes zag er als een berg tegenop. Opwarmertje voor wat komen ging.

En God (Mozes was weer eens beneden) schalde van de berg zijn “10 geboden” over het volk.  Wie kent ze niet?

1. “U zult geen andere Goden hebben ten koste van Mij” (Ex 20:3)
2. “U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde …” “..want ik ben .. een jaloerse God .., die .. wreekt ..” Ex 20:5)
3. “U zult de naam van .. uw God niet lichtvaardig gebruiken..” (Ex 20:7)
4. “Denk aan de Sabbat; die moet voor u heilig zijn.” (Ex 20:8)
5. “Eer uw vader en moeder.” (Ex 20:12)
6. “U zult niet doden.” (Ex 20:13)
7. “U zult geen echtbreuk plegen.” (Ex 20:14)
8. “U zult niet stelen.” (Ex 20:15)
9. “U zult niet vals getuigen tegen uw naaste” (Ex 20:16)
10. “U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste; u zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of ezel, op niets wat hem toebehoort.” (Ex 20:17)

Boeken over vol geschreven. Ga ik niet doen hier. Kwestie van zien wat er staat, en wat er niet staat. God heeft zo zijn prioriteiten.

Mozes klauterde in zijn eentje weer naar boven. God was nog lang niet klaar zo zou blijken.
God zou God immers niet zijn als Hij ook niet wat extra regels en sancties opstelt in het geval dat zijn geboden niet worden nageleefd.

Hij gaat helemaal los en oreert er lustig op los in een schier eindeloze monoloog.

Voert uiteraard veel te ver die hier even te herhalen. Je kan ze rustig nalezen in Exodus 20 , 21 , 22  en 23  . Slechts een paar ‘highlights’:

“U moet voor mij een altaar maken.” (Ex 20:24). De kuise God denkt overal aan: “..geen..altaar dat u langs treden beklimt, want daarbij zou men uw schaamte kunnen zien.” (Ex 20:26). Je moet er maar opkomen.

Slavernij, polygamie en lijfstraffen
God had daar geen allemaal enkele moeite mee, mits er aan aantal regels wordt voldaan. Kom er nog maar eens om.

“Wanneer iemand zijn dochter verkoopt als slavin komt deze niet vrij zoals de mannelijke slaven.” (Ex 21:7) Je dochter verkopen? Geen probleem.

“Neemt hij er nog een vrouw bij, dan mag hij .. de omgang met de eerste niet beperken.” (Ex 21:10). Hadden we al gezien dat God geen probleem had met incest,  polygamie is ook wel zijn ding.

-“ Wanneer iemand zijn slaaf..met een stok slaat .. blijft de slaaf nog een of twee dagen in leven, dan behoeft er geen straf te volgen; hij is immers zijn eigendom.” (Ex 21:20). Je moet het allemaal maar kunnen bedenken. Sla er maar op los. Moet kunnen.

Doodstraf
God had daar ook geen enkele moeite mee, mits er aan aantal regels wordt voldaan.

“Wie iemand zo slaat dat hij sterft moet ter dood worden gebracht” (Ex 21:12)

“Wie zijn vader of moeder mishandelt moet ter dood worden gebracht” (Ex 21:15).

“Wie zijn vader of moeder vervloekt moet ter dood gebracht worden.” (Ex 21:17)

“Wie een mens rooft moet ter dood gebracht worden.” (Ex 21:16) en “Wanneer een dief bij een inbraak betrapt wordt en doodgeslagen, dan is er geen bloedschuld.” (Ex 22:1). Risico van het vak, stelde Teeven al eens.

“Een tovenares mag u niet in leven laten” (Ex 22:17). Dat hebben de ‘heksen’ geweten. Uitschakeling van de concurrentie. God hield zelf ook wel van wat magie.

“Iedereen die geslachtelijk omgang heeft met een dier moet ter dood gebracht worden.” (Ex 22:18).
Pas sinds 2010 ook in Nederland verboden. Opvallend: CDA stemde tegen in de 1ste kamer.

“Wie aan de afgoden offert moet aan de vernietiging gewijd worden.” (Ex 22:19)
Nog erger dan de doodstraf.

– God had een bijzonder oog voor de weduwen en wezen. Op zich mooi maar je kan ook overdrijven: “Als u hen een tekort doet .. mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden.” (Ex 22:23)

Kort samengevat waren de rechtsregels opgebouwd uit het volgende principe: “Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.” (Ex 21:24), maar dan met de nodige ‘nuances’ zoals de oplettende lezer heeft kunnen constateren.

Is er dan geen enkel goed nieuws?
“Als u aan iemand van mijn volk geld leent gedraag u dan niet als een geldschieter. U mag geen rente van hem eisen.” (Ex 22:24).
Toch teleurgesteld toen ik las “mijn volk”. Dan pis ik bij Lloyd Blankfein (“Ik doe Gods werk”) toch weer naast die gouden pot.

Werk aan de winkel toen hij alweer een keer de berg op en weer neer gelopen was: “Daarop stelde Mozes alle woorden van de HEER op schrift.” (Ex 24:4). Petje af, 80 jaar en dan nog zo’n geweldig geheugen.

