Aad Verbaast

te gek voor woorden eigenlijk

Mozes, Gods tovenaarsleerling

mozes_slang_grt

Deel 17 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had Mozes aangewezen om zijn uitverkoren volk uit Egypte naar het “land dat overvloeit van melk en honing” (Ex 3:17) te leiden. Mozes (inmiddels 80) had daar allemaal niet zo’n zin in. En kon nog wel wat uitvluchten bedenken. Maar ja, dan ben je bij God natuurlijk wel bij het verkeerde adres. Zijn plan stond vast.

Mozes tot God: “Wie ben ik dat ik naar de farao moet gaan, en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden.” (Ex 3:11). “.. ze geloven me niet, ze zullen niet naar mij luisteren, ze zullen zeggen dat de HEER mij niet verschenen is.” (Ex 4:1).

Goeie vraag, maar daar had God wat op gevonden. Een paar tovertrucs!

“De HEER beval: Laat hem (zijn staf) op de grond vallen”. “Mozes liet hem op de grond vallen en de staf werd een slang.” (Ex 4:3). Het omgekeerde was ook gauw geleerd.

Nog een tovertruc: “Steek uw hand tussen uw kleed” (Ex 4:6)
Blijkt die hand ineens volle witte uitslag te zitten!
En “Laten zij zich door beide tekenen niet overtuigen en luisteren ze nog niet naar u, neem dan water uit de Nijl, en giet dat uit op het land. Het water dat u uit de Nijl genomen hebt, zal op het land bloed worden”. (Ex 4:9).

Fred Kaps en Hans Kazan hadden deze trucs maar wat graag in hun repertoire gehad, zou je zeggen.

Maar Mozes was nog steeds onzeker. “Neem me niet kwalijk HEER, maar ik ben geen redenaar. ..Ik spreek moeilijk en traag”. (Ex 4:10). “.. zend liever iemand anders.” (Ex 4:13).
God werd er een beetje pissig van. “Toen ontbrandde de toorn van de HEER tegen Mozes en Hij sprak: Is Aäron de Leviet niet uw broer? Ik weet dat hij een goed spreker is.. Ik zal u beiden bijstaan als u moet spreken en u ingeven wat u moet doen. Laat hem in uw plaats spreken tot het volk.. (Ex 4:14-16). “Neem deze staf mee, daar moet u de tekenen mee verrichten”.

Mozes toch maar op weg naar Egypte dus. Werd bijkans onderweg gedood door God. (Ex 4:25). Ontmoette Aäron (ook al dik in de 80), en trok samen met verder. Ontmoette de “oudsten van Israël” (Ex 4:29). En daar “.. verrichtte hij de tekenen” (Ex 4:31). Ze waren onder de indruk en geloofden hem.

Hoog tijd dus om maar eens naar de farao te gaan. Zijn eerste bezoek had slechts resultaat dat de farao de teugels enkel nog harder aantrok. Verrassend? Nee natuurlijk niet. Je moet wel echt naïef zijn om te denken dat hij die Israëlieten zomaar zou laten gaan lijkt me. Cruciaal immers voor zijn economie.

Mozes verloor flink wat vertrouwen van de Israëlieten daardoor. En de HEER had weer een oplossing voorhanden:

“Als de farao u uitdaagt om maar eens een wonder te laten zien, dan moet u tegen Aäron zeggen: Neem uw staf en laat hem voor de farao op de grond vallen. Het zal een slang worden!”. (Ex 7:8).

God moet in zijn nopjes geweest zijn. Die truc had Hij ze immers zelf geleerd! Wat zou de farao onder de indruk zijn!

Zo gezegd zo gedaan. “Aäron liet voor de ogen van de farao .. de staf vallen en het werd een slang” (Ex 7:10). Mozes natuurlijk zo trots als een aap met zeven lullen!

“Maar de farao riep op zijn beurt de wijzen en tovenaars er bij, en ook zij, de magiërs van Egypte, deden met hun toverkunsten hetzelfde. Zij lieten allen hun staf vallen en het werden slangen.” (Ex 7:11-12).

Ik rol wederom van mijn stoel van verbazing.

God de Almachtige stond voor een grote missie. Vraagt aan een onzekere Mozes de farao te overtuigen met een voorbeeld van wat aangeleerd machtsvertoon.

Maar wist niet eens dat Mozes de risee van de dag zou worden daar. Blijkt het een truc te zijn die een beetje magiër daar zonder enig probleem ook kan uitvoeren!

Wat een afgang zeg! Kon Hij nou echt niets anders bedenken? Gods allemachtig! Nee, dan moet je toch van betere huize komen zou je zeggen. Maar daarover later.

 
P.S. Binnenkort deel 18: De 10 onnodige plagen van Egypte.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.artbible.info/art/large/142.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Exodus. Slaven in Egypte

12b

Deel 16 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had weer even (~400 jaar!) liggen slapen. Ondertussen was er iets dramatisch fout gegaan. Was Jozef nog onderkoning in Egypte. Had hij zijn steenrijke familie (60 man) laten overkomen. Nu waren alle nakomelingen inmiddels slaven geworden in Egypte. Geen pretje voor die lui natuurlijk. En dat waren er nog al wat geworden inmiddels.

Gods gebod “Wees vruchtbaar en wordt talrijk” (Gn 35:11) was niet aan dovemansoren gericht.
Vergeleek de Paus recent zijn ‘schapen’ nog met konijnen, toen wisten ze er ook wel raad mee: “De Hebreeuwse vrouwen, .., ze baren zo vlug dat ze hun kind ter wereld brengen nog voordat de vroedvrouw erbij is” (Ex 1:19).

De nakomelingen van de familie “.. werden zeer talrijk en sterk, zodat het land vol van hun raakte.” (Ex 1:7). En niet zo’n klein beetje ook: “..ze zijn nu al talrijker dan de bevolking van het land..” (Ex 5:5)

Geheel tegen het zere been van de farao, die dan ook rigoureuze maatregelen nam. “..toen stelden ze werkbazen over het volk aan, om hen door dwangarbeid te onderdrukken” (Ex 1:11) en “zij maakten hun het leven zuur door hen hard te laten werken in steenbakkerijen en op het land” (Ex 1:14).

En om hun groeimodel wat te beteugelen: “Toen beval de farao al zijn onderdanen: ‘Iedere (Hebreeuwse) jongen die geboren wordt moet u in de Nijl gooien; de meisjes kunt u in leven laten” (Ex 1:22).

Geen halve maatregelen natuurlijk. Maar ja iemand “in de Nijl gooien” kan ook in een mandje had iemand bedacht. Het mandje werd gevonden door de dochter van de farao. Die hem liefdevol liet verzorgen. “Zij noemde hem Mozes, ‘want’, zo zei ze, ‘ik hem uit het water gehaald.’ “. (Ex 2:10)
Welk een sprookje.

Behoorlijk beschermd opgevoed (hij wel..) natuurlijk maar 40 jaar later (!) ging Mozes toch maar eens “naar zijn broeders, en was getuige van hun dwangarbeid.” (Ex 2:11).
Werd boos op een Egyptenaar die “een Hebreeër neersloeg” (Ex 2:11).
“Hij keek naar alle kanten en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar neer en verborg hem onder het zand.” (Ex 2:12)

De farao kwam er toch achter. Mozes vluchtte het land uit en ging naar Midjan.

En God? Heeft al die eeuwen geen hand uitgestoken. Terwijl zijn ‘uitverkoren’ volk al die jaren zwaar moest bukken onder dwangarbeid. Maar op een gegeven moment “vanuit hun slavenarbeid drong hun gejammer door tot God” (Ex 2:23). Het zou tijd worden zeg!

“De HEER sprak: ‘ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien.. Ik ben afgedaald om hen te bevrijden.. om hem weg te leiden naar een land dat overvloeit van melk en honing..”. (Ex 3:8)
“Ga er dus heen, Ik zend u naar de farao. U moet mijn volk.. uit Egypte leiden”. (Ex 3:10)

En tegen wie zie Hij dat? Juist ja: Mozes. Dacht lekker teruggetrokken te kunnen genieten van zijn oude dag. Inmiddels 80 jaar oud. Daar wordt je niet vrolijk van natuurlijk.

Kijk, we wisten al dat God geen fijne neus voor het selecteren van de juiste vrienden. Nu weer een moordenaar. Die ook nog eens helemaal geen zin had om voor deze “klus” geselecteerd te worden. Dat gaat nog een hele uitdaging worden.

Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 17: Mozes, Gods tovenaarsleerling
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.victorianweb.org/painting/poynter/paintings/karp2.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Jozef, Egypte. De eindbalans van Genesis

1024px-Konstantin_Flavitsky_001

Deel 15 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Aartsvader Jacob had 12 zonen en 4 vrouwen. Jozef (de jongste) was zijn oogappel. Een dromer met bijzonder talenten. Hij zou het ver schoppen.

Het laatste deel van Genesis (Gn 37-50) leest als een spannend jongensboek.
God is in geen velden of wegen te bekennen, dat scheelt al weer. Ik zal de lezer de details besparen, maar kort samengevat komt het op het volgende neer.

– Jacob is dol op zijn zoon Jozef (van zijn lievelingsvrouw Rachel).
– Jozef is een dromer. Vertelt zijn dromen aan zijn broers.
– Die interpreteren die droom dat ze ondergeschikt zouden worden aan Jozef.
– Dat zet kwaad bloed bij zijn broers.
– Zijn broers willen hem ‘daarom’ vermoorden.
– Werpen hem in een put, maar besluiten hem dan toch maar te verkopen als slaaf.
– De zoons vertellen vader dat Jozef verslonden is door dieren.
– Jozef wordt weer doorverkocht als slaaf aan het hof van de Farao.
– Maakt daar carrière.
– Slaat de avances van een hofdame af.
– Maar wordt in het gevang gegooid omdat zij claimde dat hij haar wel verleid had.
– Jozef blijkt daar dromen te kunnen uitleggen. Zijn uitleg komt nog uit ook.
– Dat wordt opgemerkt door de Farao.
– Jozef legt een droom uit van de farao. “7 vette en 7 magere jaren”.
– Jozef krijgt een hoge positie bij het hof. Wordt zelfs onderkoning.
– Goede manager. Weet door slim voorraadbeheer de 7 magere jaren door te komen.
– Een paar broers komen bij hem op eten te kopen. Ze herkennen hem niet, maar hij hen wel.
– Jozef verzoent zich met zijn broers, en er volgt een weerzien met zijn vader Jacob.
– De hele familie (inmiddels 60 man) gaat op uitnodiging in Egypte wonen.