Zonde van de tijd zo zou al ras blijken. “De HEER sprak tot Mozes: Kom naar mij toe op de berg, en blijf daar wachten. Ik zal u de stenen platen geven, de wetten en bepalingen die Ik op schrift heb gesteld ..” (Ex 24:12).

Mozes (onuitputtelijk, en ook niet de beroerdste) “..besteeg de berg” weer. (Ex 25:15)
“Mozes trad de wolk binnen en besteeg de top. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.” (Ex 24:18).

Meer dan een maand! Daar moet zich heel wat afgespeeld hebben. Maar daarover een volgende keer.

P.S. Binnenkort deel 22: God wil ook gaan kamperen
P.S.: plaatje: http://www.lucascleophas.nl/wp-content/uploads/2014/11/De-berg-Sina%C3%AF-door-Luyken-Jan-1649-1712-museum-Amsterdam1.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Volksoproer na de ‘bevrijding’

gathering-of-manna.jpg!Large

Deel 20 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Nadat Hij een spoor van dood en verderf achterliet had God de Israëlieten eindelijk de woestijn ingestuurd. Maar na drie dagen begon het volk al onbedaarlijk te “mokken”. “Wat moeten we drinken?” (Ex 15:24).

Het water in de eerste oase was niet te zuipen zo bitter. God loste het weer op. En liet Mozes er een stuk (zoet-?)hout in gooien en “het water werd zoet.” (Ex 15:25).

Later zou de toverstaf van Mozes ook de dorst weer kunnen lessen: “sla op die rots, en er zal water uit stromen”. (Ex !7:6). Keigoed!

Na een dikke twee maanden en een paar oases verder, weer gedonder: “Waren we maar door de hand van de HEER gestorven in Egypte, waar we bij de vleespotten zaten en volop te eten hadden. U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om al deze mensen van honger te laten omkomen.” (Ex 16:3).

Stelletje ondankbare honden!

Maar God zou God niet zijn, als Hij ook daar niet een oplossing voor had: “Ik zal brood voor u laten regenen uit de hemel.” (Ex 16:4). En zo geschiede. “Israël noemde het brood manna. Het was wit als korianderzaad en smaakte naar honingkoek.” (Ex 16:31).
Na het bakken van deze zoete broodjes, nog een bonus: “Toen het avond was kwamen er kwartels aangevlogen en vielen neer over heel het kamp”. (Ex 16:13). Smullen!

Wat zij toen nog niet wisten, maar God al wel, was: “Veertig jaar lang aten de Israëlieten manna, tot ze in de bewoonde wereld streken kwamen.” (Ex 15:35).

Ho, wacht even..

Ze 40 jaar een beetje laten ronddolen in die niet al te grote zandbak daar? Weer zo’n brute streek van ‘hun’ God?

Jazeker. Nergens voor nodig.
Deze geschiedschrijving begint namelijk pas echt hilarische proporties te krijgen als de schoonvader van Mozes (Jetro), de vrouw en twee kinderen van Mozes hem gewoon even vanuit Midjan  een beleefdheidsbezoekje komen brengen (Ex 18). Omdat ze al gehoord hadden dat hij daar met een heel volk verbleef. Er waren er dus al meer heen en weer gereisd zonder problemen.

Niet om de hoek trouwens. Midjan ligt ergens in het huidige Saudi Arabië! Jetro had blijkbaar geen enkel moeite de heen- en terugweg te vinden in die streken en “de bewoonde wereld” weer te bereiken.

Hij was niet de enige trouwens, die hen zo makkelijk konden vinden. Ook “Amalek rukte op om Israël in Refidum aan te vallen..” (Ex 17:8)

Een harde strijd die Mozes zittend vanaf een steen aanvoerde. “En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand.” (Ex 17:11). Kost wat moeite als je al op leeftijd bent, maar gelukkig kregen zijn vermoeide armen ondersteuning van Aäron en Chur. (Ex 17:12). Amalek en zijn legers werden uiteindelijk in de pan gehakt.

God was woedend over die streek van Amalek: “Ik ga de herinnering aan Amalek van de aarde wegvagen”. (EX 17:14). Hij kondigde zijn zoveelste genocide aan. Die (later) ook plaatsvond. “..dood iedereen, mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.” (Sam. 15:3)

Met ongekend succes. Nergens anders dan in de Bijbel is ook maar enige referentie te vinden naar de “Amalekieten”.  Alsof ze nooit bestaan hebben! Hebben ze dan ook niet..

Afijn, nog maar net drie maanden onderweg, “weggerukt” van de “vleespotten” van Egypte, een “mokkend” en “morrend” volk, structurele tekorten aan water, elke dag aan de manna (droog brood), en inmiddels een oorlog achter de rug. Geen gebrek aan uitdagingen.

Mozes (en het volk) hadden zich deze bevrijding toch heel anders voorgesteld. Hij kreeg het inmiddels Spaans benauwd en “..klaagde zijn nood bij de HEER: wat moet ik doen met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen.” (Ex 17:4).