Lekker verhaal, leest lekker weg. Haast een sprookje. “En ze leefden nog lang en gelukkig” had er kunnen staan bij de afronding van het boek Genesis. Stond er niet. Kon ook niet, want er staat nog van alles te gebeuren. Maar daarover later.

De balans van Genesis: “Het Boek der Wording”.
God heeft er een bende van gemaakt. Leuk idee: een paradijs scheppen. Wie wil dat niet?
Maar Hij schiep het al vol weeffouten. En wist die niet te repareren. Toen liep het helemaal uit de hand. Zag geen andere uitweg dan maar de hele boel te vernietigen (de zondvloed). Hielp ook al niet. Vernietigde links en rechts heel wat ‘dissidenten’. En koos de verkeerde vrienden, die Hij overmatig beloonde.

Was het “de juiste man op de juiste plek”? Wie zal het zeggen.

Vooralsnog lijkt Hij eerder een slechte manager met weinig visie te zijn. Een koppige, eigenwijze, brute, wrede, narcistische, arrogante en bij vlagen domme man?

Dan kunnen we ook niet verbaast zijn dat het resultaat er ook naar is. Zeker als zo iemand de ‘wapens’ in handen heeft om zijn ideeën ook kracht bij te zetten.

Het boek Genesis had dan ook beter “Het Boek der Verwording” kunnen heten.

Maar misschien zie ik het verkeerd en komt het nog goed in het vervolg. Ik laat me graag verrassen.

 

P.S. Binnenkort deel 16: Exodus. Slaven in Egypte
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Konstantin_Flavitsky_001.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Isaak, Jacob, Israël en GTST

breenbergh_jakob_engel_grt

Deel 14 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. De getraumatiseerde eerste zoon van Abraham (Isaak) werd ook schatrijk door list en bedrog. De onvruchtbare vrouw van Isaak werd zwanger nadat God haar schoot had ontsloten (Gn 25:21).

Van een tweeling nog wel! Ze voelde het al aan haar water: “Maar toen de kinderen in haar schoot tegen elkaar stootten, dacht ze, als het zo doorgaat, wat staat mij dan te wachten?” (GN 25:22).

“En de HEER sprak tot haar: Twee volken zijn het, die u draagt; twee volksstammen die al in uw schoot uiteengaan. Een van de twee zal machtiger zijn: de oudste zal dienstbaar zijn aan de jongste” (GN 25:23).
Voorziene blik van God zo zou blijken.

De eerstgeboren was Esau (betekent: de behaarde), en Jacob kreeg zijn naam, onderkruiper, hielenlikker, omdat hij bij zijn geboorte de hiel van Esau vasthield. (Gn 25:26). Dat belooft wat.

Jacob zou zijn naam eer aan doen, want er ontspint zich een verhaal waar de scenarioschrijvers van GTST nog hun vingers en hielen bij af kunnen likken. Ik zal u de details besparen van deze sappige episoden.

Een korte samenvatting:

– Hij ontfutselt het eerstgeboorterecht van Esau met een kopje soep linzensoep. (Gn 25:30-34).
– Hij belazert zijn bijkans blinde vader door zich te vermommen als Esau.
– Krijgt door die ““listige leugen” (Gn 27:35) de bevestiging dat hij het eerste geboorterecht heeft.

En er was nogal wat te erven! Isaak was “tenslotte schatrijk” (Gn 26:13). Aartje naar zijn vaartje. Haalde dezelfde truc uit als Abraham door ook te vertellen dat zijn vrouw Rebekka zijn zus was. List en bedrog voor eigen belang. Legde hem geen windeieren. Bij Abimelek (koning van de Filistijnen) zat de schrik er nog goed in! (Gn 26:7-14).

– Jacob droomde over een ladder naar de hemel. (GN 28:12).
– Verbindt een aantal voorwaarden om God tot zijn HEER te laten zijn. (Gn 28:20-21).
– Werkte 14 jaar in Laban om een paar vrouwen te krijgen (Gn 29:15-28).
– En maakte nog wat slavinnen zwanger om nog meer kinderen te krijgen. (GN 30).
– Belazert zijn trouwe werkgever Laban.
– Door alweer een vermommingstruc uit te halen. Nu met dieren. (Gn 30 25).
– En “Zo werd Jacob buitengewoon rijk” (Gn 30:43).
– Op de vlucht voor Laban neemt Jacob de dochters van hem als “krijgsgevangenen” mee. (Gn 31:26).
– Gooit het uiteindelijk op een akkoordje met Laban.
– Onderweg vecht hij een robbertje met God. De hele nacht.
– Wint uiteindelijk wel, maar wordt wel voor altijd mank toen God hem een stevige klap op zijn heup had gegeven.

Gevoelige noot: “Tot vandaag de dag” eten zijn de afstammelingen nog steeds geen heupvlees! (GN 32:33).