Hoog tijd voor God om eens orde op zaken te stellen voor die losgeslagen bende.
Hij koos er voor eens wat stevige piketpaatjes te slaan: een hoogstpersoonlijk onderonsje op de berg met Mozes om hem de nodige instructies mee te geven.

“Hoogstpersoonlijk” want niemand mocht er zijn behalve Mozes En als iemand van het volk alsnog de berg zou betreden “..wordt ter dood gebracht.” “Hij moet gestenigd of met pijlen neergeschoten worden” (Ex 19:12).

Ja, ja. God die instructies geeft om (onder voorwaarden) iemand te “stenigen”. Moet kunnen.

Mozes moet behoorlijk opgewonden zijn over deze komende belangrijke gebeurtenis. En instrueerde het volk met: “Maak u gereed voor overmorgen, want niemand mag gemeenschap hebben met een vrouw.”. (Ex 19:15). Hij maakte zich klaar. Voor topsport.

Een waar spektakel zou het worden. Maar daarover een volgende keer.

 
P.S. Binnenkort deel 21: 10 geboden, wetten en straffen
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.wikiart.org/en/nicolas-poussin/gathering-of-manna
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Met 600.000 man de woestijn in. Feest!

Cosimo_Rosselli_Attraversamento_del_Mar_Rosso

Deel 19 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Nadat God Egypte compleet te gronde had gericht konden de Israëlieten vertrekken. Niet een klein groepje. Nee, “..het aantal personen dat zelf liep, de kinderen dus niet meegerekend, bedroeg ongeveer zeshonderdduizend. Ook vele anderen trokken met hun mee, net als grote kudden kleinvee en runderen.” (Ex 12:37-38)

Maar dan. Had God er eerst voor gezorgd had dat de farao en zijn hovelingen “onwillig” en “halsstarrig” waren, nu deed Hij het omgekeerde: “De HEER stemde de Egyptenaren gunstig ten opzichte van het volk, zodat zij hun verzoek inwilligden.” (Ex 12:36).

Welk “verzoek”?

“De Israëlieten ..vroegen aan de Egyptenaren gouden en zilveren sieraden en kleding.” (Ex 12:35)
En met succes dus : “Zo plunderden de Israëlieten Egypte.” van hun allerlaatste bezittingen.” (Ex 12:36) Je moet er maar opkomen. Bijzonder minne streek van God. Lijkenpikkerij is Hem niet vreemd.

Gepakt en gezakt, richting woestijn dus. Bevrijd? Nog niet helemaal. God had nog wat voor ze in petto.

“En Ik zal de farao weer halsstarrig maken, zodat hij hen gaat achtervolgen. Ik zal mijn heerlijkheid bewijzen ten koste van de farao en heel zijn legermacht.” (Ex 14:4)
Samsom zou zeggen: “nu doet u het weer”!

De farao wist toch nog een knap legertje op de been te brengen na alle plagen: “zeshonderd van de beste (strijd)wagens en alle voertuigen van Egypte, elke met drie man bezet.” (Ex 14:7)

Ach, wie kent niet het vervolg. Hollywood liet zich er graag door inspireren.

“De HEER liet de hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugdeinzen. Hij maakte van de zee droog land en de wateren splitsten. Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door..” (Ex 14:21-22).

“Toen sprak de HEER tegen Mozes: ‘strek uw hand uit over de zee, dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren, hun wagens en wagenmenners” (Ex 15:26).
En zo geschiede. “Het water dat terugvloeide overspoelde … heel de strijdmacht van de farao.. Er bleef er niet één gespaard.” (Ex 14:28).

De zoveelste volstrekt onnodige massale slachting was een feit. Mensen verzuipen is wel zijn ding immers.

God moet bijzonder in zijn nopjes zijn geweest. Nog voor het allemaal rond was had Hij eerder al uitgebreide en ferme instructies achtergelaten deze dag jaarlijks te herdenken met een feest: “Het Paasfeest”. (Ex 12)

“Houd het feest .. in ere, want dit is de dag waarop Ik uw legers heb weggevoerd uit Egypte” “Als een eeuwig voorschrift moet u deze dag generatie op generatie in ere houden”. (Ex 12:17)
“Deze dag moet u tot een gedenkdag maken, u moet hem vieren als een feest te ere van de HEER.” (Ex 12:14). “Heel de gemeenschap van Israël moet het vieren” (Ex 12:47)

Een feest overladen met strikte rituelen. Ik zal de lezer niet vermoeien met die details. Lees ze in Exodus 12  en 13. Het zijn er nogal wat.

Bijzonder is dat het nu nog jaarlijks wordt gevierd als één van de belangrijkste zo niet het belangrijkste feest in Joodse gemeenschappen. Nog steeds vrij nauwgezet die instructies en rituelen volgend. Niet onder de naam “Pasen” maar Pesach.

En of die groep van 600.000+ mensen het na de eerste euforie ook ervoeren als een bevrijding/feest moet nog maar blijken. Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 20: Volksoproer na de ‘bevrijding’
P.S.: plaatje: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Crossing_of_the_Red_Sea_%28Sistine_Chapel%29
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

De 10 onnodige plagen van Egypte

Death_of_the_Firstborn_Alma_Tadema

Deel 18 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Één van de meest bizarre verhalen in de Bijbel. God kiest er voor om een het Egyptische volk onnodig tot op het bot te martelen puur om zelf naam te maken. Vreemde stelling? Nee, de bijbel laat er geen twijfel over bestaan.