Tja, onderkruiper, hielenlikker, leugenaar, belazert zijn broer en zijn vader, ontvoerder, vechtjas, dief, dromer, onbetrouwbare werknemer, en polygamist (“toen was geluk nog heel gewoon”) met een overmaat aan testosteron.

En God? Die vond het allemaal helemaal prima. En gaf hem zelfs de hoofdprijs toen Hij zei: “Uw naam is wel Jacob, maar voortaan zult u geen Jacob meer heten, maar Israël.” (GN 35:10)
“Ik ben God de Almachtige. Wees vruchtbaar en wordt talrijk, een volk, een menigte van volken zal uit u voortkomen, en koningen zullen uit uw lendenen afkomstig zijn.” (GN 35:11).

Hoe bont moet je het maken goede maatjes met God te worden?

Aartsvader Jacob werd 180 jaar. En liet 12 zonen achter. (GN 35:22-29)
Ruben, Simenon, Levi, Juda, Issakar en Zebulon (van zijn vrouw Lea).
Jozef en Benjamin (van zijn vrouw Rachel).
Dan en Naftali (van de slavin van zijn vrouw Rachel: Billa).
Gad en Aser (van de slavin van zijn vrouw Lea: Zilpa).

Grootvader Abraham wist al van wanten, vader Isaak moet PTSS hebben gehad. En zijn zoon Jacob was geen lieverdje. Wat een familie! Wat een armoede, waren er op de aarde echt geen betere “oogappels” te vinden”?

We moeten dan ook niet vreemd opkijken als uit zo’n verknipte familie, met zo’n gestoorde vader als Jacob rare fratsen ontstaan. Maar daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 15. Jozef, Egypte. En de balans van Genesis.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/715.html
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Gods wrede beproeving van Abraham

juan-de-valdes-leal-the-sacrifice-of-isaac

Deel 13 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Een van meest ongelukkig passages uit Genesis. God vond het nodig Abraham zwaar op de proef te stellen. “Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt, .. , en draag hem daar, op de berg, die ik u zal aanwijzen, als brandoffer op” (Gn 22:2)

Onbegrijpelijk, maar waar. Abraham sputterde deze keer niet eens tegen. Dat was wel eens anders geweest.

“Daarna ging hij op weg naar de plaats die God hem had aangewezen.” (Gn 22:3).
“Daarop liet Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes.” (Gn 22:6).

Isaak (ook niet dom) was nogal verbaasd: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?” (Gn 22:7).
Abraham (kon de waarheid verdraaien als geen ander): “God zal zelf wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22:8)

Abraham (de rust zelve blijkbaar): “Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, bovenop het hout.” (Gn 22:9).

“Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon te offeren..” (Gn 22:10) kwam er een engel (niet eens God zelf!), en hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan, en doe hem niets! Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij, uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.” (Gn 22:12).

Tja, beste lezer, ik weet niet hoe het jou vergaat maar ik wordt echt kotsmisselijk als ik dit lees.

Hoe kan je het bedenken? Hoe wreed kan iemand zijn??

En dan ook nog enkel om te testen of nota bene je zielemaatje je wel echt vreest en onvoorwaardelijk je krankzinnige bevelen opvolgt. Ik kan er echt niet bij.

Maar God was echt helemaal in zijn nopjes! En beloonde Abraham voor zijn ‘goede gedrag’.
“..omdat u dit gedaan heeft en Mij uw zoon niet hebt onthouden, zal ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan het strand van de zee.” (Gn 22:16-17).
Niets nieuws onder de zon overigens. Een dergelijk belofte had Hij al eerder gedaan. (Gn 13:16 en Gn 15:5)

Maar nu ging Hij nog veel verder: “Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.” (Gn 22:17). Dat belooft weer wat..

En dat alles “..omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.” (Gn 22:18). Kost wat (op aangeven van God bereid zijn je enige zoon te doden) maar dan heb je ook wat, zal Abraham gedacht hebben.

Isaak heeft natuurlijk wel de schrik van zijn leven gehad. Getraumatiseerd voor het leven.

Had hij nu geleefd, dan hadden jeugd- en gezinszorg er ongetwijfeld de handen vol aan gehad er nog iets leefbaars van te maken.

Of dat gevolgen heeft gehad, daarover later.

 

P.S. Binnenkort deel 14. Jacob, Israël en GTST
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.wikiart.org/en/juan-de-valdes-leal/the-sacrifice-of-isaac-1659
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Deugdzaam en Rechtschapen

780px-Joachim_Wtewael_-_Lot_and_his_Daughters_-_WGA25909

Deel 12 uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. God had Abraham geselecteerd aartsvader te worden van een “een groot en machtig volk” (GN 18:18). “Ik heb hem immers uitverkoren; zijn zonen en zijn nakomelingen moet hij leren zich door een rechtschapen en deugdzaam leven aan de weg van de HEER te houden..” (GN 18:19)

Maar wat is dan “rechtschapen en deugdzaam” in de ogen van God?
Gezien de zware straffen die Hij al had uitgedeeld als je dat niet was toch wel interessant om te weten lijkt me. Toch is zijn ‘biografie’ daar niet zo duidelijk over. Even terug dus naar wat gebeurtenissen waar God drastisch ingreep, respectievelijk niet ingreep.

Kaïn de broedermoordenaar. Kaín werd beschermt door God. Dat lijkt er dus al niet onder te vallen.