Dat God het plan had opgevat om “..mijn legers (!!) , mijn volk.., weg( te)leiden uit Egypte” (Ex 7:3-4) is nog voorstelbaar. Ze hadden immers al 400 (!) jaar in slavernij moeten leven daar. Terwijl God ze een land “land dat overvloeit van melk en honing” (Ex 3:17) beloofd had. En dat land lag heel ergens anders. Belofte maakt schuld. Beter laat dan nooit.

Maar Hij had dat natuurlijk (gezien zijn machtige mogelijkheden) op een elegante manier kunnen oplossen. Daar kiest Hij echter in het geheel niet voor.

Hij kiest voor het volgende: “Dan zal Ik de farao halsstarrig maken. De farao zal niet naar u luisteren, maar Ik zal Egypte mijn kracht laten voelen, .. dat Ik zwaar zal straffen.” (Ex 7:3-4)

Wacht even..

Hij kiest er dus voor de farao “halsstarrig” (in plaats van meegaand wat dan ook had gekund lijkt me) te maken om hem zwaar te kunnen straffen? En niet alleen de farao (ook nog ergens voorstelbaar) maar met hem het hele volk?

Wat voor een uiterst vreemde kronkel is dat in Zijn gedachten?
Met welke motivatie in Godsnaam? Maar ook dat wordt toegelicht:

“.. want ik maak hem en zijn hovelingen onwillig, zodat Ik mijn tekenen voor hen kan verrichten. Dan kunt u later aan uw kinderen en kleinkinderen hoe Ik tegen de Egyptenaren ben opgetreden en welke tekenen Ik onder hen aangericht heb. Zo zult u weten dat Ik de HEER ben.” (Ex 10 1-2).

En: “Ik had al eerder mijn hand kunnen uitsteken en uw onderdanen kunnen slaan met de pest, dan zou u van de aarde verdwenen zijn. Maar Ik heb u in leven gelaten om u mijn kracht te laten zien en om mijn naam bekend te laten worden over heel de aarde.” (Ex 9:15-16).
“Dan zult u weten dat er op de hele wereld niemand mijn gelijke is.” (Ex 9:14).

Ah, dus dat is de ware motivatie van Hem. Puur eigenbelang. Klassiek staaltje van “personal branding” dat zijn weerga niet meer zou kennen in de wereldgeschiedenis.

Daar mag blijkbaar een heel volk voor worden gemarteld en (grotendeels) gedood, en een compleet land met de grond gelijk gemaakt worden. Bizar. Meer kan ik er niet van maken.

En Hij gaat vervolgens helemaal los. 10 onnodige plagen werden over het Egyptische volk uitgestort.

Plaag 1: “Voor de ogen van de farao.. hief hij zijn staf op, sloeg op het water van de Nijl en al het water.. werd bloed. De vissen stierven, de Nijl begon te stinken en de Egyptenaren konden het water.. niet meer drinken.” (Ex 7:20-21).
Plaag 2: “.. Er kwamen kikkers, die heel Egypte overstroomden.” (Ex 8:2)

Nog niet erg indrukwekkend voor de farao trouwens. De magiërs van Egypte hadden deze trucs ook al in hun repertoire. (Ex 7:22 en Ex 8:3).

Plaag 3: “heel Egypte was in muggen veranderd.” (Ex 8:13)
Plaag 4: “Het land was van de steekvliegen vergeven.” (Ex 8:20
Plaag 5: veepest. “Al het vee van de Egyptenaren kwam om” (Ex 9:6)
Plaag 6: “..mensen en dieren kregen builen die openbarsten en gingen etteren.” (Ex 9:10)
Plaag 7: “Op alle mensen en dieren die buiten staan en niet onderdak zijn, zal de hagel neerslaan en zij zullen omkomen” (Ex 9:19).
Plaag 8: Sprinkhanen “Ze bedekten heel de oppervlakte.. in heel Egypte geen groen meer over.” (Ex 10:15)
Plaag 9: duisternis: “.. drie dagen lang kon niemand een voet verzetten.” (ex 10:23).

En na elke keer lees ik weer (of woorden van gelijke strekking): “Maar de HEER maakte de farao halsstarrig en hij wilde de Israëlieten niet laten gaan” (voorbeeld: Ex 10:27).

Tja beste lezer, ik moet bekennen dat ik misselijk wordt bij de gedachte. God kiest ervoor om de leider van een volk “halsstarrig” te maken om zo doende het hele volk (die er niet voor verantwoordelijk was) telkens weer op barbaarse wijze te straffen. Alleen om naam te krijgen in de wereld!

Welk signaal geef je daarmee in godsnaam af?!

Inmiddels was heel Egypte inmiddels ten gronde gericht. Land, mens en dier.

Maar nog niet genoeg. God houdt wel van ronde getallen.
Plaag 10 moest er nog even overheen om de boel af te maken.