Noach de zuiplap: God had daar ook geen enkele moeite mee.

De zondvloed: “De dagen van de mensen zijn geteld, want zij zijn er de schuld van dat de aarde vol geweld is. Ik ga hen met de aarde vernietigen.” (Gn 6:13). Is het dan gebruik van “geweld?” Maar wat is dan “geweld”?

Sodom en Gomorra: “Uitermate zwaar is hun zonde!” (GN 18:20). Wat die zonde dan is, wordt ook niet uitgelegd.

Geen duidelijk beeld dus. “Geweld” is blijkbaar niet rechtschapen en/of niet deugdzaam. Wel weer deugdzaam is om “geweld” met tomeloos geweld te beantwoorden. Tenminste als je God als voorbeeld zou nemen (“evenbeeld”). “Zonde” wordt verder niet gespecificeerd.

Dan maar even verder zoeken. Kies je Abraham als uitverkorene dan zal hij wel uiterst “rechtschapen en deugdzaam” zijn in de ogen van God zou je denken.

Abraham vluchtte naar Egypte en deed voor alsof zijn vrouw een zus van hem was, waardoor ze kon worden opgenomen in de harem van de farao. En dan: “Maar de HEER bracht de farao en zijn hovelingen zware slagen toe om wat er gebeurd was met Sarai..” (GN 12:17).

De farao handelde in goed vertrouwen. Maar werd hard aangepakt. Abraham leende zijn vrouw uit voor eigen gewin. Blijkbaar vond God dat laatste wel rechtschapen en deugdzaam aangezien Abraham niet werd aangepakt. Sterker nog: hij werd er steenrijk van. God vond dat blijkbaar allemaal prima.

Misschien had Hij zich vergist? Iets over het hoofd gezien?

Na de verwoesting van Sodom en Gomorra vertrok Abraham naar de Negeb “en woonde als vreemdeling in Gerar” (GN 20:1). “Van zijn vrouw Sara zei Abraham dat ze zijn zuster was. Zo kwam het dat Abimelek, de koning van Gerar, haar liet schaken.” (GN 20:2)

Diederik Samsom zou zeggen “nou doet u het weer”.

En weer greep God in: “Maar God kwam ’s nachts in een droom tot Abimelek en zei hem: De dood staat u te wachten, omdat u deze vrouw ontvoerd hebt, want zij heeft al een man.” (GN 20:3).

Diederik Samsom zou alweer zeggen “nou doet U het weer”.

Gelukkig liep het uiteindelijk niet slecht zo af voor de koning. Blij de dood te zijn ontsprongen overlaadde hij Abraham met “..schapen en runderen, slaven en slavinnen” (GN 20:14). En: “duizend zilverstukken”. (Gn 20:16)

Is “deugdzaam en rechtschapen” dan: liegen, je vrouw uitlenen aan een ander voor eigen gewin, om vervolgens beloond te worden voor dit gedrag? Blijkbaar, want God vond dit allemaal prima. Tot twee keer toe zelfs.

Zo prima, dat Hij de volgende actie ondernam: “..God genas Abimelek, zijn vrouw en slavinnen, zodat zij weer kinderen konden krijgen want de HEER had iedere schoot in het huis van Abimelek gesloten, vanwege het gebeurde met Sara..” (GN 20:17-18).

Wonderlijk inkijkje in zijn opvattingen van “rechtschapen en deugdzaam” en “zonde”.

Nogal van slag, toch nog maar even verder zoeken, naar voorbeelden van de invulling daarvan. Niet deugdzaam en rechtschapen leven in de ogen van God kan je immers duur komen te staan.

Dan komen we uit bij Lot. De volle neef en protegé van Abraham.

Van Lot wisten we al dat hij er geen problemen mee had om zijn maagdelijke (“nog nooit bij een man ..geweest”) dochters aan te bieden (“kunnen jullie doen met hun doen wat je wilt”) aan voorbijgangers omdat die “omgang” met zijn gasten wilden hebben. Over deugdzaam gesproken.

Lot (de dans ontsprongen bij de verwoesting van Sodom en Gomorra, op voorspraak bij God van Abraham) woonde inmiddels met zijn dochters in een afgelegen grot in de bergen. Een vrouw had hij niet meer, die was immers veranderd in een zoutklomp..

Geen man te bekennen in de wijde omgeving. De dochters met kinderwens hadden daar wat opgevonden.

“Kom, wij laten Vader wijn drinken en gaan bij hem liggen, in de hoop dat wij van hem kinderen krijgen.” (Gn 19:32) “Zo werden de beide dochters van Lot zwanger van hun vader” (Gn 19:36)
“De oudste baarde een zoon en noemde hem Moab; hij werd de vader van de huidige Moabieten. Ook de jongste baarde een zoon en noemde hem Ben-Amni; hij is de vader van de tegenwoordige Ammonieten.” (Gn 19:37-38)

Tja, incest. Meer kan ik er niet van maken.

En God? In geen velden of wegen te bekennen. Hij die schoten kon sluiten en ontsluiten greep deze keer op geen enkele wijze in. Van straffen was ook geen sprake. Er zijn er om minder omgebracht. Hij vond het wel deugdzaam en rechtschapen genoeg blijkbaar.
Net als Abraham. Die vond er ook niets mis mee.