“Het was midden in de nacht toen de HEER al de eerstgeborenen van Egypte sloeg, vanaf de eerstgeborene van de farao, .. , tot aan de eerstgeborenen van het vee.” “.. een luid geschreeuw klonk over Egypte, want er was geen huis zonder dode.” (Ex 12:29)

Het was de ultieme doodsklap. De Israëlieten mochten uiteindelijk vertrekken.

Maar daarover een volgende keer.

 
P.S. Binnenkort deel 19: Met 600.000 man de woestijn in. Feest!
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_dood_van_de_eerstgeborene_van_de_Farao
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Mozes, Gods tovenaarsleerling

mozes_slang_grt

Deel 17 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had Mozes aangewezen om zijn uitverkoren volk uit Egypte naar het “land dat overvloeit van melk en honing” (Ex 3:17) te leiden. Mozes (inmiddels 80) had daar allemaal niet zo’n zin in. En kon nog wel wat uitvluchten bedenken. Maar ja, dan ben je bij God natuurlijk wel bij het verkeerde adres. Zijn plan stond vast.

Mozes tot God: “Wie ben ik dat ik naar de farao moet gaan, en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden.” (Ex 3:11). “.. ze geloven me niet, ze zullen niet naar mij luisteren, ze zullen zeggen dat de HEER mij niet verschenen is.” (Ex 4:1).

Goeie vraag, maar daar had God wat op gevonden. Een paar tovertrucs!

“De HEER beval: Laat hem (zijn staf) op de grond vallen”. “Mozes liet hem op de grond vallen en de staf werd een slang.” (Ex 4:3). Het omgekeerde was ook gauw geleerd.

Nog een tovertruc: “Steek uw hand tussen uw kleed” (Ex 4:6)
Blijkt die hand ineens volle witte uitslag te zitten!
En “Laten zij zich door beide tekenen niet overtuigen en luisteren ze nog niet naar u, neem dan water uit de Nijl, en giet dat uit op het land. Het water dat u uit de Nijl genomen hebt, zal op het land bloed worden”. (Ex 4:9).

Fred Kaps en Hans Kazan hadden deze trucs maar wat graag in hun repertoire gehad, zou je zeggen.

Maar Mozes was nog steeds onzeker. “Neem me niet kwalijk HEER, maar ik ben geen redenaar. ..Ik spreek moeilijk en traag”. (Ex 4:10). “.. zend liever iemand anders.” (Ex 4:13).
God werd er een beetje pissig van. “Toen ontbrandde de toorn van de HEER tegen Mozes en Hij sprak: Is Aäron de Leviet niet uw broer? Ik weet dat hij een goed spreker is.. Ik zal u beiden bijstaan als u moet spreken en u ingeven wat u moet doen. Laat hem in uw plaats spreken tot het volk.. (Ex 4:14-16). “Neem deze staf mee, daar moet u de tekenen mee verrichten”.

Mozes toch maar op weg naar Egypte dus. Werd bijkans onderweg gedood door God. (Ex 4:25). Ontmoette Aäron (ook al dik in de 80), en trok samen met verder. Ontmoette de “oudsten van Israël” (Ex 4:29). En daar “.. verrichtte hij de tekenen” (Ex 4:31). Ze waren onder de indruk en geloofden hem.

Hoog tijd dus om maar eens naar de farao te gaan. Zijn eerste bezoek had slechts resultaat dat de farao de teugels enkel nog harder aantrok. Verrassend? Nee natuurlijk niet. Je moet wel echt naïef zijn om te denken dat hij die Israëlieten zomaar zou laten gaan lijkt me. Cruciaal immers voor zijn economie.

Mozes verloor flink wat vertrouwen van de Israëlieten daardoor. En de HEER had weer een oplossing voorhanden:

“Als de farao u uitdaagt om maar eens een wonder te laten zien, dan moet u tegen Aäron zeggen: Neem uw staf en laat hem voor de farao op de grond vallen. Het zal een slang worden!”. (Ex 7:8).

God moet in zijn nopjes geweest zijn. Die truc had Hij ze immers zelf geleerd! Wat zou de farao onder de indruk zijn!

Zo gezegd zo gedaan. “Aäron liet voor de ogen van de farao .. de staf vallen en het werd een slang” (Ex 7:10). Mozes natuurlijk zo trots als een aap met zeven lullen!

“Maar de farao riep op zijn beurt de wijzen en tovenaars er bij, en ook zij, de magiërs van Egypte, deden met hun toverkunsten hetzelfde. Zij lieten allen hun staf vallen en het werden slangen.” (Ex 7:11-12).

Ik rol wederom van mijn stoel van verbazing.

God de Almachtige stond voor een grote missie. Vraagt aan een onzekere Mozes de farao te overtuigen met een voorbeeld van wat aangeleerd machtsvertoon.

Maar wist niet eens dat Mozes de risee van de dag zou worden daar. Blijkt het een truc te zijn die een beetje magiër daar zonder enig probleem ook kan uitvoeren!

Wat een afgang zeg! Kon Hij nou echt niets anders bedenken? Gods allemachtig! Nee, dan moet je toch van betere huize komen zou je zeggen. Maar daarover later.