Het zal de lezer niet verbazen dat ik wederom met stomheid ben geslagen.

Wel weer wat wijzer geworden over Gods invulling en definitie van “deugdzaam en rechtschapen”.
Maar of mij dat nou inspiratie geeft om te leven naar “Gods gebod” kan ik, eufemistisch gesteld, toch niet stellen. Verre van dat.

Maar wellicht komen er nog nieuwe inzichten. Maar daarover later.

P.S. Binnenkort deel 13. Gods wrede beproeving van Abraham
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Joachim_Wtewael_-_Lot_and_his_Daughters_-_WGA25909.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

God verwoest Sodom en Gomorra

800px-John_Martin_-_Sodom_and_Gomorrah

Afl 11. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Lot (de volle neef van Abraham, die ook met hem in Egypte was) woonde inmiddels in Sodom (Gn 13:12) . Abraham kon het ook wel goed vinden met de koningen van Sodom. God niet, zo zou blijken.

Toen de koningen van Sodom en Gomorra een keer verdreven waren (GN 14:10) , en die “vijanden” ook Lot hadden ontvoerd, had Abraham Lot bevrijd met een eigen militie van “318 man” (Gn 14:14). De buit gaf hij terug aan de Koningen (Gn 14:16). Ja, dan kun je wel een potje breken bij hen natuurlijk.

Maar voor God was Sodom en Gomorra al langer een nagel aan zijn doodskist.

“Daarom zei de HEER: ‘Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! Uitermate zwaar is hun zonde! Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is gekomen; Ik wil het weten.” (GN 18:20).
Die “roep” kan overigens niet van Abraham of Lot zijn gekomen. Die waren immers dikke vrienden met die lui.

Opvallend stukje overigens. Er ontgaat Hem wel eens iets. God ‘ziet’ niet alles zoals velen claimen die Hem denken te kennen. Hij moet eigenhandig “naar beneden” komen om zich van iets te vergewissen. Maar dat terzijde.

Inmiddels werd al gauw duidelijk in Zijn gesprek met Abraham dat God besloten had die hele stad te “verdelgen” (GN 18:24).

Geheel tegen het zere been van Abraham (met zijn oogappel Lot in het achterhoofd) die op kunstige wijze weer met Hem aan de onderhandelingstafel ging zitten met als argument: “Zoiets kunt U toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!” (GN 18:25).

God leek er nog in te trappen ook: Uiteindelijk beloofde Hij: “Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien (rechtvaardigen) (Gn 18:32).

Alweer een valse belofte. Want het besluit de stad te verwoesten had Hij al lang genomen. Hij zond twee engelen naar Sodom, die bij Lot onderdak vonden. “Wij gaan de stad verwoesten” (GN 19:13).

Super gastvrije gast overigens die Lot. Toen de stedelingen aan de deur bonkten om ook “omgang” (GN 19:5) te kunnen met zijn gasten ging hij wel heel ver: “Luister eens; ik heb twee dochters die nog nooit bij een man zijn geweest. Die wil ik wel naar buiten brengen; dan kunnen jullie met hen doen wat je wilt. Maar laat die mannen met rust, want zij staan onder bescherming van mijn huis” (GN 19:8).

Tja, je zal maar zo’n vader hebben. Tikje van de molen van Abraham, denk ik dan. Die gaf immers eerder zijn vrouw al aan de farao voor eigen gewin.

Die engelen gingen echter voortvarender aan de slag: “Degenen die voor de deur stonden, klein en groot, sloegen zij met blindheid, zodat zij de deur niet meer konden vinden” (GN 19:11).
Geen halve maatregelen. Echt jongens van de gestampte pot!

Lot, zijn vrouw en zijn twee dochters werden door de mannen op tijd voor “de bestraffing van de stad” (GN 19:15) geleid naar een plekje buiten de stad. “Kijk niet om, blijf nergens in de buurt staan.. anders komt u om” (GN19:17). Geen tijd te verliezen denk je dan nog. Bleek heel anders uit te pakken zo zou blijken..

“Zodra de zon was opgekomen en Lot in Soar (zuidoostkust van de Dode Zee) was aangekomen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Hij verwoestte die steden en de hele streek, met alle bewoners en alles wat er groeide” (GN 19:24).

Mijn hemel!! Mijn God!! God schuwt het gebruik van chemische wapens en napalm niet om een hele bevolking te bestraffen!

Lot had overigens een flinke voorsprong op zijn vrouw genomen. Niets samen uit, samen thuis. Vooral bezorgt om zijn eigen hachje blijkbaar.

Lot ging dus toch maar even uitkijken waar hij uithangt dus. Dom, dom, dom.
“De vrouw van Lot.. keek om en veranderde in een zoutklomp” (GN 19:26).
Je moet het maar bedenken! Verkeerde inschatting (spraakverwarring.) van GN 19:17. Je moet ook overal rekening mee houden blijkbaar.

Abraham ging de volgende morgen toch maar even kijken daar. “Hij keek omlaag naar Sodom en Gomorra en heel de Jordaanstreek, en zag een walm opstijgen, als de rook van een smeltoven” (GN 19:28)

Maar dan rol ik alweer van mijn stoel als ik vervolgens de samenvatting/evaluatie/afronding lees van dit duivelse spektakel:
“Zo hield God … rekening met Abrahams wens en liet hij Lot ontsnappen..” (GN 19:29).

Dan moet je je toch wel in heel vreemde bochten gaan wringen om dit als een bewijs te kunnen zien voor de stelling “God is liefde”…

Of zijn (selectieve) liefde voor Abraham (en in zijn kielzog Lot) verder nog wat zou opbrengen, daarover een volgende keer.

 
P.S. Binnenkort deel 12. Deugdzaam en rechtschapen?!
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:John_Martin_-_Sodom_and_Gomorrah.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Gods tweede verbond: de besnijdenis

Sara leidt Hagar tot Abraham

Afl 10. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Terwijl de stammen rondom Abram (inmiddels 85) elkaar afslachtten (Gn 14) maakte hij zich zorgen dat er geen nageslacht zou komen. Sarai (zijn bloedmooie vrouw, halfzus en onvruchtbaar) had een slavin: Hagar. Sarai had een plannetje.

“Je weet dat de HEER mijn schoot heeft gesloten, Ga dus naar mijn slavin: misschien krijg ik een zoon van haar” (Gn 16:2).
Niet voor een kleintje vervaard, stemde Abram daarmee in. “Hij had gemeenschap met haar en zij werd zwanger”. (Gn 16:3-4).

Kon je op wachten: mot in de tent. Hagar werd “hooghartig” tegen Sarai. Sarai boos op Abram. Sarai maakte het leven van Hagar zuur. Hagar vluchtte de woestijn in. Waar een engel van God (?) haar vond. (Gn 16:4-7)

“Ga naar uw meesteres terug en dien haar”. “Uw nakomelingen zal ik talrijk maken”. “U zult een zoon baren en hem Ismaël noemen.” (Gn 16:9-11)

Maar ja, of hem nu een goed leven beschoren zou zijn was maar helemaal de vraag: “Een wilde ezel wordt hij, zijn hand gaat omhoog tegen allen, en allen verheffen de hand tegen hem; al zijn broers trotseert hij!” (Gn 16:12)
Dat belooft alweer niet veel goeds.

Inmiddels 13 jaar (in relatieve stilte) later kwam de Heer weer eens bij Abram langs. Inmiddels 99. Om een verbond met Abram te sluiten.

“Ik zal u zeer vruchtbaar maken, volken zal ik van u maken, zelfs koningen zullen uit u voortkomen.” “U zult niet langer Abram heten, uw naam zal Abraham zijn, want Ik heb u vader gemaakt van vele volken.” (Gn 17:5-6)
“Heel Kanaän.. zal ik aan u en uw nakomelingen geven om het voor altijd te bezitten” (Gn 17:8)
Kijk, toch iets waar je niet gauw nee tegen zegt.

Maar dan tovert God weer iets heel bijzonders uit zijn hoge hoed om deze afspraak te bezegelen. Je krijgt niet iets voor niets in Zijn wereld!

“Alle mannelijke personen moeten besneden worden… dat zal het teken zijn van mijn verbond met u”
Iedereen die dus in uw huis is geboren of door u gekocht is, moet besneden worden.”
“U moet dus mijn verbond onderhouden, u en uw nakomelingen, generatie na generatie.” (Gn 17:9-13)

En alsof dat nog niet genoeg was: “Iedere onbesnedene, .., moet uit zijn stam verwijderd worden; hij heeft mijn verbond gebroken.” (Gn 17:14).
En als doekje voor het bloeden: “Sarai..haar naam zal Sara zijn. Ik zal haar zegenen en ook uit haar zal Ik u een zoon schenken.” (Gn 17:15-16)

Hoe bedenk je het: ergens mee verbonden zijn door afscheid van je voorhuid te nemen?! Je moet er maar opkomen!

Abraham moet er ook van geschrokken zijn. Je gaat toch niet zomaar al die snikkels mutileren om er maar bij te mogen horen immers?

Nog even afgezien dat de mens groots was geschapen naar het “evenbeeld” van God. Met een voorhuid dus. Die er nu ineens vanaf moet? Bekijk het even!

Hij probeerde dus nog even te onderhandelen. “Laat Ismaël liever uw gunst genieten” (Gn 17:18).
Ja, ja, “gunst” en “genieten”. Die Abraham wist het wel mooi te verwoorden. Dat dan ook weer wel.

Maar God liet zich niet vermurwen. “Nee, uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en u zult hem Isaak noemen. Met hem en zijn nakomelingen zal Ik mijn verbond sluiten, een altijddurend verbond.” (Gn 17:19)

Abraham ging verder maar niet meer de messen slijpen over zijn puntje en liet er geen gras over groeien: “.. nog diezelfde dag besneed hij hun voorhuid, zoals God bevolen had.” (Gn 17:23)

Ja, beste lezer, dan weten jullie nu waar dit gebruik vandaan komt en waarom. Vanaf nu gesneden koek!

Een jaar later wierp Sara een zoon. Abraham was toen 100 jaar. Sara inmiddels 90 (!). Abraham zou 175 jaar oud worden. De wonderen waren de wereld nog niet uit. Maar daarover later.