 
P.S. Binnenkort deel 18: De 10 onnodige plagen van Egypte.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.artbible.info/art/large/142.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Exodus. Slaven in Egypte

12b

Deel 16 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had weer even (~400 jaar!) liggen slapen. Ondertussen was er iets dramatisch fout gegaan. Was Jozef nog onderkoning in Egypte. Had hij zijn steenrijke familie (60 man) laten overkomen. Nu waren alle nakomelingen inmiddels slaven geworden in Egypte. Geen pretje voor die lui natuurlijk. En dat waren er nog al wat geworden inmiddels.

Gods gebod “Wees vruchtbaar en wordt talrijk” (Gn 35:11) was niet aan dovemansoren gericht.
Vergeleek de Paus recent zijn ‘schapen’ nog met konijnen, toen wisten ze er ook wel raad mee: “De Hebreeuwse vrouwen, .., ze baren zo vlug dat ze hun kind ter wereld brengen nog voordat de vroedvrouw erbij is” (Ex 1:19).

De nakomelingen van de familie “.. werden zeer talrijk en sterk, zodat het land vol van hun raakte.” (Ex 1:7). En niet zo’n klein beetje ook: “..ze zijn nu al talrijker dan de bevolking van het land..” (Ex 5:5)

Geheel tegen het zere been van de farao, die dan ook rigoureuze maatregelen nam. “..toen stelden ze werkbazen over het volk aan, om hen door dwangarbeid te onderdrukken” (Ex 1:11) en “zij maakten hun het leven zuur door hen hard te laten werken in steenbakkerijen en op het land” (Ex 1:14).

En om hun groeimodel wat te beteugelen: “Toen beval de farao al zijn onderdanen: ‘Iedere (Hebreeuwse) jongen die geboren wordt moet u in de Nijl gooien; de meisjes kunt u in leven laten” (Ex 1:22).

Geen halve maatregelen natuurlijk. Maar ja iemand “in de Nijl gooien” kan ook in een mandje had iemand bedacht. Het mandje werd gevonden door de dochter van de farao. Die hem liefdevol liet verzorgen. “Zij noemde hem Mozes, ‘want’, zo zei ze, ‘ik hem uit het water gehaald.’ “. (Ex 2:10)
Welk een sprookje.

Behoorlijk beschermd opgevoed (hij wel..) natuurlijk maar 40 jaar later (!) ging Mozes toch maar eens “naar zijn broeders, en was getuige van hun dwangarbeid.” (Ex 2:11).
Werd boos op een Egyptenaar die “een Hebreeër neersloeg” (Ex 2:11).
“Hij keek naar alle kanten en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar neer en verborg hem onder het zand.” (Ex 2:12)

De farao kwam er toch achter. Mozes vluchtte het land uit en ging naar Midjan.

En God? Heeft al die eeuwen geen hand uitgestoken. Terwijl zijn ‘uitverkoren’ volk al die jaren zwaar moest bukken onder dwangarbeid. Maar op een gegeven moment “vanuit hun slavenarbeid drong hun gejammer door tot God” (Ex 2:23). Het zou tijd worden zeg!

“De HEER sprak: ‘ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien.. Ik ben afgedaald om hen te bevrijden.. om hem weg te leiden naar een land dat overvloeit van melk en honing..”. (Ex 3:8)
“Ga er dus heen, Ik zend u naar de farao. U moet mijn volk.. uit Egypte leiden”. (Ex 3:10)

En tegen wie zie Hij dat? Juist ja: Mozes. Dacht lekker teruggetrokken te kunnen genieten van zijn oude dag. Inmiddels 80 jaar oud. Daar wordt je niet vrolijk van natuurlijk.

Kijk, we wisten al dat God geen fijne neus voor het selecteren van de juiste vrienden. Nu weer een moordenaar. Die ook nog eens helemaal geen zin had om voor deze “klus” geselecteerd te worden. Dat gaat nog een hele uitdaging worden.

Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 17: Mozes, Gods tovenaarsleerling
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.victorianweb.org/painting/poynter/paintings/karp2.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Jozef, Egypte. De eindbalans van Genesis

1024px-Konstantin_Flavitsky_001

Deel 15 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Aartsvader Jacob had 12 zonen en 4 vrouwen. Jozef (de jongste) was zijn oogappel. Een dromer met bijzonder talenten. Hij zou het ver schoppen.

Het laatste deel van Genesis (Gn 37-50) leest als een spannend jongensboek.
God is in geen velden of wegen te bekennen, dat scheelt al weer. Ik zal de lezer de details besparen, maar kort samengevat komt het op het volgende neer.

– Jacob is dol op zijn zoon Jozef (van zijn lievelingsvrouw Rachel).
– Jozef is een dromer. Vertelt zijn dromen aan zijn broers.
– Die interpreteren die droom dat ze ondergeschikt zouden worden aan Jozef.
– Dat zet kwaad bloed bij zijn broers.
– Zijn broers willen hem ‘daarom’ vermoorden.
– Werpen hem in een put, maar besluiten hem dan toch maar te verkopen als slaaf.
– De zoons vertellen vader dat Jozef verslonden is door dieren.
– Jozef wordt weer doorverkocht als slaaf aan het hof van de Farao.
– Maakt daar carrière.
– Slaat de avances van een hofdame af.
– Maar wordt in het gevang gegooid omdat zij claimde dat hij haar wel verleid had.
– Jozef blijkt daar dromen te kunnen uitleggen. Zijn uitleg komt nog uit ook.
– Dat wordt opgemerkt door de Farao.
– Jozef legt een droom uit van de farao. “7 vette en 7 magere jaren”.
– Jozef krijgt een hoge positie bij het hof. Wordt zelfs onderkoning.
– Goede manager. Weet door slim voorraadbeheer de 7 magere jaren door te komen.
– Een paar broers komen bij hem op eten te kopen. Ze herkennen hem niet, maar hij hen wel.
– Jozef verzoent zich met zijn broers, en er volgt een weerzien met zijn vader Jacob.
– De hele familie (inmiddels 60 man) gaat op uitnodiging in Egypte wonen.

Lekker verhaal, leest lekker weg. Haast een sprookje. “En ze leefden nog lang en gelukkig” had er kunnen staan bij de afronding van het boek Genesis. Stond er niet. Kon ook niet, want er staat nog van alles te gebeuren. Maar daarover later.

De balans van Genesis: “Het Boek der Wording”.
God heeft er een bende van gemaakt. Leuk idee: een paradijs scheppen. Wie wil dat niet?
Maar Hij schiep het al vol weeffouten. En wist die niet te repareren. Toen liep het helemaal uit de hand. Zag geen andere uitweg dan maar de hele boel te vernietigen (de zondvloed). Hielp ook al niet. Vernietigde links en rechts heel wat ‘dissidenten’. En koos de verkeerde vrienden, die Hij overmatig beloonde.

Was het “de juiste man op de juiste plek”? Wie zal het zeggen.

Vooralsnog lijkt Hij eerder een slechte manager met weinig visie te zijn. Een koppige, eigenwijze, brute, wrede, narcistische, arrogante en bij vlagen domme man?

Dan kunnen we ook niet verbaast zijn dat het resultaat er ook naar is. Zeker als zo iemand de ‘wapens’ in handen heeft om zijn ideeën ook kracht bij te zetten.

Het boek Genesis had dan ook beter “Het Boek der Verwording” kunnen heten.

Maar misschien zie ik het verkeerd en komt het nog goed in het vervolg. Ik laat me graag verrassen.

 

P.S. Binnenkort deel 16: Exodus. Slaven in Egypte
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Konstantin_Flavitsky_001.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Isaak, Jacob, Israël en GTST

breenbergh_jakob_engel_grt

Deel 14 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. De getraumatiseerde eerste zoon van Abraham (Isaak) werd ook schatrijk door list en bedrog. De onvruchtbare vrouw van Isaak werd zwanger nadat God haar schoot had ontsloten (Gn 25:21).

Van een tweeling nog wel! Ze voelde het al aan haar water: “Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar stootten, dacht ze, als het zo doorgaat, wat staat mij dan te wachten?” (GN 25:22).

“En de HEER sprak tot haar: Twee volken zijn het, die u draagt; twee volksstammen die al in uw schoot uiteengaan. Een van de twee zal machtiger zijn: de oudste zal dienstbaar zijn aan de jongste” (GN 25:23).
Voorziene blik van God zo zou blijken.

De eerstgeboren was Esau (betekent: de behaarde), en Jacob kreeg zijn naam, onderkruiper, hielenlikker, omdat hij bij zijn geboorte de hiel van Esau vasthield. (Gn 25:26). Dat belooft wat.

Jacob zou zijn naam eer aan doen, want er ontspint zich een verhaal waar de scenarioschrijvers van GTST nog hun vingers en hielen bij af kunnen likken. Ik zal u de details besparen van deze sappige episoden.

Een korte samenvatting:

– Hij ontfutselt het eerstgeboorterecht van Esau met een kopje soep linzensoep. (Gn 25:30-34).
– Hij belazert zijn bijkans blinde vader door zich te vermommen als Esau.
– Krijgt door die ““listige leugen” (Gn 27:35) de bevestiging dat hij het eerste geboorterecht heeft.

En er was nogal wat te erven! Isaak was “tenslotte schatrijk” (Gn 26:13). Aartje naar zijn vaartje. Haalde dezelfde truc uit als Abraham door ook te vertellen dat zijn vrouw Rebekka zijn zus was. List en bedrog voor eigen belang. Legde hem geen windeieren. Bij Abimelek (koning van de Filistijnen) zat de schrik er nog goed in! (Gn 26:7-14).