P.S. Binnenkort deel 11. God verwoest Sodom en Gomorra.
P.S.: plaatje komt hier vandaan: http://www.schriftstudies.tk/imghost/Sara%20leidt%20Hagar%20tot%20Abraham.jpg
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Nieuwjaarskaart 2015 voor jullie allemaal

tijd

Als zonet alweer is verdwenen
Als straks niet bestaat
Dan leef je in het nu

De emotie van het moment
Het gevoel dat blijft bestaan
Vervlogen, toch bewogen

De klok tikt niet meer
Enkel de spiraal van het leven

Allen een mooi, creatief, inspirerend, gezond en overzichtelijk 2015 toegewenst. Vast weer de moeite waard er de tijd voor te nemen.

P.S. Het plaatje kwam ik hier tegen:  onder het kopje ”dimensie tijd” als aankondiging van deze labyrint uitzending. Moeite van het bekijken zeker waard.

Loverboy Abram wordt steenrijk door list en bedrog

Tissot_Sarai_Is_Taken_to_Pharaoh's_Palace

Afl 9. uit de serie: Omtrent Het Oude Testament. Abram (inmiddels 75) kwam met zijn gevolg aan in Kanaän. God stond hem al op te wachten: “Aan uw nakomelingen zal Ik dit land in bezit geven.” (Gn 12:7). Abram richtte een altaar op als dank, maar trok toch maar verder richting Negeb.

Geen gelukkige keuze overigens. “Hongersnood”! (Gn 12:10), dan maar naar Egypte.
Net voordat Abram Egypte binnentrok verzon hij een list.

Abram zie tegen zijn vrouw (en halfzus) Sarai: “Luister eens, ik weet dat je een mooie vrouw bent. Als de Egyptenaren je zien en denken dat je mijn vrouw ben, zullen ze mij vermoorden en jou in leven laten. Zeg liever dat je mijn zus bent; dan zal ik het er goed afbrengen en om jou in leven blijven.” (Gn 12:11-13)
De farao (zich van geen kwaad bewust) nam die bloedmooie vrouw op in zijn harem. “Omwille van haar behandelde hij ook Abram goed en schonk hem schapen, runderen en ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.” (Gn 12:16)

Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd je vrouw ‘uit te lenen’? Voor eigen gewin ook nog eens?

Op zich mooi toch van die farao? Abram had er ook al geen moeite mee. Maar God dacht daar heel anders over. En “.. bracht de farao en zijn hovelingen zware slagen toe om wat er gebeurd was met Sarai..” (Gn 12:17)

De geteisterde farao kwam natuurlijk achter dit verachtelijke opzetje. Pissig geworden (logisch), zette hij Abram het land uit, en terecht!

Inmiddels was Abram daar wel steenrijk geworden en mocht alles ook nog eens meenemen van die (te) goede farao. Kom er nog maar eens om. De pluk-ze-wet bestond nog niet.

Terug naar de Negeb. “Abram was een rijk man die heel veel vee, zilver en goud bezat.” (Gn 12:2).

Ik ben wederom met stomheid geslagen. Lover-boy Abram beschermen, en onschuldigen die zich van geen kwaad bewust waren bestraffen. Hoe bedenk je het!

Maar nee hoor. God beloont zijn criminele oogappel nogmaals.

Weer in Kanaän aangekomen zei God tegen Abram: “Laat uw blik rondgaan.. Al het land dat u ziet, schenk ik aan u en aan uw nageslacht, voor altijd. Ik zal uw nakomelingen zo talrijk maken als het zand op de aarde… Ga het hele land door in de lengte en de breedte want ik schenk het aan u!” (Gn 14:14-17)

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, zie God weer wat later (na wat gebeurtenissen die ik de lezer zal besparen): “Vrees niet, Abram, ik zal uw schild zijn. Uw loon zal zeer groot zijn.” (Gn 15:1).

Maar ja, die Abram was ook niet op zijn achterhoofd gevallen. Sluw zakenmannetje en onderhandelaar immers.
“Heer God, wat heb ik aan uw gaven?” (Gn 15:2) “U hebt mij geen nakomelingen geschonken, en een ondergeschikte zal mijn erfgenaam zijn” (Gn 15:4). Quelle horreur!?

Maar die God weet van geen ophouden. “Kijk naar de hemel en tel de sterren..Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.” (Gn 15: 5).
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was sloot hij weer een verbond met Abram:
“Aan uw nakomelingen schenk ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier de Eufraat, het gebied van de Kenieten, Kennizzieten, Kadmonieten, Hethieten, Perizzieten, Refaïten, Amoerieten, Kannaänieten, Girgasieten, en Jebusieten.” (Gn 15:18-21)
Niet direct een volkstuintje.

Die extra buit was al weer binnen. Kost wat maar dan heb je ook wat.

Hoe die ontelbare nakomelingen er dan toch kwamen (Sarai was immers “onvruchtbaar”)?

Daarover een volgende keer..

 
P.S. Binnenkort deel 10. Gods tweede verbond: de besnijdenis
P.S.: plaatje komt hier vandaan
P.S. alle verschenen blogs in deze serie zijn te vinden in de rechterkolom onder het kopje: “Omtrent het Oude Testament”

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 158 andere volgers