– Jacob droomde over een ladder naar de hemel. (GN 28:12).
– Verbindt een aantal voorwaarden om God tot zijn HEER te laten zijn. (Gn 28:20-21).
– Werkte 14 jaar in Laban om een paar vrouwen te krijgen (Gn 29:15-28).
– En maakte nog wat slavinnen zwanger om nog meer kinderen te krijgen. (GN 30).
– Belazert zijn trouwe werkgever Laban.
– Door alweer een vermommingstruc uit te halen. Nu met dieren. (Gn 30 25).
– En “Zo werd Jacob buitengewoon rijk” (Gn 30:43).
– Op de vlucht voor Laban neemt Jacob de dochters van hem als “krijgsgevangenen” mee. (Gn 31:26).
– Gooit het uiteindelijk op een akkoordje met Laban.
– Onderweg vecht hij een robbertje met God. De hele nacht.
– Wint uiteindelijk wel, maar wordt wel voor altijd mank toen God hem een stevige klap op zijn heup had gegeven.

Gevoelige noot: “Tot vandaag de dag” eten zijn de afstammelingen nog steeds geen heupvlees! (GN 32:33).

Tja, onderkruiper, hielenlikker, leugenaar, belazert zijn broer en zijn vader, ontvoerder, vechtjas, dief, dromer, onbetrouwbare werknemer, en polygamist (“toen was geluk nog heel gewoon”) met een overmaat aan testosteron.

En God? Die vond het allemaal helemaal prima. En gaf hem zelfs de hoofdprijs toen Hij zei: “Uw naam is wel Jacob, maar voortaan zult u geen Jacob meer heten, maar Israël.” (GN 35:10)
“Ik ben God de Almachtige. Wees vruchtbaar en wordt talrijk, een volk, een menigte van volken zal uit u voortkomen, en koningen zullen uit uw lendenen afkomstig zijn.” (GN 35:11).

Hoe bont moet je het maken goede maatjes met God te worden?

Aartsvader Jacob werd 180 jaar. En liet 12 zonen achter. (GN 35:22-29)
Ruben, Simenon, Levi, Juda, Issakar en Zebulon (van zijn vrouw Lea).
Jozef en Benjamin (van zijn vrouw Rachel).
Dan en Naftali (van de slavin van zijn vrouw Rachel: Billa).
Gad en Aser (van de slavin van zijn vrouw Lea: Zilpa).

Grootvader Abraham wist al van wanten, vader Isaak moet PTSS hebben gehad. En zijn zoon Jacob was geen lieverdje. Wat een familie! Wat een armoede, waren er op de aarde echt geen betere “oogappels” te vinden”?

We moeten dan ook niet vreemd opkijken als uit zo’n verknipte familie, met zo’n gestoorde vader als Jacob rare fratsen ontstaan. Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 15. Jozef, Egypte. En de balans van Genesis.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/715.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Gods wrede beproeving van Abraham

juan-de-valdes-leal-the-sacrifice-of-isaac

Deel 13 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Een van meest ongelukkig passages uit Genesis. God vond het nodig Abraham zwaar op de proef te stellen. “Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt, .. , en draag hem daar, op de berg, die ik u zal aanwijzen, als brandoffer op” (Gn 22:2)

Onbegrijpelijk, maar waar. Abraham sputterde deze keer niet eens tegen. Dat was wel eens anders geweest.

“Daarna ging hij op weg naar de plaats die God hem had aangewezen.” (Gn 22:3).
“Daarop liet Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes.” (Gn 22:6).

Isaak (ook niet dom) was nogal verbaasd: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?” (Gn 22:7).
Abraham (kon de waarheid verdraaien als geen ander): “God zal zelf wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22:8)

Abraham (de rust zelve blijkbaar): “Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, bovenop het hout.” (Gn 22:9).

“Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon te offeren..” (Gn 22:10) kwam er een engel (niet eens God zelf!), en hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan, en doe hem niets! Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij, uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.” (Gn 22:12).

Tja, beste lezer, ik weet niet hoe het jou vergaat maar ik wordt echt kotsmisselijk als ik dit lees.

Hoe kan je het bedenken? Hoe wreed kan iemand zijn??

En dan ook nog enkel om te testen of nota bene je zielemaatje je wel echt vreest en onvoorwaardelijk je krankzinnige bevelen opvolgt. Ik kan er echt niet bij.

Maar God was echt helemaal in zijn nopjes! En beloonde Abraham voor zijn ‘goede gedrag’.
“..omdat u dit gedaan heeft en Mij uw zoon niet hebt onthouden, zal ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan het strand van de zee.” (Gn 22:16-17).
Niets nieuws onder de zon overigens. Een dergelijk belofte had Hij al eerder gedaan. (Gn 13:16 en Gn 15:5)

Maar nu ging Hij nog veel verder: “Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.” (Gn 22:17). Dat belooft weer wat..

En dat alles “..omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.” (Gn 22:18). Kost wat (op aangeven van God bereid zijn je enige zoon te doden) maar dan heb je ook wat, zal Abraham gedacht hebben.

Isaak heeft natuurlijk wel de schrik van zijn leven gehad. Getraumatiseerd voor het leven.

Had hij nu geleefd, dan hadden jeugd- en gezinszorg er ongetwijfeld de handen vol aan gehad er nog iets leefbaars van te maken.

Of dat gevolgen heeft gehad, daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 14. Jacob, Israël en GTST
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.wikiart.org/en/juan-de-valdes-leal/the-sacrifice-of-isaac-1659
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 158 andere volgers